Bijkomstige wijsheid

De dichter heeft het laatste woord. Het is drukkend warm in het kleine zaaltje, waar het programma al meer dan een kwartier uitloopt en de enige ventilator precies aan de andere kant van de ruimte staat. Ik draag bovendien een kledingstuk dat ik niet zelf openkrijg, dus is het angstvallig afwachten tot ik moet plassen.
Aan het einde van zijn speech bedankt de dichter zijn ziekte. Meteen staan mijn nekharen overeind, ze gaan pas liggen zodra de man aarzelt, uitlegt dat zijn aangekondigde dood hem een urgentie heeft gegeven om dingen af te maken. Dat klinkt al genuanceerder.

In diezelfde week ontmoet ik een moeder. Het is de dag waarop ik trouwjurken pas, ik voelde me niet eerder zo’n meisje-meisje als op het moment dat ik in prinsessenjurk het pashokje uitstap en niet struikel. De moeder verloor haar zoon, twaalf jaar oud, bij een aanrijding. Natuurlijk brengt zo’n verlies haar dingen, vertelt ze, die ze niet had willen missen. Misschien valt het woord ‘wijsheid’.
Mijn nekharen trekken strak, bezorgen me haar- en hoofdpijn. Niet oordelen, denk ik in mezelf, en ik concentreer me op de jurk. Tientallen jurken hangen er in die zaak en daartussen is er een met een detail dat direct terug te leiden is naar haar naam – de naam van mijn eigen overleden kind. Maar terwijl ik er met alle macht probeer geen teken in te zien, niet alles te willen verdrinken in mijn eigen magisch denken, golven de gedachten door mijn hoofd.

Hoeveel ik over zou hebben voor twaalf jaar. Hoe ik eventuele wijsheid prima had kunnen missen (maar haar niet).
Hoe ik hoop dat, als het me dan toch iets brengt, ik mettertijd zachter zal worden. Misschien is dat wat de moeder bedoelt. En dus oordeel ik niet.
De dood is, net als de zee, een van de weinige dingen waarover wij mensen geen controle krijgen – het is te groot om te omvatten en het maakt ons woest en angstig. We hebben er ook ontzag voor, of: ontzag voor de mensen die erdoor zijn aangeraakt, ernaast hebben gestaan, eraan zijn ontsnapt of er juist middenin zitten.

Hoe men reageert op het feit dat we onze sterfelijkheid niet in de hand hebben, is precies waarover het gaat in The Violet Hour, het boek dat Katie Roiphe schreef over het verscheiden van een handvol schrijvers – die, heel verrassend, ineens ook maar gewoon mensen bleken. Ook Barbara Ehrenreich houdt zich bezig met de weerstand tegen de dood. In Bright-sided richtte ze haar pijlen al op de immer optimistische Pink Ribbon-beweging, met Natural Causes pakt ze de hele gezondheidsindustrie aan.
We willen de dood niet pikken, zien Roiphe en Ehrenreich. Maar als we er recht tegenover staan, zoals de moeder, of middenin, zoals de dichter, dan kunnen we niet anders dan meebewegen, veranderen. En dat er soms iets goeds in die verandering zit, ja, dat geloof ik wel.

Ik neem de jurk, applaudisseer voor de dichter, mis mijn dochter en omarm, met wat weerstand, een eventuele zachtheid.

 


Marijn Sikken mijmert over lezen, verhalen en literatuur en schrijft daar columns over. Haar debuutroman, ‘Probeer om te keren’ (2017) verscheen bij Uitgeverij Cossee.

Om Literair Nederland draaiende te houden, zijn wij afhankelijk van vrijwillige bijdragen. U kunt ons steunen via de rode knop. Waarvoor onze hartelijke dank!

Meer van Marijn Sikken: