• In memoriam Paulien Cornelisse (1976-2026)

    Schrijfster, columniste en cabaretière Paulien Cornelisse is op woensdag 30 september overleden, ze werd 50 jaar. Ze werd sinds 2021 behandeld voor kanker. Cornelisse was sinds 2025 te zien als jurylid van De Slimste Mens, waarvan recent een nieuw seizoen verscheen.

    Taal is zeg maar echt mijn ding  

    Paulien Cornelisse begon in 2000 als journalist en schreef vanaf 2007 goed gelezen columns over taal, in een voor haar kenmerkende droge en grappige stijl. Eerst deed ze dat voor nrc.next en NRC, later voor de Volkskrant op de voorpagina. In 2009 publiceerde ze in eigen beheer Taal is zeg maar echt mijn ding. Het boek gaat over humoristische taalverwarringen, ze legde daarmee voor een groot publiek de basis voor een liefde voor taal. Het werd een groot succes: platina boek (500.000+ verkochte exemplaren), 124 weken in de bestseller 60 en een verfilming door Barbara Bredero, naar een scenario van Tijs van Marle. Het boek kreeg in 2012 een opvolger met En dan nog iets en in 2018 met Taal voor de leuk. In 2016 maakte Cornelisse haar fictiedebuut met De verwarde cavia, gevolgd door De verwarde cavia. Terug op kantoor dat de NS-publiekprijs won. Tevens schreef ze het kinderboek Het mooiste geluid ter wereld (2018).

    HèHè

    Haar laatste boek verscheen in 2025: het Boekenweekessay Hèhè, waarvan de eerste oplage van 61.000 exemplaren na twee dagen uitverkocht was. In een interview met Volkskrant zei ze: “Een zucht is een zorg, een ‘hèhè’ is een uiting van hoop. (…) Ik moet zeggen, van dat soort is er veel sinds ik kanker heb. Je vinkt allerlei dingen af. Dan is er weer een scan geweest: hèhè, die is achter de rug. Geen oer-hèhè, benadrukt ze, want de activiteit is nog niet klaar, de ramp niet afgewend.”

    Paulien Cornelisse wist door haar columns, boeken, tv-optredens en theatertours op toegankelijke wijze het grote publiek verliefd te maken op taal, met al zijn absurde eigenaardigheden. Bovenal overheerste in haar boeken en columns het gevoel dat taal iets is waar je mee kunt spelen en dat verwondering oproept. “Ik denk dat mensen zichzelf laten zien door hoe ze zich uitdrukken. Misschien ga ik daar soms wel te ver in en analyseer ik iemand te veel op grond van wat er gezegd wordt en wat er volgens mij eigenlijk wordt bedoeld. Misschien is er veel meer random dan ik denk. Maar ik voel er dus van alles bij, en daarom let ik er steeds op.”

    Foto: Dirk Annemans


  • Uit de as herrezen

    Feniks is de debuutroman van Jacky Kuiper. Het schrijfproces nam zo’n tien jaar in beslag en maar liefst vier versies haalden de eindstreep niet. De uiteindelijke roman bestaat uit een aantal losse verhalen uit het leven van het hoofdpersonage Eva. In niet-chronologische volgorde neemt Kuiper de lezer mee door haar leven. Het boek is deels autobiografisch, en leest als een coming-of-age-roman. Kuipers vader werd – zoals ook de vader van het hoofdpersonage Eva – veroordeeld voor drugssmokkel.

    Eva groeit op in een disfunctioneel gezin. Haar vader is een crimineel en haar moeder is instabiel. De band met haar gezinsleden is slecht. Ze heeft ook een zusje, maar het contact is niet heel hecht. Eva’s oma is het lichtpunt in haar leven, met haar heeft ze een warme band. Na het overlijden van haar oma voelt Eva zich een buitenstaander in haar eigen familie. ‘La seria word ik genoemd, de serieuze. Ik ben nooit blij, nooit vrolijk. […] Inmiddels is me duidelijk dat mijn plaats binnen de familie die is van af en toe eens vragen hoe het ermee gaat.’

    Tussen liefde en leegte

    Eva’s jeugd laat littekens achter. Eva sluit zich af, heeft suïcidale gedachten en verwondt zichzelf. Ook de relaties die ze als volwassene aangaat, lijden daaronder. Ze is in zichzelf gekeerd, en eindigt in een ongelukkig huwelijk met Hugo. Hij gaat vreemd en zijn affaire duurt twee jaar, ook als Eva al zwanger is. Als ze de vrouw ontmoet met wie hij een affaire heeft, komt ze tot besef. ‘Ik kijk naar haar en zij kijkt naar mij. Ik dacht dat ik nog meer woede zou voelen. Er is geen woede. De persoon voor mij is mij. Ze vult de hiaten die ik in mijn relatie achterliet toen ik alleen in mezelf leefde.’

    Anne is een potentiële volwaardige liefde. Deze man lijkt Eva echt te beroeren. ‘Een Fries. Groot. Lang. Breed. Hoekig. Helblauwe ogen, witblonde haren en rossige stoppels. Anne was er vlak voor ik Hugo leerde kennen. Hij was niet zo knap als Hugo, maar als hij lachte stond mijn kut in brand.’ De chemie tussen hen blijft, en ze ontmoet Anne opnieuw jaren nadat ze elkaar uit het oog zijn verloren. Eva is nog steeds bij Hugo, maar ze kan Anne niet weerstaan. Ze spreken af en hebben seks. Ook op haar trouwdag met Hugo – Anne is Hugo’s getuige – houdt ze Annes hand vast als ze samen achter in de auto zitten. Hij laat haar nooit helemaal los, maar tot een relatie komt het niet.

    Wedergeboorte

    Eva zoekt continu naar zichzelf en naar vrijheid. Ze wordt depressief en gaat daarvoor in therapie. Pas op haar langere reis naar Suriname lijkt ze zichzelf te vinden. Daar voelt ze zich thuis, en één met de natuur. Als ze een schildpad die haar eieren legt op het strand beschermt tegen stropers, krijgt ze een openbaring. ‘De moeder van iedereen, van alles dat leeft. De tranen stromen over mijn wangen, mijn arm als brug tussen mij en de moeder der moeders.’

    Die vrijheid wordt opnieuw ingeperkt als ze al een dochter heeft met Hugo. Ze wonen samen in Amsterdam, maar Hugo beslist zonder haar medeweten om de boerderij van zijn ouders over te nemen. Eva kijkt toe. ‘Ik kon doen wat ik wilde om dit alles te stoppen, mijn vrijheid te behouden, maar het erfrecht kwam boven mijn recht.’ Ze verhuizen naar het platteland en Eva wordt daar steeds ongelukkiger.

    Als een feniks die uit de as herrijst, vindt Eva uiteindelijk haar vrijheid. Ze scheidt van Hugo en gaat alleen wonen in een soort commune met haar dochter. Door het moederschap vindt ze nieuwe betekenis. Ze breekt los van haar verleden, en vindt de uiteindelijke vrijheid waar ze zo duidelijk naar op zoek was. Die vrijheid bestaat vooral uit het vermogen om zelf te bepalen wie ze wil zijn en wat ze wil doorgeven. ‘Ik hoef mijn eenzaamheid niet door te geven. Het eindigt bij Saar’, klinkt de slotzin. Ze geneest zichzelf, en besluit om haar jeugdtrauma niet door te geven aan haar dochter.

    Het verhaal wordt fragmentarisch verteld, daardoor is het aan het begin van een nieuw hoofdstuk vaak zoeken waar de lezer zich in Eva’s leven bevindt. Ook het ontbreken van leestekens tijdens dialogen is soms verwarrend. Kuipers schrijfstijl is sober en rauw. Ingrijpende gebeurtenissen worden zonder al te veel emotie beschreven: haar zelfverminking, de dood van haar beide oma’s en die van haar kat. Tegelijkertijd schroomt ze expliciet taalgebruik niet: seksscènes met Anne worden tot in detail opgeschreven. Dat past bij Eva, het uiten van haar emoties lijkt zij moeilijker te vinden dan het navertellen van de heftige gebeurtenissen in haar leven. Feniks is daarmee vooral een verhaal over een nieuw begin, over jezelf terugvinden na een valse start in het leven. En over het opnieuw vinden van betekenis.


    Feniks

    Feniks

    Jacky Kuiper

    Uitgever: Atlas Contact

    ISBN 9789025478124

    208 pagina's

    Prijs: € 21,99

    Kopen bij Libris