Bij de uitreiking van de Nobelprijs aan Bob Dylan

Oh, what did you see, my blue-eyed son?
Oh, what did you see, my darling young one?
I saw a newborn baby with wild wolves all around it
I saw a highway of diamonds with nobody on it
I saw a black branch with blood that kept drippin’
I saw a room full of men with their hammers a-bleedin’
I saw a white ladder all covered with water
I saw ten thousand talkers whose tongues were all broken
I saw guns and sharp swords in the hands of young children
And it’s a hard, and it’s a hard, it’s a hard, it’s a hard
And it’s a hard rain’s a-gonna fall

Bob Dylan schreef dit lied in de zomer van 1962

steun-ons@2x

Nieuwsbrief

Ontvang onze nieuwsbrief. Geef hieronder uw emailadres op:

 

Column
door Liliane Waanders

Heimwee naar de kaartcatalogus

door Liliane Waanders

‘Dat dat zomaar kan, alle dagen in de weer met die kaartjes.’ Om die zin zal ik vast ook gelachen hebben, toen ik Utopia of De geschiedenissen van Thomas van Doeschka Meijsing voor het eerst las. Dat was in 1984 en ik werkte toen als jongste bediende op de catalogusafdeling van wat ik voor het gemak maar een bibliotheek noem. Het was mijn taak om elke week de cataloguskaartjes van de nieuwe aanwinsten overdwars in de houten bakken te steken (zodat mijn werk gecontroleerd kon worden door het afdelingshoofd) en de kaartjes van afgeschreven boeken te verwijderen. Ik vond het werk verschrikkelijk én geestdodend, en de afdeling waar ik was beland wonderlijk.
Mijn collega’s leken het werk dat ze deden volkomen vanzelfsprekend te vinden.

Lees meer