Betere tijden

Weer had er iemand ongevraagd opgemerkt dat er boeken in mijn kasten stonden die ik zeker in geen twintig, misschien al wel dertig jaar had vastgehouden. Met de onuitgesproken boodschap dat die dus wel weg konden. Daarom wilde ik mijn boeken van lang geleden opnieuw lezen, om te bewijzen dat ik ze nodig had. Ik begon met mijn oude, stukgelezen kinderboeken die geduldig op zolder hadden staan wachten tot ze hun verhaal weer vertellen konden. 

Zo vloog ik weer met Nils Holgersson op de rug van de ganzen naar Lapland, zwierf met Remi en Vitalis door Les Landes, voetbalde met de Katjangs, reed met Winnetou en Old Shatterhand door het Wilde Westen, voer met de scheepsjongens van Bontekoe naar Oost-Indïe en dook met kapitein Nemo 20.000 mijlen onder zee. Het was als een reünie van de middelbare school: sommige van je oude vrienden herken je helemaal niet meer, met anderen pak je de draad op alsof er nooit een zee van jaren tussen gelegen heeft. Enkelen vallen na al die tijd tegen, terwijl ze vroeger tot je beste vrienden behoorden. Er is altijd wel eentje bij die je vroeger gemeden hebt als de pest, om nu bij een hernieuwde kennismaking te moeten constateren dat je meer met hem gemeen hebt dan je ooit had kunnen denken. 

Maar de boeken zijn hetzelfde gebleven, dus ik moet veranderd zijn. Ik laat me niet meer zomaar ademloos meeslepen in het verhaal, ik let ook op stijl en structuur, beeldspraak, verteltempo en historische verantwoording. Ik lees niet alleen maar met mijn hart, maar ook met mijn hoofd. Alsof ik, in plaats van me in de Efteling te vergapen aan het wonder van de slapende Sneeuwwitje, me afvraag hoe het mechanisme werkt dat haar borst laat rijzen en dalen. Of welk merk haarverf Blauwbaard gebruikt zou hebben. En of het glazen muiltje van Assepoester niet berust op een vertaalfout. Ik ben niet meer de kleine Johannes, ik ben in Pluizer veranderd. Ik ben volwassen geworden, net als ‘Het meisje’ van Hanny Michaelis:

‘Ben ik na jaren nog het kind gebleven
 dat zich, door lentes toverlicht verblind,
 liet vangen door de speelse voorjaarswind
 als hoog boven haar hoofd de wolken dreven?

 Ben ik nog steeds het argeloze kind
 dat zich aan zon en wind kan overgeven?
 Is het dezelfde band waarmee dit leven
 mij aan een wereld vol geheimen bindt?

 Weer laat ik door de voorjaarswind mij vangen,
 weer dwaal ik als een kind door lentes land,
 verblind van licht, met overbloosde wangen.

 Maar ‘k heb mijn onbevangenheid verpand –
 diep in mij laait de vlam van het verlangen:
 een vuur dat niet in kinderen ontbrandt.’

Dat wil niet zeggen dat ik niet meer genieten kan van die klassiekers. In De hut van Oom Tom belichaamt de ijzingwekkende vlucht van Eliza met haar kind over de ijsschotsen nog steeds de hoop op andere, gelukkigere tijden. Diezelfde hoop dat het eens beter wordt, lees ik in al mijn kinderboeken terug. Daarom mogen ze blijven, juist nu we bijna de hoop verliezen. 

 

Uit: Verzamelde gedichten (2006) / Hanny Michaelis



Hettie Marzak is poëzierecensent en schrijft maandelijks een column voor Literair Nederland.

Om Literair Nederland draaiende te houden, zijn wij afhankelijk van vrijwillige bijdragen. U kunt ons steunen via de rode knop. Waarvoor onze hartelijke dank!

Meer van Hettie Marzak: