8 juni 2017

Blonde schaduw

Door Els van Swol

Het vroege zonlicht trilt in de cypressen,
Drijft als een blonde schaduw over ’t gras
En stroomt, huiv’rend in ’t hooge vensterglas,
In ’t blank boudoir der grijzende comtesse.

Het zou zomaar een beschrijving van een schilderij van David Hockney kunnen zijn, van wie een overzichtstentoonstelling te zien was in Tate Britain, maar het is het begin van ‘Mozart’, een gedicht van Martinus Nijhoff. Hockney gaat door als een schilder van de ‘sun’ en ‘fun’ in Californië, waarnaar hij in 2013 terugkeerde. Sommige werken van Mozart wekken eenzelfde indruk, zoals bijvoorbeeld de Symfonie in A grote terts KV 201.

Op het eerste gezicht. Op het eerste gehoor. Want er ligt een schaduw overheen. Soms letterlijk, zoals op Portrait of an artist (1972) of van een stapeltje boeken (Christopher Isherwood and Don Bachardy, 1968), vaak meer figuurlijk. Zo is de symfonie van Mozart uiteindelijk ook niet de bevallige rococosymfonie waarvoor hij wordt versleten, of zoals Wouter Paap het in een boek over de componist zo mooi omschreef: ‘Doordat alle ernst en zwaarte uit de weg is gegaan, maakt zij de indruk van een onbewolkte geluksdroom.’ De indruk – maar er is méér: een blonde schaduw over ’t gras, een grijzende comtesse in zichzelf verzonken.
Je kunt je afvragen of Robert Hughes (in The shock of the new) gelijk had, toen hij schreef dat Hockney geen Mozart is maar een Cole Porter. Op z’n minst is een nuancering op zijn plaats, die nota bene begint met de constatering dat Porter wel de Mozart van de lichte muziek wordt genoemd! Dat zal ongetwijfeld te maken hebben met de vermeende lichte toets van beider muziek.

Maar niemand verwijt toch ook Tintoretto’s sprezzatura (vakkundig maar moeiteloos tot stand gebracht)? Nee, de op een soortgelijke manier geschilderde teckels Boogie en Stanley van Hockney, die Mensje van Keulen beschreef als ‘aandoenlijk’ en ‘mooi’ (in het korte verhaal ‘Laatste wens’ uit: Een goed verhaal) waren in Londen niet te zien, maar wel de vergelijkbare, rake en diep getroffen tekeningen van bijvoorbeeld Andy Warhol en W.H. Auden. Je kunt je afvragen waarom die nooit in Nederlandse musea te zien zijn – in tegenstelling tot de teckels, die in 1995 in Boijmans Van Beuningen werden geëxposeerd –; ze vormen ‘het meest complete tegendeel’ van ‘sun’ en ‘fun’ zoals Huub Beurskens terecht concludeerde in zijn artikel ‘Ik ben geen camera’ (De Gids, 1999). Ze betoveren volgens hem niet de kijker, maar laten iets trillen in de mensen die Hockney tekende. Dichter bij de mens Warhol kun je misschien wel nooit komen. Ik heb er geruime tijd gefascineerd naar staan kijken.

Je kijkt (op)nieuw naar Hockneys werk en ontwaart die blonde schaduw en die grijzende comtesse, als in de muziek van Mozart. En je hoort Mozart sardonische lach zoals in de film Amadeus: Ik had je beet, is het niet?

 

 

Recent

Literair Nederland - 10 jaar geleden

02 juli 2007

Sommige schrijvers debuteren wanneer ze al oud zijn
Recensie door Karel Wasch

In zijn vorige leven was Paul Pennartz (1935-2011) helemaal nog geen schrijver. Toen was Dr. Paul Pennartz bekend als sociaal wetenschapper die in 1999, samen met een vrouwelijke hoogleraar sociologie, een werk in het Engels publiceerde: The Domestic Domain: Chances, choices and strategies of family households. Verder leverde hij een bijdrage aan een bundel verhalen en gedichten van Limburgers, die de provincie literair gezicht hebben gegeven.

Lees meer