13 december 2016

Bas Heijne wint P.C. Hooft-prijs voor beschouwend werk

Op 13 december 2016 maakte de jury – bestaande uit Jacqueline Bel, Kees ’t Hart, Kristien Hemmerechts, David Van Reybrouck en Dirk van Weelden – bekend dat columnist, schrijver en vertaler Bas Heijne de P.C. Hooftprijs 2017 krijgt toegekend voor zijn beschouwend oeuvre.

Bas Heijne is onder andere columnist van NRC en schrijft over zeer uiteenlopende actuele onderwerpen als Hollywoodfilms en Couperus, over Europees referenda, over haatvloggers en de toekomst van de roman.

Volgens de jury geeft Heijnes werk, ‘(…) een vernieuwende impuls aan wat literatuur in maatschappelijke zin betekenen kan.’ En ook, ‘Hij schrijft als een denker én denkt als een lezer.’ De P.C. Hoofdprijs werd dit jaar bestemd voor beschouwend proza en wordt uitgereikt op op donderdag 18 mei in Den Haag.

Heijne publiceerde onder meer de romans Laatste woorden (1984) en Suez (1992). Ook gaf hij een reeks essays uit, waarvan er verschillende werden bekroond of genomineerd voor een prijs. Angst en schoonheid, zijn essay over Couperus uit 2013, werd beloond met de J. Greshoffprijs.

De P.C. Hooft-prijs behoort tot de belangrijke literatuurprijzen in het Nederlandse taalgebied. Deze oeuvreprijs wordt jaarlijks afwisselend toegekend voor proza, essayistiek en poëzie. De P.C. Hooft-prijs is ingesteld in 1947. De prijs wordt jaarlijks rond de sterfdag (21 mei) van P.C. Hooft uitgereikt en bedraagt 60 duizend euro.

De laatste drie winnaars waren Astrid Roemer (in 2016, voor proza), Anneke Brassinga (in 2015, voor poëzie) en Willem Jan Otten (in 2014, voor essay).

Foto: Bart Koetsier

Recent

20 september 2017

In de huid van een leeuwin

19 september 2017

Nieuw leven beschreven

18 september 2017

Dichter van de werkelijkheid

16 september 2017

Een week lang feest

Literair Nederland - 10 jaar geleden

24 september 2007

"Toen ik jou voor het eerst zag, kwam je voorbijfietsen op een bakfiets waarin je spullen vervoerde. Het was laat in het jaar 1952, in de winter. Ik stond voor het raam van mijn ouderlijk huis in de Wilhelminastraat, waar mijn ouders een hotel-pension dreven, naar buiten te kijken. De Wilhelminastraat heette alweer een jaar of zeven zo. Als jong kind groeide ik op met de Schouwburgstraat, omdat in de oorlog namen van de koninklijke familie waren geschrapt door de Duitse bezetter. Soms reed je wel drie keer per dag op die bakfiets langs. Ik vond je koddig en stoer met je houtje-touwtjejas aan en je mutsje op. Je was toen al een apart type. Ik was vijftien jaar en had wat je noemt een voorspellende blik. Ik herinner mij dat ik, nadat je weer langs was gekomen, mijn moeder vertelde dat wij zouden trouwen en een kind zouden krijgen. Mijn moeder was het gewend dat ik zulke dingen zei. Ik had vaker van die voorspellingen, soms ook over de dood. Dat vond ze eng."

"Toen ik jou voor het eerst zag, kwam je voorbijfietsen op een bakfiets waarin je spullen vervoerde. Het was laat in het jaar 1952, in de winter. Ik stond voor het raam van mijn ouderlijk huis in de Wilhelminastraat, waar mijn ouders een hotel-pension dreven, naar buiten te kijken. De Wilhelminastraat heette alweer een jaar of zeven zo. Als jong kind groeide ik op met de Schouwburgstraat, omdat in de oorlog namen van de koninklijke familie waren geschrapt door de Duitse bezetter.

Lees meer