26 februari 2010

Brief aan een middelmatige man ? Joep Dohmen

Pleidooi voor een nieuwe publieke moraal
 

Dohmen gaat in Brief aan een middelmatige man in op de vraag wat het betekent jezelf te ontwikkelen, te ontplooien, te bilden. In een tijd waarin tradities en ‘grote verhalen’ geen vanzelfsprekende gidsende rol meer vervullen zullen we op eigen kracht betekenis aan ons bestaan moeten geven, daarbij weerstand biedend aan de dwingende verleidingen van markt, wetenschap en technologie. Hoe worden we meer dan alleen calculerende en consumerende burgers?

In zijn boek wijst Dohmen op de noodzaak van de ontwikkeling van een nieuwe publieke moraal, een moraal die mensen ertoe beweegt bewust naar hun eigen leven te kijken, en te streven naar sociale zelfverwerkelijking ? naar een zinvol bestaan, te midden van en rekening houdend met anderen.

Joep Dohmen is hoogleraar ethiek aan de Universiteit voor Humanistiek te Utrecht.

 

Brief aan een middelmatige man
Pleidooi voor een nieuwe publieke moraal

Auteur: Joep Dohmen
Verschijnt bij: Uitgeverij Ambo (maart 2010)
Prijs: € 17,95

Recent

19 september 2017

Nieuw leven beschreven

18 september 2017

Dichter van de werkelijkheid

16 september 2017

Een week lang feest

15 september 2017

Een wonderlijk leerdicht 

14 september 2017

Daar waar granaten fluiten

Literair Nederland - 10 jaar geleden

24 september 2007

"Toen ik jou voor het eerst zag, kwam je voorbijfietsen op een bakfiets waarin je spullen vervoerde. Het was laat in het jaar 1952, in de winter. Ik stond voor het raam van mijn ouderlijk huis in de Wilhelminastraat, waar mijn ouders een hotel-pension dreven, naar buiten te kijken. De Wilhelminastraat heette alweer een jaar of zeven zo. Als jong kind groeide ik op met de Schouwburgstraat, omdat in de oorlog namen van de koninklijke familie waren geschrapt door de Duitse bezetter. Soms reed je wel drie keer per dag op die bakfiets langs. Ik vond je koddig en stoer met je houtje-touwtjejas aan en je mutsje op. Je was toen al een apart type. Ik was vijftien jaar en had wat je noemt een voorspellende blik. Ik herinner mij dat ik, nadat je weer langs was gekomen, mijn moeder vertelde dat wij zouden trouwen en een kind zouden krijgen. Mijn moeder was het gewend dat ik zulke dingen zei. Ik had vaker van die voorspellingen, soms ook over de dood. Dat vond ze eng."

"Toen ik jou voor het eerst zag, kwam je voorbijfietsen op een bakfiets waarin je spullen vervoerde. Het was laat in het jaar 1952, in de winter. Ik stond voor het raam van mijn ouderlijk huis in de Wilhelminastraat, waar mijn ouders een hotel-pension dreven, naar buiten te kijken. De Wilhelminastraat heette alweer een jaar of zeven zo. Als jong kind groeide ik op met de Schouwburgstraat, omdat in de oorlog namen van de koninklijke familie waren geschrapt door de Duitse bezetter.

Lees meer