15 november 2013

Bleke Niko – Tomek Tryzna

Ambitieuze jongeren in het Polen van de zestiger jaren

Recensie door Ingrid van der Graaf

Een vrouw vlucht met in elke hand een zware boodschappentas, de trap op naar haar appartement waarbij ze ternauwernood aan de dood ontsnapt. In het Poolse stadje Swidnica stort op 5 januari 1963 een vier meter hoge toren naar beneden waardoor ramen en deuren van omliggende panden uit hun sponningen worden geblazen. Niko, die zijn moeder grauw en grijs van het stof en op één schoen het appartement ziet binnen strompelen, pakt zijn camera en begint de chaos vanuit een gesprongen venster te filmen. Met deze scène trekt Tomek Tryzna (1948) de lezer het leven van Niko binnen. Dat het verhaal is geschreven zonder hoofdstuk- of alineaindeling maakt dat het leest alsof je in een wildwaterbaan hebt plaatsgenomen die je, zonder oponthoud, meevoert van de ene onwerkelijke situatie naar de andere.

De verteller, Niko, werkt dagelijks aan verschillende scenario’s, filmt en ontmoet zijn vrienden in bars waar hij buitensporig drinkt en meisjes het hof maakt. Deze vrienden introduceert hij op grootse wijze. Zoals zijn vriend Filip Kapuscik, een ‘bekroond dichter en schrijver van een zeshonderd bladzijden tellende familiekroniek’ die dagelijks zit te schrijven in koffiehuis Casanova, alwaar de vrienden elkaar dagelijks treffen. Het is een magere, lange verschijning met een gouden tand, een sikje en een afrokapsel. Hij gaat gekleed in een geel colbert met streepje, een vlinderdas en zwarte lakschoenen. ‘s Winters draagt hij daarbij een zwarte pelerine en loopt hij met een wandelstok. Al lezende ontstaat het beeld van een sophisticated old man maar niets is minder waar. De jongeman is net als Niko negentien jaar oud.

Om zijn bleke gelaatskleur en lichte haren wordt hij bleke Niko genoemd. Hij karakteriseert zichzelf  als een aan ‘originaliteit lijdende knoeier’. Hij beschikt over een tomeloze fantasie en een optimisme die aan arrogantie grenst en weet zijn mislukkingen steeds om te zetten in nieuwe projecten. Na het zien van de film Le mépris van Godard is zijn streven zich te evenaren met deze bewonderde cineast. Hij doet mee aan verschillende filmwedstrijden maar houdt daar zelfs geen eervolle vermelding aan over. Dan kondigt vriend en voorzitter Oczko van de filmclub aan dat hij is gebeld door ene dokter Wunde uit Hamburg die er een hobby van heeft gemaakt films van amateurfilmfestivals die het niet gehaald hebben te bekijken. De film van Niko heeft hem diep geraakt, laat hij weten. Hij wil hem een camera met geluid schenken, een Arriflex BL. Wanneer bekend is dat er een camera vanuit het vrije Westen naar Polen wordt gezonden, ontstaat er onder de leden van de filmclub een getouwtrek om wie de camera het best gebruiken kan. Maar niet alleen de filmclubleden zijn begerig naar de camera, ook de staat is nieuwsgierig naar hun plannen en stuurt de geheime dienst op hen af. Uiteindelijk is niet de camera zelf, maar het wachten erop, de rode draad door het boek wat voor een onverwacht (humoristisch) einde van het verhaal zorgt. De meesterlijke dialoog tussen Niko en de vicevoorzitter van de Federatie van Amateurfilmclubs toont de stoïcijnse sfeer die uit het boek spreekt:

“´Meneer Jozef, hoe kan ik een film aanmelden voor het amateurfestival in Pesaro?’
‘Via onze Federatie.’
‘En de Federatie stuurt hem dan door naar Pesaro?’
‘Nee’, antwoordde meneer Jozef ernstig.
‘Hoe kan ik hem dan aanmelde?’
‘Zoals ik net heb gezegd.’
‘Dus?’
‘Via de Federatie.’
‘En de Federatie meldt hem natuurlijk niet aan?’
‘Nee.’
‘En kent u nog een andere manier?’
‘Zeker.’
‘En wat is dat voor manier?’
‘Via de Federatie.’
‘Hartelijk dank voor deze uitputtende informatie.’” Waarna Niko schaterlachend de verbinding verbreekt.

De Poolse (script)-schrijver en cineast Tomek Tryzna (1948) voltooit met Bleke Niko een trilogie over de groei naar volwassenheid. Met zijn debuut Meisje niemand (1993) brak hij wereldwijd door, gevolgd door Ga, heb lief. Met het hoofdpersonage Romek uit dit tweede boek vertoont Niko veel gelijkenissen. Ook Romeks ouders hebben, net als de ouders van Niko een naaiatelier en beide jongens zijn op een haast irritante wijze, ambitieus. Niko als filmmaker en Romek als acteur.

Met beeldende zinnen als: ‘Vanwege een dringende massa dronken gedachten kon ik tot de volgende ochtend niet in slaap komen.’, en ‘(…) een meisje in de kleuren van de beroemdste roman van Stendhal,’ is Bleke Niko een mooi stuk proza waarvan je geen idee hebt waar het op afstevent. Maar dat werkt absoluut niet storend. Alles is mogelijk. Maar dan lijkt het erop dat Tryzna op het laatst het verhaal nog een motto wilde meegeven. Uit het niets wordt een neef van Niko opgevoerd om hem de volgende frasen uit het gedicht Ode aan de jeugd van de Poolse dichter Adam Mickiewicz (1798-1855) te laten reciteren: ‘Jeugd, geef me vleugels. Laat mij boven de doodse wereld vliegen naar de paradijselijke sfeer van de waan, want daar haalt geestdrift zijn wonderen vandaan.’

Maar tot die conclusie komt de lezer zelf wel; Bleke Niko is een loflied op de jeugd. Niko en zijn vrienden begeven zich in ‘paradijselijke’ sferen om buiten de werkelijkheid om, hun ambitieuze ideeën en plannen te kunnen realiseren. Als deze neef ook nog opmerkt dat Niko een anagram is van Kino, ontstaat er een barstje in dit surrealistisch vertelde verhaal waar de schrijver steeds op afstand bleef en de lezer zichzelf een beeld kon vormen zonder inmenging van de auteur. Of is het dat Tryzna, zoals regisseurs zich in hun films als passant opvoeren, zichzelf in zijn roman zichtbaar wil maken? Het wachten op de beloofde camera wordt uiteindelijk niet beloond. Dokter Wunde blijkt niet te bestaan en Niko doet een ontdekking die hem volledig verrast en  ondergetekende een brede glimlach ontlokte.

 

 

Bleke Niko
Tomek Tryzna
Vertaling door: Karel Lesman
Verschenen bij: De Geus
ISBN: 9789044518290
219 pagina's
Prijs: € 19,95

Meer van Ingrid van der Graaf:

24 september 2017

What's in a design

Over 'Kluger Hans' van Redactie o.a. Jonas Vanderschueren, Anton Steen, Dorien De Vylder,
29 mei 2017

Grasduinen in het poëzielandschap van Jozef Deleu

Over 'Het liegend konijn jaargang 15, nr. 1' van Onder redactie van Jozef Deleu
25 april 2017

Tijdschrift voor vertalers met verrassende opbrengst

Over 'Tijdschrift PLUK - De oogst van nieuwe vertalers' van Onder redactie van o.a. Anne Folkertsma, Betty Klaasse, Barbara de Lange, Anne Lopes Michielsen, Lisa Thunnissen

Recent

23 november 2017

Weidse landschappen, bekraste zielen

Over 'Idaho' van Emily Ruskovich
21 november 2017

Reizen in een binnenwereld

Over 'en toen aten we zeehond' van Nicoline Timmer
20 november 2017

Het leven ontwijken

Over 'Kraaien tellen' van Lucas de Waard
17 november 2017

Uitzichtloos leven in Unthank / Glasgow

Over 'Lanark' van Alasdair Gray
15 november 2017

Een portret in stukjes

Over 'Waarom ik mensen niet in mootjes hak' van Renske de Greef

Verwant

15 november 2013

De laatste gedichten en nagelaten kladjes van Wislawa Szymborska

Over 'Zo is het genoeg ' van Tomek Tryzna
15 november 2013

Oogst week 19