Het was woensdagochtend 19 augustus 1618. De machtige Johan van Oldenbarnevelt, onze eerste ‘premier’, stapte op het Binnenhof uit zijn koets voor een vergadering. Iemand vertelt dat hij ontboden werd door Prins Maurits, de stadhouder en legeraanvoerder van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Onze ‘Advocaat van Holland’ en raadspensionaris wordt daarbij echter gearresteerd. Opeens. Zo machtig was Oldenbarnevelt kennelijk niet, want pas na acht maanden gevangenschap komt hij na een showproces weer naar buiten. Om te worden onthoofd wegens land- en hoogverraad.
Nicolaas Matsier viert dit jaar zijn vijftigjarig jubileum als auteur met de voltooiing van een project over de laatste negen maanden van de landsadvocaat. Met de roman Zonder pardon, die verhaalt vanuit Maurits, in de derde persoon. Zeven jaar geleden deed Matsier hetzelfde vanuit Oldenbarnevelt, met De Advocaat van Holland. Vierhonderd jaar na de politieke moord.
Deze twee historische romans behoren tot een trend die, in navolging van historici, breekt met de vertrouwde aloude Oranjegeschiedschrijving. Zoals recent ook Jean-Marc van Tol met zijn Johan de Witt-trilogie, waarvan tot nu toe twee delen zijn verschenen.
Hagiografische geschiedschrijving
De uit de negentiende eeuw daterende hagiografische geschiedschrijving begint met de Vader des Vaderlands als leider (dus niet met de opstand van edelen enkele jaren daarvoor). Want de Oranjes werden opgepoetst. Gezwegen werd derhalve over het feit dat Willem de Zwijger en zijn broers nogal onbekwame veldheren waren. Wat overigens niet gold voor de kundige Maurits. Zwijgen over Maurits’ acht bastaardkinderen. Over zijn staatsgreep en die van Willem II, III en V. Nummer V via het Pruisische leger.
Althans, zo zien de meeste hedendaagse historici dat: de Oranje stadhouders wilden de enige autoriteit in de republiek worden en bestreden daarbij hun politieke vijanden rücksichtsloos.
Echte Oranjegeschiedschrijvers bestaan immers niet meer. Wel ‘ja, maar’-historici als René van Stipriaan: ‘de politieke tegenstanders van de Oranjes waren ook geen lievertjes’.
Weggewiste tegenstanders
Die tegenstanders golden in de Oranjegeschiedschrijving als vijanden of werden weggewist. Dat lukte niet altijd. Het is vandaag de dag moeilijk voor te stellen, maar ooit was onze grote zeeheld admiraal Michiel de Ruyter persona non grata omdat hij tot de omgeving van Oranje-vijand Johan de Witt behoorde. Nog meer dan een eeuw na zijn dood werd De Ruyters Amsterdamse woning door Oranjeklanten belegerd in de strijd met de patriotten.
Maar De Ruyter bleek, ondanks zijn ‘verleden’ net als Rembrandt, Vondel, Coen, Hooft, De Groot, Oldenbarnevelt en De Witt, in de negentiende eeuw onontbeerlijk voor de schepping van onze roemruchte Gouden Eeuw. De onthoofding van Oldenbarnevelt en moord op De Witt en diens broer golden daarbij als droevige incidenten waarin de Oranje standhouders natuurlijk part nog deel konden hebben. En is Hugo de Groots ontsnapping uit Loevestein in een boekenkist toch niet gewoon een sappig verhaal?
Maar onze eerste ‘president’, de patriot Rutger Jan Schimmelpenninck, werd weggewist, net als onze eerste koning, Lodewijk Napoleon. Die acteerden immers in de tijd dat de Oranjes in ballingschap verkeerden. Lodewijk Napoleon werd bij de bevolking zeer geliefd, vooral rond de Leidse kruitschipramp van 1807, zelfs orangistische dichters uitten zich geroerd. Al weigerde Willem I een paar decennia later een gedenknaald voor de ramp te voltooien en nog in 2022 wilden Oranjeklanten verhinderen dat er voor Lodewijk Napoleon in Voorthuizen een standbeeld kwam.
Geen opgepoetste protagonisten
In navolging van historici buigen Matsier en Van Tol zich juist over dat ‘part nog deel hebben’ van de Oranjes. Over de strijd van de stadhouders om de macht en de methoden die ze daarbij gebruikten.
Zij poetsen hun protagonisten niet op. Matsier laat bijvoorbeeld in De Advocaat van Holland ook de zwakke kanten van de landsadvocaat zien. Het in die tijd gebruikelijke nepotisme waarmee die familie en vrienden op hoge posities wist te krijgen. Zijn ‘ontvangen’ van geld en ‘strooien’ daarmee, waarmee Oldenbarnevelt rijk werd en zich een heus stadspaleis kon veroorloven. Al was Maurits veel rijker en bewoonde hij onder andere een groot torengebouw aan het Binnenhof. Gratis, net als zijn leger aan bedienden aldaar.
Ronduit gênant was Oldenbarnevelts moeite om te bewijzen dat hij van adel was en daartoe zelfs een ‘oud’ familiewapen liet vervaardigen.
Dat Zonder Pardon 120 pagina’s minder telt dan De Advocaat van Holland, komt niet alleen doordat Maurits een minder interessant personage is dan zijn briljante antagonist. Veel van wat de stadhouder meemaakt, zijn we al in uitgebreide vorm in de eerste roman tegengekomen. Er is bovendien weinig schriftelijk materiaal van Maurits overgeleverd, maar voor de laatste maanden van Oldenbarnevelt beschikken we zelfs over een verslag van zijn trouwe knecht Jan Francken, die tot zijn dood bij hem was. De jonge Francken was het voor wie zijn laatste woorden waren bestemd: ‘Maak het kort.’ Dit verslag is in 2005 hertaald door Thomas Roosenboom.
Een boeiend verteller
Matsier toont zich in het tweeluik een boeiend verteller. Hij weet allerlei petieterige historische details te vermijden die je kunnen afleiden en schotelt ons ook geen lappen zeventiende-eeuws voor. Hoewel we weten hoe het afloopt en een beetje op de hoogte zijn van de voorgeschiedenis, leest Matsiers dubbelboek als een thriller. Bij Zonder pardon heb je steeds de neiging om De Advocaat van Holland ernaast te houden.
Want wat zijn de cruciale gebeurtenissen die tot de ondergang van Oldenbarnevelt leidden en in hoeverre was Maurits daarbij betrokken? Maar vooral, waarom had de landsadvocaat het niet zien aankomen? De Advocaat van Holland is een aaneenschakeling van diens gedachten en herinneringen die door de verteller in een verhalend verband worden gebracht.
Matsier laat zien dat Oldenbarnevelt de jonge Maurits na de moord op diens vader min of meer opvoedde. Na enige tijd ontwikkelde dit tot een gouden tandem: de briljante diplomaat en de bekwame veldheer. De barsten in hun relatie begonnen in 1609, met het Twaalfjarig Bestand met Spanje. De landsadvocaat was een warme voorstander van de wapenstilstand, de veldheer wilde doorvechten.
Maurits verveelde zich sindsdien met konijnenjacht in de duinen en wolven op de Veluwe. En met de talloze vrouwen in zijn ‘nachtegalenkamer’. (Roosenboom meende nog dat het om vogeltjes ging).
Vergroten van macht als uitweg
Noodgedwongen kreeg hij belangstelling voor de politiek. Matsier laat zien dat hij dit doet met het vergroten van zijn macht. Een strateeg. Stap voor stap. Gepland. Doordacht. Het terrein verkennen. Testen. Zijn eerste kans kwam in 1610, toen vrijzinnig-liberale predikanten kwamen met een ‘remonstrantie’ tegen de starre calvinistische kerkleer.
Maurits noch Oldenbarnevelt waren diepgelovig, al waren beiden nota bene in Heidelberg de gelijknamige catechismus onderwezen. De stadhouder kerkte lange tijd samen met de landsadvocaat onder de remonstrantse dominee Johannes Wtenbogaert.
Maar Oldenbarnevelt was voor verzoening en de stadhouder koos daarom strategisch voor de calvinisten. Zij wilden via een nationale synode de remonstranten uitschakelen. Die ‘Dordtse’ Synode kwam er – tijdens Oldenbarnevelts gevangenschap – en na afloop werden enkele honderden remonstrantse predikanten uit de Republiek verbannen.
Hoewel Oldenbarnevelt onaangenaam getroffen werd door de vele schotschriften tegen hem– wie zat daarachter? – onderschatte hij het effect daarvan. Die zeventiende-eeuwse pamfletten doen niet onder voor het huidige nepnieuws. Zo zou volgens de schotschriften Oldenbarnevelts echtgenote Maria, vertelt Matsier, verwekt zijn door de broer van haar moeder. Later keren dit soort verzinsels terug in de beschuldigingen.
Inderdaad als in een thriller beschrijft Matsier de voorgeschiedenis. Te beginnen met het kraken door contraremonstranten van de Kloosterkerk op de Kneuterdijk, pal naast het stadspaleis van Oldenbarnevelt. Het gebouw is een arsenaal geworden nadat het als veel kerken en kloosters ontnomen was aan de katholieke meerderheid van de bevolking.
Op een zondag in 1617 werden de deuren met bijlen opengebroken. Er werd een preekstoel in gesleept, contraremonstrantse gelovigen namen stoeltjes mee. Er werd gepreekt, gedoopt en gezongen, ook buiten, waar het zwart zag van de mensen. Begrijpelijkerwijs sidderde de familie van Oldenbarnevelt de hele tijd van angst voor het geweld. Matsier maakt het voelbaar. De landsadvocaat zette onmiddellijk de vervolging van de daders in. Maar de Hoge Raad en andere instanties werkten uiteindelijk niet mee. Pas later vernam Oldenbarnevelt dat Maurits toestemming had geven voor het kraken van Kloosterkerk.
Showproces en executie
Matsier suggereert dat hier voor het eerst blijkt hoe de macht van Oldenbarnevelt tanende is. De volgende stap is een tournee van Maurits om stad voor stad de Hollandse vroedschappen aan zijn contraremonstrante kant te krijgen. Steevast vergezeld van een intimiderend groot contingent soldaten.
Het lukt Maurits om via dit tournee definitief de wet te verzetten. In 1618 is hij op het toppunt van zijn macht. Met 51 jaar heeft hij de leeftijd van zijn vader geëvenaard en is daarenboven nu eindelijk diens formele erfgenaam, nadat zijn oudste broer Filips Willem is gestorven. Maurits’ volgende schaakzet tegenover Oldenbarnevelt werd dus een mat.
Aanvankelijk meent Oldenbarnevelt dat hij spoedig vrijkomt. Juridische deugt zijn arrestatie inderdaad van geen kant. Maar hij wordt vernederend behandeld door Maurits’ soldaten en de stadhouder weigert categorisch zijn verzoeken voor een onderhoud en inzage in de eventuele beschuldigingen. Het wordt een showproces. Zijn executie vindt plaats in een hermetisch afgesloten Binnenhof. Hij komt uit een zijdeurtje direct bij het schavot.
In tegenstelling tot de familieman Oldenbarnevelt lijkt de Maurits uit Zonder pardon erg eenzaam. De enige vriend is zijn Friese collega Willem Lodewijk, maar zelfs deze ‘broeder’ vervreemdt hij van zich met het vervolgen van de landsadvocaat. Maurits’ grote liefde lijkt niet zijn maîtresse Margaretha van Mechelen, maar zijn lievelingspaard Albertus. Buitgemaakt op de verslagen Spaanse aanvoerder in de Slag bij Nieuwpoort.

Schilderij door: Pauwels van Hillegaert
Die mooie Gouden Eeuw
Met het tweeluik van Matsier is het verhaal nog niet helemaal vertelt. Maurits verbrak zijn belofte dat na Oldenbarnevelts executie diens familie zou worden gespaard. Maar diens zoons werden ontheven van al hun ambten en titels, plus bezittingen en hun vaders kapitaal. In 1623 beraamden ze, met onder anderen een voorvader van Henri Bontenbal, een aanslag op Maurits. Die mislukte door verraad en de complotteurs eindigden op het schavot.
De dood van Maurits zou weinig verschil hebben gemaakt. Na het eind van het bestand stelde hij militair weinig voor in de hervatting van de strijd tegen de Spanjaarden. De Friezen wilden Maurits niet als stadhouder na de dood van Willem Lodewijk. In Holland hoopte men dat hij zo snel mogelijk de Oranjestaf kon overgeven aan zijn flamboyante stiefbroer Frederik Hendrik. Toen dat gebeurde, keerden veel remonstranten terug naar ons land, inclusief Wtenbogaert. Matsier heeft Maurits’ vermoeidheid heel overtuigend voorspeld.
Al die onthoofdingen en ophangingen. Die mooie Gouden Eeuw was ook een bijzonder bloederige tijd. Oldenbarnevelt werd nog bijgezet in zijn familiegraf in de Hofkapel. Maar de lichamen van de meeste veroordeelden ondergingen – formeel als deel van hun straf – gruwelijke verminkingen. Anders dan Matsier doet, wil ik de lezer de details daarvan besparen.

Zonder pardon
Nicolaas Matsier
Verschenen: 2026
Uitgever: De Bezige Bij
ISBN 9789403139425
208 pagina's
Prijs: € 22,99
Kopen bij Libris








Één reactie op “Breken met aloude oranjegeschiedschrijving”
Mooi, Augusts Hans den Boefs extra inbedding in de Oranjegeschiedenis van Matsiers roman (of eigenlijk Matsiers twee romans). Overigens doen de wrede details je zijn boek niet dichtslaan. Integendeel. ‘Zonder Pardon’ blijft zeer toegankelijk en licht van sfeer. Zonder pardon is zelfs nog iets lichtverteerbaarder dan het zeven jaar geleden verschenen ‘De advocaat van Holland’, misschien ook omdat het vanuit Maurits is geschreven die korter van stof was dan Oldenbarnevelt.