Bewaarde klanken

Om het inoperabel tekort
van gebaren die onvoltooid
en gedachten die verzwegen
blijven om alles wat nooit
kan worden prijsgegeven
beroep ik me op het gedicht
als machteloos tegengewicht.

Dit zijn regels van Ellen Warmond (uit: ‘Excuus’, Proeftuin, 1953) die soms worden gestuurd als troost na het overlijden van een naaste. Ze werden ook getwitterd in dezelfde week dat ik in het Amsterdamse Concertgebouw dirigent Michael Tilson Thomas van het London Symphony Orchestra enkele, soms terugkerende en veelzeggende gebaren zag maken tijdens de uitvoering van de zesde en zevende symfonie van Jean Sibelius. Hij hief zijn linkerhand in de lucht, als pakte hij de klank van het orkest af, en bracht zijn gebalde vuist tot achter zijn rug. Hiermee leek hij te willen zeggen, en nu op naar een volgend, mooi klankmoment, dat ik weer in mijn vuist zal vangen en zo, als in een doosje, bewaren zal.
Raadselachtiger, haast ritueel was het wat er tussen de twee symfonieën in gebeurde. Hij legde het dirigeerstokje waarmee hij de zesde symfonie had gedirigeerd neer en pakte, voor hij de eerste inzet van de zevende aangaf, een ander stokje. Met één vinger leek hij de weerstand van het stokje aan de bovenkant te testen. Waarop leden uit het orkest hard begonnen te lachen. Tilson Thomas haalde zijn schouders op als wilde hij zeggen: ‘Laat me nu maar. Het hoort erbij’.

Gebaren – ze kunnen soms juist zovéél zeggen. Bij het lezen van Warmond moest ik ook denken aan dat herhaalde gebaar van Dame Judy Dench tijdens de monoloog van Lady Macbeth van Shakespeares (op dvd van de Royal Shakespeare Company, 2004). Een vriend had me erop gewezen. En, ja – daar was het moment: met één hand veegde ze meerdere keren laag, als het ware over de grond – gelijk een van de heksen aan het begin van het stuk – op de volgende woorden, kort na de briefscène:

…. Kom, gij geestenschaar
Die moordgedachten zaait, ontvouw mij thans,
En giet mij boordevol, van kruin tot tenen,
Met ijselijke wreedheid. [Ze heft haar handen ten hemel en gaat daarna weer vegend verder]
Stol mijn bloed,
Sper elke weg en toegang voor erbarmen.

(vertaling Willy Courteaux):

Twee dichterlijke frases, van Warmond en Shakespeare en gebaren van Tilson Thomas en Dench. Gedicht als these – toneel als antithese. De synthese vind ik in mijn hart, waar ik het bewaar.

 


Els van Swol leest alles wat los en vast zit en slaat als het even kan geen toneelvoorstelling van Shakespeare over. Zij bezoekt regelmatig het concertgebouw waar ze dan weer over schrijft in haar columns.

Meer van Els van Swol: