Briljante schrijversatire

Soms bestel ik een pizza met heel veel kaas en kijk ik series waarin het schrijversleven op zo’n krankzinnige manier wordt neergezet dat ik me lachend in mijn laatste hap verslik. Aan het einde van mijn pubertijd was er Californication, met David Duchovny als gekwelde maar aantrekkelijke romancier. Tien jaar later volgde The Affair, met Dominic West als de alles-heus-niet-zo-kwaad-bedoelende-maar-ja-pfffffff-oerdriften schrijver Noah. En sinds enkele weken is er The Truth About Harry Quebert Affair. Daarin gaan maar liefst twee (!) schrijvers gebukt onder melodrama dat op een of andere manier nooit hun eigen schuld is. Wat deze fictieve schrijvers gemeen hebben, is dat zij sterk autobiografisch getinte boeken schrijven. Die boeken komen er altijd in een beweging uit, eventuele writer’s block is van korte duur, de eerste versie wordt zeer succesvol uitgegeven. Vrouwen komen als sprinkhanen op hen af. En de muze is een zeer mooie, zeer jonge en zeer getroebleerde vrouw.

Even inzoomen.
Zo de serie geschreven lijkt door mensen die nog nooit een schrijver van dichtbij hebben gezien, laat staan een boek hebben gelezen, zo is de betreffende muze in The truth about the Harry Quebert Affair geschetst door mensen die nog nooit een meisje van vijftien van dichtbij hebben gezien en die Lolita vooral als begrip kennen, niet als romanpersonage. Harry’s Nola is beeldschoon, houdt van opera’s, maakt sandwiches (…), blijkt op de juiste manier gek, seksueel actief en begrijpt ieder woord dat de schrijver uitkraamt. Natuurlijk gaat ze dood, niemand kan deze mysterieuze levenskracht immers aan.

De serie blijkt gebaseerd op een roman van Joël Dicker. In hoeverre deze afwijkt van het boek weet ik niet, maar ik kan me voorstellen hoe Dicker gierend van het lachen het ene na het andere cliché over schrijven heeft opgetekend. Hield Dicker het droog toen hij, bij het bekijken van het televisieresultaat, het titelpersonage tegen de minderjarige Nola hoorde zeggen dat deze zijn eigen eenzaamheid zo beu was? Wat ging er door de makers heen tijdens het filmen van dialogen over hoe je altijd een laatste troefkaart in handen moet houden, hoe wachten op inspiratie doodeng is?
Harry Quebert wordt bovendien gespeeld door Patrick Dempsey, die zijn rol als McDreamy uit Grey’s Anatomy voortzet, maar dan nog gekwelder. Kan dat? Ha!

Het spektakelstuk uit Quebert is een confrontatie. De jonge Marcus maakt zich zorgen om zijn mentor, de gevluchte Harry, en vindt hem in een motel – of niet in, maar daarbuiten. Het regent. Harry heeft een stoel op een verlaten parkeerplaats gezet, hij is zeiknat. Na wat verwijtende vragen aan Marcus verlaat hij prompt de stoel en gaat hij OP DE GROND liggen. Kijkers zitten door al deze emotie inmiddels aan de hartbewaking. Niks geen relativerende ‘doe niet zo slap, man’ volgt, Marcus kruipt er gewoon NAAST. De regen klettert door.
Even uitzoomen.

Bromance.
Gekwelde mannenzielen.
Getroebleerde schrijvers.
Het gewicht van de kunst, van de liefde.
Die Dicker moet een enorme clown zijn. Ik zou graag eens een pizza met hem eten.

 


Marijn Sikken mijmert over lezen, verhalen en literatuur en schrijft daar columns over. Haar debuutroman, ‘Probeer om te keren’ (2017) verscheen bij Uitgeverij Cossee.

Meer van Marijn Sikken: