Boekverminking

Twee dichtbundels leven al zo lang in mijn tas dat ik soms maandenlang vergeet om erin te kijken. Een grote rust, heet de ene, en de tweede Bijna onzichtbaar. Misschien is het door die titel dat het is misgegaan met de tweede.
Omdat een boek een drager is van iets anders, namelijk zijn inhoud, vond ik altijd dat het boek zelf er niet zo veel toe deed. Het hoefde niet als een kostbaar object te worden behandeld, behalve als ik het van iemand had geleend. Boeken die ik had geleend nam ik daarom nooit mee in mijn rugtas, want wie wist wat er dan mee kon gebeuren. De boeken die ik wel altijd in mijn tas heb zitten, kunnen ervan getuigen. De zijkanten zijn zwart gevlekt van houtskool, aan de randen van de pagina’s zitten beschimmeldesinaasappelvlekken, waterschade golft over de pagina’s. Ik vergaf het mezelf. Ik vond het wel karakteristiek, boeken waaraan je kon zien dat ze hadden geleefd, of dat de eigenaar ervan dat had gedaan.

Maar er is een grens aan boekverminking, en deze week ontdekte ik dat ik die grens had bereikt. Ik zat sinds lange tijd weer eens in de trein met niets om handen, en ik dacht aan Bijna onzichtbaar, een prachtige bundel met korte prozagedichten, geschreven door Mark Strand, met vertalingen erbij van Wiljan van den Akker en Esther Jansma. Diep onderin mijn tas lag hij op me te wachten. Toen ik hem tevoorschijn haalde schrok ik. De kaft zag er gehavend uit, vol kleine putjes en vlekken, en aan de onderrand en bovenrand was het papier opgekruld op een manier die me deed denken aan een verbrand stuk huid. Dat arme boekje, dacht ik. Wat heb ik het aangedaan?

Ik sloeg het boek open bij mijn favoriete gedicht, ‘The enigma of the infinitesimal’, over wezens die op zoek zijn naar de grens tussen alles en niets, gedoemd door hun verlangen om het onmogelijke te ervaren. De bruine vochtvlekken in de hoeken van de pagina kwamen niet in de buurt van de tekst, het was allemaal nog goed te lezen. En toch deed het me pijn om de pagina met mijn lievelingsgedicht zo te zien. Misschien was het anders geweest als iemand er per ongeluk thee op had laten vallen, als er een duidelijke gebeurtenis was geweest waardoor die vlekken er gekomen waren. Maar nu het kwam doordat het boekje zo lang onderin mijn tas had gezeten zonder dat ik erop gelet had of het nog goed met hem ging, kreeg ik spijt. Sorry, boek, zei ik in gedachten. Sorry. Ik zal voortaan beter voor je zorgen.
Het was te laat. Ik bladerde verder en las het gedicht ‘There was nothing to be done’, waarin er overal verdriet is. The whole world wept, zei het boek. And the weeping went round and round and could not stop.

 


Gerda Blees debuteerde in 2017 met de verhalenbundel, Aan doodgaan dachten we niet. In april 2018 debuteerde ze met de dichtbundel, Dwaallichten.

 

Om Literair Nederland draaiende te houden, zijn wij afhankelijk van vrijwillige bijdragen. U kunt ons steunen via de rode knop. Waarvoor onze hartelijke dank!

Meer van Gerda Blees: