• De dagboekaantekeningen van Benno Barnard

    Het raadsel van de anderen bevat de dagboekaantekeningen van de in Engeland woonachtige auteur Benno Barnard (1954) die lang in België heeft gewoond. Over de reden van het schrijven van een dagboek haalt hij de Franse schrijfster – en in 2022 winnares van de Nobelprijs voor Literatuur – Annie Ernaux aan: ‘Ik heb zo weinig de indruk dat ik beleef wat ik beleef, dat ik het opnieuw moet beleven om het uiteindelijk te beleven…’ Dat is natuurlijk mooi geformuleerd, maar dan blijft nog wel de vraag over of de lezers van het gepubliceerde dagboek er ook iets aan hebben. Is het niet te klein en te persoonlijk om door te kunnen dringen in het raadsel dat het leven van Barnard voor zijn lezers is?

    Een dagboek geeft altijd een versnipperd beeld van iemands leven. Er wordt van de hak op de tak gesprongen en veel dingen herhalen zich. In het geval van Barnard: het wandelen met de honden, bezoeken van en etentjes met vrienden (van wie de meesten voor Nederlanders onbekend zijn, als ze al met hun volledige naam vermeld worden), bezoeken aan artsen voor onderzoek aan zijn prostaat of reizen vanuit Engeland naar België voor lezingen en voor het werk van zijn vrouw. Hij doorbreekt het verslag van een specifieke dag regelmatig door herinneringen op te schrijven, bijvoorbeeld aan vroegere reizen of het opgroeien van zijn zoon en geadopteerde dochter. De harde werkelijkheid dringt ook regelmatig door in de dagboekaantekeningen van Barnard: de inval van Rusland in Oekraïne vormt de eerste dagboekaantekening. Het dagboek is verder een weerslag van de boeken die hij zélf leest, waarbij het opvalt dat veel van zijn lectuur in het interbellum is geschreven met af en toe verwijzingen naar de Bijbel en klassieke Griekse en Latijnse auteurs.

    Liefde voor vrouw en zoon

    Zijn liefde voor zijn vrouw en zoon spat van de pagina’s af. Verder is de veel te jong overleden dochter een constante factor van Barnards aandacht en liefde. Herinneringen aan haar vormen de mooiste en ontroerendste dagboekaantekeningen. Een eerder deel van zijn dagboeken mondde uit in een roman, hier sluit hij zijn dagboek af met een serie gedichten die gedeeltelijk over die overleden dochter gaan. 

    Stijl

    Een schrijver die ook dichter is, heeft vrijwel altijd een bijzonder mooie schrijfstijl. Barnard vorm hier geen uitzondering op. Er zijn dan ook pareltjes van zinnen in zijn dagboek aan te wijzen. Daar staat tegenover dat hij het de lezer niet altijd makkelijk maakt en moeilijke of ongebruikelijke woorden niet mijdt. Hij stelt zichzelf dan ook de vraag of zijn teksten moeilijk zijn. Dat zou hem spijten: ‘Ik kan het allemaal wel anders formuleren, maar dan kom ik niet te weten wat ik denk, omdat ik het dan niet denk.’

    Op dezelfde voet verdergaan

    Van zijn vorige boek Afscheid van de handkus blijken in het eerste jaar van verschijnen nog geen vijftienhonderd exemplaren verkocht te zijn, terwijl dat toch algemeen als zijn magnum opus wordt beschouwd. Desondanks gaat hij op dezelfde voet verder. Hij is niet voor de verleiding gezwicht de dagboekaantekeningen en gedichten over zijn overleden dochter in een handzaam boekje onder te brengen, dat ongetwijfeld een groter verkoopsucces zou kunnen worden.

    Nu zegt kwantiteit – gelukkig – niets over kwaliteit. Iemand die zo fraai over zijn eigen leven en dat van de anderen om hem heen kan schrijven, moet daarmee vooral doorgaan, liefst tot het einde der tijden.

    Het raadsel van de anderen

    Het raadsel van de anderen

    Benno Barnard

    Verschenen: 2026

    Uitgever: Atlas Contact

    ISBN 9789025478551

    448 pagina's

    Prijs: € 26,99

    Kopen bij Libris
  • Waanzin en waarheid

    Elias ontvangt zes jaar nadat hij zijn tweede roman (zijn eerste was ‘De verticalen’) heeft gepubliceerd een brief van de vrouw van degene die een belangrijke adviseur was geweest bij de totstandkoming van het boek. Hij had aanvankelijk een historische roman willen schrijven over het Middeleeuwse fenomeen waarbij mensen een ziekelijke drang hadden om in groepen te dansen, soms zelfs tot de dood er op volgde. Om meer te weten over deze danszucht of choreomanie had hij intensief contact gehad met professor Amon Encke die er veel onderzoek naar had gedaan. Toch was Elias’ roman, die hij ‘Danswoede’ had getiteld, in hoofdzaak niet over die dansmanie gegaan maar over de waanzin die in zijn eigen familie voorkwam. De invloed van Encke was bij de keuze voor die wending beslissend geweest.

    Danswoede is ook de titel van de tweede roman (zijn eerste was De grijzen in 2021) van Vincent Merjenberg. En hij stuitte eveneens op dit verschijnsel uit de Middeleeuwen en ook hij kende ‘gekte’ in zijn familie. 

    Merjenbergs Danswoede beschrijft het ontstaansproces van de denkbeeldige roman ‘Danswoede’ van Elias (diens achternaam komt in het boek niet voor) en de psychotische verwikkelingen rond die auteur na de publicatie van dat boek. Elias’ moeder pleegde kort daarna zelfmoord (volgens hem ten gevolge van het boek) en hijzelf leefde vervolgens twee jaar op straat.

    Ongemakkelijk

    Merjenberg vertelt het verhaal in drie delen. In het eerste lezen we door Elias’ ogen welke rol de waanzin in zijn familie heeft gespeeld. Zijn opa van moederskant was ‘gek’ en zijn aan pillen verslaafde moeder zinspeelde voortdurend op een gekte die Elias van zijn opa zou kunnen erven. 
    In het tweede en langste deel reist Elias naar Lebensrode, de plaats waar Encke is geboren en in zijn latere leven is teruggekeerd: ‘De professor wenst je nog eenmaal te ontmoeten’, luidde de uitnodiging. Op weg ernaar toe reflecteert Elias lang filosoferend op zijn vriendschap met Encke en diens adviezen aan hem. Voor zover je dat als lezer in deel 1 nog niet had, voel je je in het tweede deel steeds ongemakkelijker worden. Er klopt van alles niet aan de gedachten van Elias.
    In het derde deel belanden we in de bijzondere belangen die Encke had bij zijn ‘hulp’ aan Elias. 

    Angst

    Danswoede gaat over fundamentele vragen als het ontstaan van psychoses en waanzin, het horen van stemmen en de erfelijkheid van de ziekte. Daaromheen draaien boeiende filosofische kwesties.  Dat iemand psychisch ziek is valt op zolang de grote meerderheid van de mensen dat niet denkt te zijn. Voor de zieke is zijn eigen wereld echter normaal omdat hij erin gelooft; in zijn ogen is de rest van de wereld gek: ‘Waanzin was de staat waarin je zelf koos wat waarheid was’, denkt Elias. 

    Waardoor wordt iemand waanzinnig? Daar kunnen verschillende redenen voor zijn als massahysterie, vrees voor de toorn Gods, maar ook vergiftiging. Zo kwam in de vroege Middeleeuwen een paar keer de aandoening Sint-Antoniusvuur voor die lang als straf van God werd gezien, maar afkomstig bleek van het eten van beschimmeld graan (ergotisme).

    Populisme

    In de ogen van Encke, die erfelijke doorgifte tegenover Elias afwees, was angst de kern van het ontstaan van waanzin: ‘Angst heeft geen bewijs nodig (…) Angst zoekt geen inhoud maar vorm (…) Wat we vrezen kan werkelijkheid worden, als we er samen in geloven.’ (Merjenberg laat Encke zijdelings een stapje naar populisme maken: ‘We leven in een tijd van (…) populisme dat mensen bevrijding belooft via simplistische mythes. Narratieven vervangen feiten (…) De waanzin is collectief geworden, de dans is opnieuw begonnen.’)

    Elias had zijn roman willen schrijven om zo af te rekenen met de dreiging van de waanzin die van de verhalen over zijn opa en de raadselachtige toespelingen van zijn moeder uitging. Op grond van de adviezen van Encke geloofde hij met een nieuw persoonlijk narratief het familieverhaal de das om te doen: een nieuw verhaal hoeft niet waar te zijn als het maar geloofwaardig is, had Encke hem uitgelegd. Het werkte echter averechts. Elias bevestigde er juist door dat de gekte hem in zijn greep had. 

    De sinistere rol die Encke daarin achteraf blijkt te hebben gespeeld geeft Danswoede een beklemmende en knap opgediende spanning.

    Danswoede

    Danswoede

    Vincent Merjenberg

    Verschenen: 2026

    Uitgever: Atlas | Contact

    ISBN 9789025472979

    288 pagina's

    Prijs: € 23,99

    Kopen bij Libris
  • Aan de vergetelheid ontrukt 

    Van de Zwolse chirurgijn Hendrik Smeeks (1645-1721) verscheen in 1708 het verzonnen reisverhaal, getiteld Beschryvinge van het magtig Koningryk Krinke Kesmes. Hij beweert dat hij de tekst heeft samengesteld uit de geschriften van koopman Juan de Posos, zoon van een Spaanse vader en een Nederlandse moeder. Daarin komt ook het verhaal van El-Ho voor die als Hollandse jongen achterbleef op een eiland en daar zonder metgezellen moest zien te overleven. Ze zouden elkaar ontmoet hebben in het koninkrijk Krinke Kesmes.

    Helemaal alleen overleven op een eiland? Dat doet natuurlijk onmiddellijk denken aan het beroemde verhaal over Robinson Crusoe dat Daniel Defoe in 1719, elf jaar na Krinke Kesmes, publiceerde. Zou Defoe het verhaal van El-Ho misschien gekend hebben en als inspiratie hebben gebruikt voor zijn Robinson? Er zijn immers duidelijke overeenkomsten aan te wijzen tussen de twee verhalen en Defoe bezat een Nederlands-Engels woordenboek. Dat bewijst nog niet alles, maar als het zo is, dan is het natuurlijk jammer dat het Nederlandse origineel in de vergetelheid is geraakt en dat de navolging wereldberoemd is geworden. Gerechtigheid dus dat Arjen van Meijgaard het verhaal van De Posos (met daarin dat van El-Ho) aan de vergetelheid heeft ontrukt en er een in modern Nederlands geschreven hertaling van heeft gemaakt die natuurlijk een stuk prettiger leest dan het achttiende-eeuwse origineel.

    Terra australis incognita en Utopia

    Er spelen nog twee andere zaken een belangrijke rol in het verhaal van De Posos: allereerst is men begin achttiende eeuw op zoek naar Terra australis incognita, het onbekende Zuidland. De Posos strandt daar bij toeval en bij het beschrijven van het daarop gelegen koninkrijk Krinke Kesmes (waarvan de naam natuurlijk een anagram is van de naam van de auteur) kan hij in navolging van Thomas More’s Utopia een samenleving beschrijven die op sommige punten superieur is aan de Europese. Ook de tijdrekening is volkomen anders dan in Europa. De Posos realiseert zich daardoor dat zijn wereldbeeld relatief is en dat Europa niet in alles superieur is. 

    Krinke Kesmes beschreven

    Wat komen we te weten over het koninkrijk Krinke Kesmes? Het is een eiland van ongeveer twintig bij twintig kilometer en wordt strak geregeerd volgens oude regels die gedeeltelijk ontleend zijn aan Confucius. De hiërarchie is streng, maar rechtvaardig en er heerst orde omdat de bewoners veel waarde hechten aan een behoorlijke opvoeding. Er is vrijheid van godsdienst en vrouwen hebben dezelfde rechten als mannen; ze worden zelfs gestimuleerd te gaan studeren. Twee eilanden maken deel uit van Krinke Kesmes: Nemnan en Wonvure. Ook hier is sprake van anagrammen, namelijk van de woorden mannen en vrouwen. De opvattingen van de inwoners van de twee eilanden staan lijnrecht tegenover elkaar, maar tot een discussie komt het niet: de brieven die vanuit Wonvure naar Nemnan gestuurd zijn, worden niet beantwoord.

    Isolement 

    Om de binnenlandse rust te waarborgen heeft de koning van Krinke Kesmes bewust gekozen voor isolement: het is de inwoners verboden zich buiten de landsgrenzen te begeven; op overtreding van dit verbod staat de doodstraf. De koning koopt zoveel goederen van De Posos dat deze een gigantische winst kan boeken, waardoor hij zijn reis niet hoeft voort te zetten en de terugreis meteen kan aanvaarden. Bij zijn vertrek wordt hem uitdrukkelijk te verstaan gegeven dat hij nooit meer naar Krinke Kesmes mag terugkeren.

    Het verhaal van El-Ho

    De Posos ontmoet op Krinke Kesmes El-Ho die zijn overleven op het eiland aan het papier heeft toevertrouwd. Wat is deze scheepsjongen overkomen? Het schip waarop hij bemanningslid was, lag bij een eiland voor anker en hij ging op zoek naar water. Bij zijn zoektocht verdwaalde hij waardoor hij niet op tijd terugkeerde op zijn schip dat vervolgens zonder hem vertrok. Gelukkig had de bemanning wel een flinke hoeveelheid gereedschap en kleding voor hem achtergelaten. Met behulp hiervan en dankzij zijn improvisatievermogen slaagt El-Ho erin op het eiland te overleven. Wanneer de nood hoog is, wendt hij zich tot God met het verzoek hem te troosten; later dankt hij God voor zijn steun. Na verloop van tijd voelt El-Ho zich helemaal op zijn gemak op het eiland; wel verliest hij alle begrip van tijd. 

    Uit een aangespoeld scheepswrak kan El-Ho zijn voorraad aanvullen; er zijn ook wapens aan boord die hij meeneemt. De scheepshond wordt zijn metgezel die hem helpt bij het verslepen van goederen van het schip naar zijn eigenhandig gebouwde fort. Daar wordt hij aangevallen door een groep Kaskes (Strandbewoners). Uit angst bidt hij tot God. De jongen is intussen een volwassen man geworden en blijkt zich uitstekend te kunnen verdedigen: hij verslaat verschillende aanvallen af. Uiteindelijk wordt hij overmeesterd door een list waarna hij meegenomen wordt naar hun nederzetting, waar hij een jonge vrouw aangeboden krijgt om mee te leven.

    Na enige tijd duikt een ruiterleger op, dat afkomstig is uit Krinke Kesmes. De ruiters richten een slachting aan onder de Strandbewoners die zich nauwelijks verzetten. El-Ho is – in tegenstelling tot de anderen – wit, wordt niet gedood, maar meegenomen naar het koninkrijk. Daar krijgt hij van de autoriteiten zijn naam, die vrij man betekent in de taal van Krinke Kesmes (zijn Nederlandse naam wordt niet vermeld). Het wordt zijn taak een aantal jongeren de Nederlandse taal te onderwijzen. 

    Niet ingekort

    Het verhaal van Juan de Posos wordt niet alleen onderbroken door het verhaal van El-Ho, maar ook door op zichzelf staande, eerlijk gezegd nogal lange en saaie zijsprongen, bijvoorbeeld over de vraag hoe je het beste scheurbuik kunt voorkomen en uitleg over de Texelstroom. De gedetailleerdheid van deze informatie zal waarschijnlijk bedoeld geweest zijn om Smeeks’ tijdgenoten het verder verzonnen verhaal voor waar te laten aannemen. Voor een lezer in onze tijd voegen de zijsprongen niet veel toe. Hadden ze misschien weggelaten kunnen worden? Dat zou natuurlijk een verminking van het oorspronkelijke manuscript betekend hebben waarvoor niet is gekozen.

    Vergelijk El-Ho met Robinson Crusoe 

    Vooral het verhaal van El-Ho is spannend en het lezen meer dan waard. Pak vervolgens Robinson Crusoe erbij en dan kan iedereen voor zichzelf uitmaken welke overeenkomsten het verhaal van El-Ho heeft met dat van Robinson. Eén opvallende overeenkomst is de religieuze context: Daniel Defoe presenteerde zijn Robinson Crusoe uitdrukkelijk als een bekeringsgeschiedenis. Het gaat om een ongehoorzame jongeman die door God wordt gestraft met een schipbreuk. Hij wordt pas van zijn onbewoonde eiland gered na zijn bekering. In de 53 pagina’s van El-Ho komt God een twintigtal keer voor (en één keer zingt hij psalmen). Het geeft voedsel aan de gedachte dat El-Ho met recht een voorloper van Robinson Crusoe genoemd mag worden.

    Beschrijving van het machtige koninkrijk Krinke Kesmes

    Beschrijving van het machtige koninkrijk Krinke Kesmes

    Hendrik Smeeks

    Vertaling door: Arjen van Meijgaard (hertaling)

    Nawoord door: Arjen van Meijgaard

    Verschenen: 2026

    Uitgever: kleine Uil

    ISBN 9789493492011

    160 pagina's

    Prijs: € 22,50

    Kopen bij Libris

  • De weidsheid van de verbeelding

    Wat stelt sport eigenlijk voor? Als de snelste mens een seconde harder loopt dan zijn eigen wereldrecord wordt hij nog altijd met gemak ingehaald door een jachtluipaard: ‘De meeste sportmannen verleggen alleen de grenzen van hun eigen werkelijkheid’. Op die regel is maar één uitzondering: de polsstokhoogspringer Tjepke Klysma, de Vliegende Fries die in 1929 spoorloos verdween. 
    Over deze Tjepke gaat het laatste en tevens langste ‘kortverhaal’ van Tom Wouters in zijn bundel In mijn hoofd zwemmen vissen. De uitdagingen van Tjepke kenden geen grenzen, maar sponsors haakten steeds vaker af. ‘Vanaf hier stopt de werkelijkheid en neemt de verbeelding het over’, staat er dan, waarna Wouters verslag doet van wat hij nog heeft kunnen traceren. 

    Nobelprijs

    ‘De Vliegende Fries’ is een mooi voorbeeld van wat de auteur in deze bundel doet. Tjepke Klysma is door hem vanaf regel één verzonnen en toch schrijft hij halverwege dat nu de verbeelding het moet overnemen. In alle zestig vertellingen laat hij de wildste fantasieën los op de lezer. Hij laat zien hoever je in je verbeelding kunt gaan. Dat doet Wouters pretentieloos. In het verhaal ‘Audit’ stelt hij zich voor dat hij een controleur op bezoek krijgt die zijn schrijverschap moet beoordelen. Waarom eigenlijk? ‘Ik heb nochtans geen subsidies of schrijfresidenties aangevraagd. Ik ben toch maar gewoon iemand die verhaaltjes deelt op sociale media en stiekem droomt van de Nobelprijs?’.

    Inderdaad plaatst Tom Wouters uit het Belgische Grobbendonk regelmatig kortverhaaltjes op internet als afwisseling van zijn baan als communicatiemedewerker. Op zijn website www.hetongerijmde.eu zijn ze te vinden in zijn blog. Daar staan ook titels van eerdere boekuitgaven waaruit onder andere blijkt dat hij belijdend lid is van de Nederlandse Academie voor ‘Patafysica, de club die zich toelegt op het ‘verspreiden en verzamelen van denkbeeldige oplossingen’. 

    Borges

    Geen wonder daarom dat Wouters in zijn stukken laat merken een groot bewonderaar te zijn van schrijvers als Kafka, Vonnegut, Nabokov, Biesheuvel en OuLiPo-auteurs als Perec en Calvino. In het verhaal over de audit legt Wouters uit wat zij allemaal veel beter kunnen dan hij. 

    Die invloed is ook aan andere verhalen af te lezen. Hij verzint bronnen, zoals een boek over insecten die zijn aangetroffen op bureaus van schrijvers door ene Maurice Escarbot, een eenmalig muziekstuk van de componist August Magberg en een dagboek van Hella Mansdammer. Het zijn voorbeelden die meteen doen denken aan Borges. 
    Hij belandt bij een voorvader die eigen windrichtingen bedacht en daardoor een jaar te laat de ontdekkingen deed die Alexander van Humboldt roem zouden bezorgen. Tom Wouters zelf ontdekt twee graven van Christus in het dorpje Marcovaldo (Marcovaldo is een verhalenbundel van Calvino). En er is ‘Dit heeft u al eerder gelezen’ dat onmiddellijk doet denken aan het verhaal Le Voyage d’Hiver van Perec.

    Oorverdovend

    Verder zijn er de woordgrappen. Er is een Estse auteur die Timo Wöjtoö heet – wel erg lijkend op Tom Wouters – een onderzoeksteam dat stiltes indexeert in het dorpje Assordante (het Italiaanse woord voor oorverdovend) en er is een verhaspeld gedicht uit 1803 met als slotregel ‘De gevoligen fniggelen als neegander’. 
    Opperlandse invloeden zijn er al evenzeer in de zoektocht naar de zevenentwintigste letter van het alfabet of in de vermelding van de wens om een verhaal te schrijven waarin elk woord één letter langer is dan het voorgaande.

    In mijn hoofd zwemmen vissen is een kolderieke verzameling absurditeiten die je laat zien tot welke inzichten ongebreidelde fantasie kan leiden. De Nobelprijs zal Wouters er inderdaad niet voor krijgen, maar met een plekje in het koffertje van een hengelaar is de auteur ongetwijfeld ook al blij. Als de vis niet wilde bijten kan de snoeker dan toch met de wildste verhalen thuiskomen.

    In mijn hoofd zwemmen vissen

    In mijn hoofd zwemmen vissen

    Tom Wouters

    Verschenen: 2026

    Uitgever: Tristan

    ISBN 9789022342954

    144 pagina's

    Prijs: € 23,99

    Kopen bij Libris

  • Brusselse stadsduif slijt taalgrenzen

    We gebruiken in het Nederlands soms het Portugese woord ‘saudade’ om een moeilijk te definiëren gevoel van heimwee te beschrijven. Het kent geen passend Nederlands synoniem. Een mooie omschrijving ervan geeft Lisette Ma Neza in haar pas verschenen boekje Onvertaalbaar. Ze noemt het een gemis dat er al is vóór het zich feitelijk voordoet: als ‘je die heimwee al voelt terwijl je nog samen bent, dan is dat het Portugese saudade’. Daarmee laat ze meteen de waarde van meertaligheid zien.

    Ma Neza weegt in Onvertaalbaar alle nuances van woorden. Ze weet daarbij betekenissen op te roepen waaraan we meestal voorbijgaan. Maar vooral: ze breekt op een overtuigende manier een lans voor meertaligheid.

    Bewandelbaar

    Lisette Ma Neza werd in 1998 geboren in Leiderdorp als kind van ouders die de genocide in Rwanda waren ontvlucht. Ze groeide op in Breda en studeerde filmregie in Brussel. Daar werd ze in 2024 de eerste stadsdichter. Dat had ze onder andere te danken aan haar poëziedebuut dat al op haar 15de verscheen. Ma Neza heeft een sterke voorkeur voor gesproken taal boven schriftelijke. Niet vreemd dus dat ze veel bekendheid geniet als slamdichter en zangeres.

    Het woord ‘saudade’ gebruikt ze in Onvertaalbaar al op de eerste pagina in het verhaal ‘Moddertaal’, geschreven naar aanleiding van een bezoek aan haar in Rwanda wonende grootmoeder in 2025. Die vertelt haar hoe ze de Igishanga moet oversteken om veilig in de hoofdstad Kigali te komen. Ze kan het niet vertalen in een woord dat ze kent, maar leert door ervaring wat het is: een drassig grensgebied dat ‘bewandelbaar’ is gemaakt omdat er een zandpad doorheen is gelegd. Het geeft haar het woord ‘moddertaal’ in als metafoor voor migratie van de ene taal naar de andere en dat leidt tot een prachtige poëtische beschouwing over modder, grenzen en bruggen. Het suffix ‘-baar’ in woorden maakt iets mogelijk: ‘Ik hou van baar, van betekenissen baren. Kinderen geven aan de taal’. 
    En wat is dat, taal? Hoe veelzijdig is die? Ma Neza heeft de taal van haar grootmoeder gehoord, vluchtelingentaal, taal tussen generaties, taal van het land waarin je opgroeit, een taal die je leert. 

    Luistertaal

    In de andere stukken houdt Ma Neza een gloedvol betoog in gedichten en proza over het belang al die talen te verbinden. Ook onze taalgrens kunnen we bewandelbaar maken. We worden er zoveel rijker van. ‘Meer’ betekent in Onvertaalbaarniet alleen in hogere mate, maar ook de binnenzee waarin talen kunnen stromen en in elkaar kunnen vervloeien.
    Taal bestaat niet enkel uit woorden. Ma Neza geeft korte tijd les aan het zevenjarige Libische meisje Nour. Op een zomerkamp spelen ze Olifant en Duif (met Ma Neza in deze laatste rol). Als zij na dat spel weer ‘juf’ wordt stopt Nour met praten. Ma Neza zoekt naar de reden en ontdekt dat Nour op school wordt gepest en dat de juffen daar niets tegen doen, haar niet beschermen. Nour praatte daardoor alleen nog maar thuis: ‘Thuis is waar je jezelf niet hoeft uit te leggen. Taal is voor Nour: alleen nog maar thuis’. De juffen ontbrak het aan luistertaal. 

    Restaurant

    Dat brengt de schrijfster op haar woonplaats Brussel, waar zij zich ziet als een ‘Brusselse stadsduif’. Ze merkt hoe daar stemmen verloren gaan en wordt daarmee geconfronteerd als ze voor een schoolklas komt staan en te horen krijgt dat de kinderen Nederlands moeten spreken. Ze komt er tegen in verzet: meertaligheid pakt niets af van het Nederlands! De angst voor de ander heeft alles te maken met het wegduwen van ‘minderwaardige’ talen, zegt ze. België is met drie talen, Frans, Nederlands en Duits, een voorbeeld van hoe het niet moet. Het zou een smeltkroes moeten zijn. 

    Er zijn gelukkig goede voorbeelden. Ze noemt het restaurant Cassonade in Molenbeek. Mensen van allerlei talen kunnen er eten zonder te betalen. Je geeft wat je wilt en daarvan kan de volgende gast weer eten. Je zit er niet aan eigen tafeltje maar schuift aan bij anderen: ‘Elke dag klinkt er een andere taal’.

    Dichten

    De laatste woorden van Ma Neza tonen in Onvertaalbaar hoe veelzijdig meertaligheid is:

    ‘Mijn moedertaal is vertalen
    Tellen in het Kiswahili
    Wenen in het Kinyarwanda
    De liefde bedrijven in het Engels.
    Schelden in het Frans.
    Dansen in het Portugees

    En dichten

    in het Nederlands’

    Lees dit kleinood Onvertaalbaar. Je wereld wordt er groter en intenser van.

    Onvertaalbaar

    Onvertaalbaar

    Lisette Ma Neza

    Verschenen: 2026

    Uitgever: Lannoo

    ISBN 9789059964020

    88 pagina's

    Prijs: € 14,99

    Kopen bij Libris

  • Oogst week 28 – 2026

    In Het raadsel van de anderen verweeft Benno Barnard persoonlijke tragedies met grote actuele wereldgebeurtenissen, net als in zijn vorige boek Afscheid van een handkus.  De boeken sluiten in de tijd naadloos op elkaar aan. Afscheid van de handkus behandelt de periode van juli 2019 tot en met januari 2022. Het raadsel van de anderen begint met de Russische inval in Oekraïne in februari 2022.

    Benno Barnard staat bekend om het combineren van verschillende genres in zijn boeken; zo ook weer in Het raadsel van de anderen waarin hij fictie en non-fictie, poëzie, dagboeknotities en herinneringen mengt met filosofische beschouwingen over de moderne tijd.

    Hij combineert daarnaast ook verschillende thema’s met elkaar zoals bijvoorbeeld de huidige situatie in Oekraïne, het verdriet om zijn overleden dochter, liefde, de mensen om hem heen en de oude Europese cultuur.

    Barnard is sterk Europees georiënteerd. Die oriëntatie is terug te voeren op o.a. de diepe liefde die hij van huis uit meegekregen heeft voor de klassieke, joods-christelijke en humanistische traditie en zijn lange verblijf in het buitenland (wonen en reizen).

    Het raadsel van de anderen

    Het raadsel van de anderen

    Benno Barnard

    Verschenen: 2026

    Uitgever: Atlas Contact

    ISBN 9789025478551

    448 pagina's

    Prijs: € 26,99

    Kopen bij Libris

    De auto, de geit en de wiskunde is een vrolijk wiskundeboek van cabaretier Jan Beuving en hoogleraar Ionica Smeets. Het boek draait volledig om het klassieke ‘driedeurenprobleem’ uit een spelshow: Achter een deur staat een auto die je kunt winnen, achter de andere twee een geit. Je moet kiezen. Zodra je een deur gekozen hebt, maakt de presentator een van de twee niet door jou gekozen deuren open: daar staat een geit. En dan mag je weer kiezen: wil je wisselen van deur? De meeste mensen zullen zeggen dat het niet uitmaakt. Maar wiskundig is uit te leggen dat het wèl uitmaakt. Hoe dan? Dat maken Beuving en Smeets duidelijk in dit boek.

    De auteurs behandelen dit ogenschijnlijk simpele wiskunderaadsel maar liefst 99 keer. Geïnspireerd door Exercices de style van Raymond Queneau, doen zij dit in  verschillende stijlen, geestig, ontroerend en absurdistisch en meer. Van een IKEA-handleiding tot een toneelstuk à la Shakespeare en van een ode aan Drs. P. tot aan een gedicht of een WhatsApp-bericht.

    Door het raadsel in diverse vormen te presenteren proberen zij een wiskundig probleem voor een breed publiek toegankelijk te maken.

    Jan Beuving is tekstschrijver en cabaretier. Ionica Smeets is hoogleraar wetenschapscommunicatie aan de Universiteit Leiden. 

    De auto, de geit en de wiskunde

    De auto, de geit en de wiskunde

    Jan Beuving en Ionica Smeets

    Verschenen: 2026

    Uitgever: Nieuwezijds

    ISBN 9789057126291

    272 pagina's

    Prijs: € 21,99

    Kopen bij Libris

    In november 2024 stond in literair tijdschrijf Tirade (nr. 496) het essay ‘Een prachtige skippybal’, geschreven door Margo Hoogenberk.
    Daarin gaat het over haar fascinatie voor adoptie. Als ze mensen had gekend die geadopteerd waren, schrijft ze, zou ze die met gemengde gevoelens bekeken hebben: ‘Bewondering, omdat diens ontstaansverhaal duizend keer spannender was dan het mijne. Medelijden, omdat ik het zielig vond als je echte ouders je niet wilden.’

    Onlangs debuteerde Hoogenberk met Bloedeigen. Daarin is adoptie ook het belangrijkste thema. Hebe wordt als baby geadopteerd maar dat loopt mis en zij komt terecht in diverse pleeggezinnen. Het maakt dat ze zelf als ze volwassen is geen kinderen wil, maar de dochter van haar vriend wil wèl een moeder. Dat wringt.
    Het wordt er niet makkelijker op als haar adoptievader op een bepaald moment weer contact opneemt.

    Margo Hoogenberk (1984) voltooide de Schrijversvakschool. Ze won de Mensje van Keulen-schrijfwedstrijd en publiceerde in De Optimist en Tirade. 

    Bloedeigen

    Bloedeigen

    Margo Hoogenberk

    Verschenen: 2026

    Uitgever: Van Oorschot

    ISBN 9789028264021

    224 pagina's

    Prijs: € 22,50

    Kopen bij Libris
  • Levensverhaal en filosofische verhandeling

    Vita Kovalenko (1985) is geboren in de Donbas en groeit op in Oekraïne dat in 1991 een onafhankelijk land werd. Op 21-jarige leeftijd gaat ze naar Nederland en rondt aan de Erasmus University Rotterdam een bachelor International Business Administration en een master marketing en communicatie af. Sinds kort is ze voor D66 gemeenteraadslid in Dordrecht. Na de Russische invasie van haar land zet zij zich op radio en tv in om ervoor te zorgen dat Nederland niet wegkijkt en dat haar land niet wordt vergeten.

    In het boek Waarheid onder vuur (2026) vertelt Kovalenko haar levensverhaal waarin de ramp van Tsjernobyl in 1986 een belangrijke plaats inneemt. De Sovjet-Unie zweeg aanvankelijk over de ramp; de bevolking kreeg daardoor geen adequate informatie en werd niet geëvacueerd. Daaruit leert ze dat de waarheid geweld wordt aangedaan als het de politieke leiders beter uitkomt. Ze staat filosoferend over die waarheid stil bij de oorlog in haar geboorteland en haalt het verhullende taalgebruik van Poetin aan die het een ‘speciale militaire operatie’ noemt. Ze laat zien dat het neerhalen van de MH17 door een Russische buk-raket in 2014 niet wordt toegegeven en dat de waarheid overspoeld wordt met leugens en halve waarheden. 

    Propaganda

    Propaganda kent Kovalenko uit haar jeugd, toen Oekraïne nog bij de Sovjet-Unie hoorde, maar al te goed. Ze legt uit wat propaganda is en geeft er voorbeelden van. Ze beseft dat het niet alleen draait om de woorden die mensen zeggen of schrijven, maar ook om datgene wat zij juist níet zeggen of schrijven. Daarin, zo zegt ze haar vader na, schuilt vaak de waarheid. Ze beschouwt wantrouwen als een wapen tegen propaganda: je kunt nu eenmaal niet alles geloven wat gezegd of geschreven wordt. Het contrast tussen haar jeugd in Oekraïne en het leven in Nederland is groot: daar was er de alom aanwezige censuur en hier is een sfeer van openheid. Ze constateert dat waarheid in Nederland ook niet heilig is en vaak wordt afgedaan als ‘ook maar een mening’. 

    Kovalenko concludeert dat de waarheid onderdrukt wordt in wat zij noemt gesloten samenlevingen (autocratisch bestuurde samenlevingen), maar in open samenlevingen (democratisch bestuurde samenlevingen) in het lawaai verdwijnt: ‘Censuur maakt mensen stil. Overvloed maakt mensen doof.’ 

    Oorlog en vrouwenemancipatie

    Kovalenko ziet dat de ontwrichtende gevolgen van oorlog voor de positie van vrouwen in de samenleving ook positieve gevolgen heeft. Oorlog is namelijk aanjager van vrouwenemancipatie: in het leger zijn vrouwen geen uitzondering meer waardoor de aloude broederschap verandert in kameraadschap. Met veel mannen aan het front wordt een beroep gedaan op vrouwen om fabrieken en boerderijen draaiende te houden, vrouwen laten in de cultuur een verfrissende stem horen: ‘Hun kunst getuigt van trauma, ook van hoop en identiteit.’ Vrouwen zien dat hun plek niet aan de rand of in de schaduw is, maar in het hart van de strijd waardoor ze de ruggengraat van de samenleving vormen.

    Getuigenissen en historie

    In het boek staan tal van indrukwekkende ‘getuigenissen’ van mensen uit Oekraïne. Kovalenko sluit haar boek af met een wat schools overzicht van de geschiedenis van Oekraïne. Opvallende en verrassende feiten daarin: Oekraïne bestaat langer dan Rusland, Oekraïners zijn Europeanen met een eeuwenlange traditie van politieke, maatschappelijke en religieuze tradities en Oekraïense kozakken vochten in Nederlandse dienst tijdens ‘onze’ Tachtigjarige Oorlog.

    Scherpe observaties

    Kovalenko observeert scherp en geeft een helder overzicht van het begrip waarheid en haar tegenpool propaganda, in Oekraïne én in Nederland. Ze kijkt daarbij ook naar de gevolgen van oorlog voor de maatschappij en de positie van vrouwen daarin. Ze maakt duidelijk dat de waarheid onder vuur ligt, maar tegelijkertijd is ze ook een vurig verdediger van de stelling dat je altijd kritisch moet blijven nadenken en niets voor zoete koek moet aannemen. M10BOEKEN heeft met dit belangwekkende boek een pareltje aan haar fonds toegevoegd.

    Waarheid

    Waarheid

    Vita Kovalenko

    Uitgever: M10Boeken

    ISBN 9789493332669

    160 pagina's

    Prijs: € 22,50

    Kopen bij Libris
  • De school van de noodzaak

    In 2011 startte uitgeverij Schokland met de serie Kritische Klassieken. Daarin verschijnen elk jaar twee of drie heruitgaven van maatschappijkritische boeken die in vergetelheid zijn geraakt of destijds niet werden gepruimd maar belangrijke getuigenissen zijn van episodes uit onze geschiedenis. Onder de auteurs ervan zitten Koestler, Kropotkin, Frisch, John Berger, Klaus Mann, Semprun en Feuchtwanger. Allemaal namen die we nog wel kennen. 
    In die reeks zijn nu twee novellen in één band verschenen van de in ons land nauwelijks bekende Franse auteur Louis Guilloux (1899-1980). Van hem werd alleen ooit één roman van dik 600 pagina’s in het Nederlands vertaald, Le Sang Noir uit 1935, die hier in 2000 uitkwam als Het zwarte bloed, maar weinig werd opgemerkt. Schokland presenteert nu Guilloux’ Het volkshuis en Kameraden; ze lenen zich met een gezamenlijke omvang van amper 115 pagina’s voor een interessante kennismaking.

    Beide novellen laten Guilloux kennen als een schrijver die het niet zocht in fraaie poëtica, maar eerder in een onopgesmukte weergave van de pijn van zijn protagonisten in een wereld waarin arbeiders zich tegen uitbuiting teweer proberen te stellen door onderlinge solidariteit. Guilloux schreef zelf ooit dat stijl voor hem niet belangrijk was: ‘Het komt er alleen op aan de dingen met kracht te zeggen (…) Een roman is vooral beweging’.

    Schoenmaker

    In het eerste – autobiografische – verhaal valt dat het meeste op. In Het volkshuis uit 1927 vertelt de auteur rechttoe rechtaan over het leven van een rebelse schoenmaker François Queré, die met zijn vrouw Marie, twee dochters en zoon Louis, kort voor de Eerste Wereldoorlog het hoofd boven water probeert te houden in Saint-Brieux (die plaatsnaam wordt overigens niet genoemd waarmee de geschiedenis een bredere gelding krijgt). 
    François is één van de aanjagers van het socialisme, maar wordt daar door de bourgeoisie voor gestraft doordat ze voor hun schoenen niet meer bij hem komen. Hij en zijn vrienden blijven niettemin volharden in hun strijd voor meer rechten. Ze zien een kans in gemeenteraadsverkiezingen waarvoor Dr. Rébal kandidaat is. Als die inderdaad wordt gekozen ontstaat er onenigheid omdat Rébal volgens de arbeiders op eigen gewin uit is. Ze slaan een nieuwe weg in op zoek naar mogelijkheden voor de bouw van een volkshuis, een plek waar ze met elkaar kunnen debatteren en ontspannen. Dat plan lijdt echter schipbreuk omdat WO I uitbreekt. Binnen dit politieke verhaal schetst Guilloux de persoonlijke, soms barre, omstandigheden binnen het gezin Queré. 

    Opgebrand

    Het volkshuis was het debuut van Guilloux als romanschrijver (hij schreef al wel voor kranten). Het kortere Kameradendat vier jaar later verscheen is gesitueerd in een soortgelijk milieu, maar Guilloux lijkt daarin toch meer afgewogen met zijn taal om te springen. De solidariteit tussen de hoofdfiguren is hier veel persoonlijker en emotioneler tegen dezelfde maatschappelijke achtergrond. Het is het verhaal van drie bouwvakkers, de 55-jarige Jean Kernevel en zijn voormalige maten uit de Eerste Wereldoorlog, Le Brix en Dagorne. De drie zijn samen een stukadoorsbedrijf begonnen. Als Kernevel, getekend door zijn zware leven ernstig ziek wordt, zijn zijn maten voortdurend dichtbij hem. Tegelijkertijd moeten ze met één man minder hun bedrijf draaiende zien te houden. 
    Blijf je als lezer in Het volkshuis meer op afstand, in Kameraden word je soms ontroerd door de persoonlijke bezorgdheid van de twee kameraden om Kernevel, die uiteindelijk sterft. Hij is op zijn 55ste volledig opgebrand door de oorlog en zijn harde werken.

    Wat een mens is

    De uitgave van deze Nederlandse vertaling wordt voorafgegaan door een korte beschouwing van Albert Camus die een groot bewonderaar was van Guilloux. Over Het volkshuis schrijft hij dat Guilloux ‘de toon heeft van Tolstojs grootste novellen (…) [omdat hij] voortdurend op ooghoogte van zijn model weet te blijven, zonder hem in enig opzicht te kleineren, maar ook en vooral zonder hem een maatje groter te maken’. Guilloux bezocht volgens Camus ‘de school van de noodzaak en leerde daar om zonder omhaal te oordelen over wat een mens is’. 

    Misschien is Guilloux geen evenknie van Tolstoj, maar dat van die ‘ooghoogte’ klopt. Het is inderdaad wat je na lezing van deze vertaling bijblijft.

    Het volkshuis | Kameraden

    Het volkshuis | Kameraden

    Louis Guilloux

    Vertaling door: Roland Fagel

    Uitgever: Uitgeverij Schokland

    ISBN 9789083306056

    150 pagina's

    Prijs: € 23,00

    Kopen bij Libris
  • Oogst week 23 – 2026

    Làzàr

    De nieuwe roman van de pas 23-jarige Zwitser Nelio Biedermann, Lázár, wordt internationaal geroemd en bejubeld. Het is een roman die gebaseerd is op de geschiedenis van zijn vaders adelijke familie. De grootouders van Biedermann waren van oorsprong Hongaren die in de jaren 50 van de vorige eeuw naar Zwitserland vluchtten. De roman speelt zich af vanaf ca. 1900 tot en met de Hongaarse opstand in 1956. Het is een tijd waarin overal in Europa chaos, oorlog en onrust heerst. Maar niet alleen in Europa, ook de familie Lázár raakt in verval en gaat ten onder door familiegeheimen, overspel, instabiele persoonlijkheden en gecompliceerde verhoudingen.

    Lázár is inmiddels in zo’n twintig landen vertaald. Ook is inmiddels bekend dat het boek verfilmd zal worden.

    Biedermann studeert Duitse taal en filmwetenschappen aan de universiteit van Zürich.

    Lázár

    Lázár

    Nelio Biedermann

    Vertaling door: Kris Lauwereys, Isabelle Schoepen

    Uitgever: Atlas|Contact

    ISBN 9789025477394

    336 pagina's

    Prijs: € 22,49

    Kopen bij Libris

    Hier geboren worden

    De Franse schrijfster Marie Pavlenko is in Frankrijk vooral bekend door haar jeugd- en Young Adult boeken waarvoor ze zowel Franse als internationale prijzen heeft gewonnen.
    Haar eerste boek voor volwassenen, Hier geboren worden (oorspronkelijk: Traverser les montagnes et venir naître ici) is inmiddels in Frankrijk ook een succes en heeft diverse prijzen gewonnen.

    In Hier geboren worden ontmoeten twee vrouwen elkaar. Hun beider leven staat op zijn kop, beiden hebben veel verloren. Astrid koopt van haar laatste geld een huis, ver van de bewoonde wereld en probeert haar leven weer op de rit te krijgen. Soraya probeert de grens tussen Italië en Frankrijk over te steken zonder dat de politie haar te pakken krijgt. Zij denkt met weemoed terug aan haar land, Syrië, waar ze een gelukkige jeugd heeft gehad en dat ze achter heeft moeten laten.

    Hier geboren worden

    Hier geboren worden

    Marie Pavlenko

    Vertaling door: Carlijn Brouwer

    Uitgever: De Bezige Bij

    ISBN 9789403139180

    272 pagina's

    Prijs: € 22,99

    Kopen bij Libris

    Onder diplomatieke dekmantel

    Het werk van diplomaten gaat veelal gepaard met onbekendheid en onzichtbaarheid. De auteurs van Onder diplomatieke dekmantel, Ron Geraets en Bob de Graaff, willen daar verandering in brengen. In hun inleiding schrijven ze: ‘Dit boek gaat over de intelligenceactiviteiten van het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken in de breedste zin des woords. Daaronder verstaan wij inlichtingenwerk of spionage, contra-inlichtingenwerk, alsmede werkzaamheden met betrekking tot veiligheid en beveiliging.’
    Beide auteurs zijn vanuit hun jarenlange professionele achtergrond gepokt en gemazeld op deze terreinen.

    Op basis van herinneringen van Ron Geraets hebben de auteurs interviews afgenomen bij mensen die werkzaam zijn geweest bij Buitenlandse Zaken, de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (aivd), de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (mivd), en de directe voorgangers van deze diensten.
    In Onder diplomatieke dekmantel schetsen de auteurs een beeld van de positie van Nederlandse diplomaten wereldwijd.

    Ron Geraets stond van 1998 tot 2005 aan het hoofd van de Veiligheidsdienst Buitenlandse Zaken. Bob de Graaff is emeritus-hoogleraar intelligence and security studies.

    Onder diplomatieke dekmantel

    Onder diplomatieke dekmantel

    Ron Geraets en Bob de Graaff

    De geheime strijd van Buitenlandse Zaken

    Uitgever: Boom (2026)

    ISBN 9789024475766

    440 pagina's

    Prijs: € 29,90

    Kopen bij Libris
  • Keerpunt in een leven

    Eens om de zoveel tijd verschijnt een boek dat je als lezer niet precies kan duiden, maar dat je ook om de een of andere reden niet loslaat. Het gezoem van bijna alles is een roman die nog lang blijft nazinderen nadat de laatste bladzijde is omgeslagen. Met dit boek bevestigt Coco Schrijber haar reputatie als een eigenzinnige en bijzonder taalgevoelige auteur. Schrijber is niet alleen schrijver, maar ook een bekroond documentairemaker. Haar documentaire Bloody Mondays & Strawberry Pies kreeg internationaal erkenning en werd zelfs de Nederlandse inzending voor de Oscars. Eerder publiceerde ze de roman De luchtvegers, die geprezen werd om zijn poëtische stijl en emotionele intensiteit. In Het gezoem van bijna alles combineert ze opnieuw een filmische blik met literaire verfijning. Haar werk draait vaak rond verlies, herinnering, kwetsbaarheid en de vraag hoe mensen zich staande houden in een wereld die tegelijk hard en wonderlijk is.

    De roman vertelt het verhaal van Cato Goudschenker, een vrouw die al jaren gevangen zit in stilstand en verdriet. Negen jaar eerder verloor ze haar twee zoontjes bij een tragisch ongeluk, een gebeurtenis die haar emotioneel heeft verlamd. Sindsdien lijkt haar leven te bestaan uit wachten, drinken en nadenken op een quasi verlaten eiland in het zuiden. Ze zit vaak op een bankje dat vergroeid is met mimosa, alsof ook zij langzaam opgaat in en deel uitmaakt van de omgeving. Wanneer haar buurvrouw Sor Toyota onverwacht sterft, brengt dat een verandering teweeg in Cato. In het ‘gezoem van bijna alles’ – het rumoer van herinneringen, schuldgevoelens, toevalligheden en kleine ontmoetingen – groeit bij Cato opnieuw het besef dat ze ooit beloofd heeft geen lafaard te zijn. Vanuit die gedachte zet ze een reeks gebeurtenissen in gang die niet alleen haar eigen leven veranderen, maar ook dat van anderen. Een vlindereffect met invloed op heel wat levens van de Goudschenkers. Het verhaal ontvouwt zich langzaam en associatief, maar houdt de lezer voortdurend in zijn greep door de intense emotionele lading en de verrassende wendingen.

    Poëtische & muzikale stijl

    Wat vooral opvalt, is Schrijbers stijl. Haar taal is bijzonder zintuiglijk, beeldrijk en muzikaal. Zinnen lijken soms te dansen over de pagina, vol onverwachte metaforen en observaties die tegelijk vreemd en volkomen raak aanvoelen. Toch wordt het nooit nodeloos ingewikkeld. De poëtische taal versterkt juist de emotionele kern van het verhaal. Schrijber schrijft met grote precisie over verdriet, zonder sentimenteel te worden. Ze durft humor te mengen met tragiek en maakt van kleine details iets betekenisvols. Een glazen oog dat traant in de zuidwestenwind, een bankje dat vergroeid raakt met mimosa, een brief van enkele zinnen die een kettingreactie veroorzaakt: zulke beelden blijven hangen omdat ze tegelijk concreet en symbolisch zijn.

    Schrijber wisselt beschouwende passages af met scherpe dialogen en onverwachte inzichten. Daardoor voelt het boek levendig, ondanks het zware thema. De stijl doet traag lezen: sommige zinnen wil je en moet je ook opnieuw lezen omdat ze zo trefzeker of verrassend zijn. Het is literatuur die aandacht vraagt, maar die aandacht ook rijkelijk beloont.

    Menselijke kwetsbaarheid

    Cato is zonder twijfel het hart van de roman. Ze is een beschadigd personage, maar nooit gereduceerd tot haar trauma. Schrijber maakt van haar geen slachtoffer, maar een complexe vrouw vol tegenstrijdigheden. Cato kan hard en cynisch zijn, maar tegelijk gevoelig en scherpzinnig. Haar verdriet heeft haar afgesloten van de wereld, en toch blijft er onder die verstarring een verlangen naar verbinding sluimeren. Juist die innerlijke spanning maakt haar geloofwaardig en ontroerend. Ook de nevenpersonages zijn zorgvuldig uitgewerkt. De mensen rondom Cato functioneren niet louter als decor, maar weerspiegelen telkens een andere manier om met verlies, eenzaamheid of verlangen om te gaan. Sommigen brengen lichtheid en humor in het verhaal, anderen confronteren haar met wat ze probeert te verdringen. Door die personages ontstaat een roman die niet alleen over één vrouw gaat, maar over menselijke kwetsbaarheid in het algemeen.

    De relevantie van dit boek ligt precies daarin. Het gezoem van bijna alles raakt aan thema’s die vandaag bijzonder herkenbaar zijn: rouw, isolement, emotionele verlamming en de zoektocht naar betekenis. In een tijd waarin veel mensen het gevoel hebben overspoeld te worden door prikkels, onzekerheid en onrust, beschrijft Schrijber hoe een mens toch opnieuw verbinding kan vinden met zichzelf en de wereld. Het boek laat zien dat verdriet niet ‘oplost’, maar wel kan veranderen van vorm. Bovendien benadrukt de roman hoe kleine menselijke gebaren – een brief, een gesprek, een herinnering – onverwacht grote gevolgen kunnen hebben.

    Wat dit boek extra bijzonder maakt, is dat het ondanks de zwaarte uiteindelijk hoopvol aanvoelt. Niet omdat alle problemen verdwijnen, maar omdat Schrijber toont dat leven mogelijk blijft, zelfs na een onvoorstelbaar verlies. De roman erkent de pijn zonder erin te blijven steken. Daardoor krijgt het verhaal iets troostends. Het gezoem van bijna alles is een rijke, ontroerende en stilistisch indrukwekkende roman. Coco Schrijber bewijst opnieuw dat ze een unieke stem heeft binnen de Nederlandstalige literatuur.

     

     

  • Veelstemmige roman

    Het staat velen nog in het geheugen gegrift: de grootste vliegtuigramp uit de Surinaamse geschiedenis in 1989 met het SLM-toestel op Zanderij, het vliegveld van Paramaribo. Alle negen bemanningsleden en 167 van de 178 passagiers van het vliegtuig dat naar de Surinaamse topzwemmer Anthony Nesty genoemd was, kwamen om het leven; slechts elf passagiers (en een hond!) overleefden de ramp; de politie gaf de hond de naam Lucky. De SLM-ramp is de grootste vliegtuigramp uit de Surinaamse geschiedenis. De Surinaamse schrijfster en horecaonderneemster Iraida Martha Ooft (1974) heeft deze ramp als uitgangspunt genomen voor haar knap in elkaar zittende roman.

    De tonkaboom op de rampplek

    Centraal staat de rampplek waar de nabestaanden van de omgekomen bemanningsleden en passagiers heen gaan om met eigen ogen de plek te zien waar hun familieleden en geliefden het leven lieten. Door de toevallige ontmoetingen op die plek kan de schrijfster soepeltjes van de ene persoon naar de andere overschakelen. De Tonkaboom die door het te laag vliegende toestel geraakt werd bij de landing, speelt een hoofdrol in het verhaal. Is de boom daarmee schuldig aan het ongeluk? Of kunnen de overleden passagiers en bemanningsleden in zijn wortels die verbonden zijn met de omringende natuur, juist rust vinden? Ze zijn immers – net als de wortels van de boom – met elkaar verbonden en kunnen zich daar geborgen voelen en rust vinden.

    Marjorie is zwanger van de omgekomen captain van het vliegtuig. Dat is geen toeval: de inheemsen geloven immers dat de ziel pas sterft als deze een plek heeft gevonden in het lichaam van een kind dat geboren wordt. Net als bomen die voor continuïteit zorgen: ze laten immers vruchten vallen die weer uit kunnen groeien tot nieuwe bomen.

    Pyai

    De pyai is een traditionele spirituele leider, ziener en medicijnman binnen de inheemse gemeenschappen in Suriname. Ook het dorp Bisri dat voor de uitbreiding van het vliegveld verlaten moest worden door de oorspronkelijke bewoners, heeft zo’n pyai. Deze romanfiguur heeft weliswaar geen familielid verloren in de ramp, maar is wel ontworteld omdat zijn dorp en zijn geboortegrond verdwenen zijn. Hij voorspelt dat een ijzeren vogel op zeker moment uit de lucht zal vallen; de inheemse bevolking is daarom weggetrokken uit het dorp

    Ooft vertelt de verhalen van de nabestaanden van de vliegramp tegen de achtergrond van een samenleving in verval: de machtsstrijd tussen rivaliserende facties in het leger, de armoede, het gebrek aan alles. Maar het zijn ook verhalen waaruit de complexe verhouding tussen familieleden en geliefden blijkt. Het verhaal wordt verteld tegen de achtergrond van de houding tot de geboortegrond van naar Nederland geëmigreerde Surinamers. Die moeten terugkeren naar de plekken waar ze zich meer thuis blijken te voelen dan in Nederland.

    Surinaams-Nederlandse roman

    Ooft heeft in Toen de val een veelstemmige roman geschreven rond bemanning, passagiers van het verongelukte vliegtuig, en hun nabestaanden. Ze springt daarbij heel knap van de ene naar de andere persoon, maar voor de lezer is het daardoor niet altijd eenvoudig de draad vast te houden. Neem bijvoorbeeld Henry, de mati van Theo. Die verdwijnt op pagina 30 uit het verhaal om op pagina 219 plotseling weer op te duiken.

    Een roman die in Suriname speelt heeft voor Nederlandse lezers het nadeel dat er heel veel Surinaamse woorden en begrippen voorkomen, terwijl Sranan Tongo, de omgangstaal in Suriname, voor hen onbegrijpelijk is. Het komt de leesbaarheid niet ten goede omdat de context niet altijd duidelijk maakt wat er bedoeld wordt. Jammer is het daarom dat er achterin het boek niet een lijstje met woorden en begrippen uit het Sranan Tongo opgenomen is.

    Voor mensen die Surinaamse roots hebben, is de taal en de couleur locale natuurlijk gesneden koek, maar te hopen is dat ook zonder die roots dit prachtig gecomponeerde boek veel lezers zal bereiken. Ze krijgen meteen een lesje koloniale geschiedenis en dat kan nooit kwaad. Het is alleen jammer dat de hond Lucky geen stem heeft gekregen in het verhaal.

     

     

  • Ontluistering

    ‘Aan het einde zullen er, net als in het begin, alleen de doden zijn.’ Deze zin is een van de treffende zinnen in de geweldige historische roman van Antonio Scurati over het leven van Mussolini. Dit is waar het om draait. Het fascisme vestigt zich met geweld. Op de golf van angst en frustratie onder het volk. Uiteindelijk keert het volk zich weer tegen de leider en de verlosser, als de leider niet meer ‘levert’. Dat laat Scurati zien in de maar liefst vijf delen die zijn roman telt. Verlosser Mussolini wordt uiteindelijk zelf het slachtoffer van hetzelfde volk dat hem eerst verafgoodde. Dat kon omdat Mussolini slechts uitvoerde wat het volk wilde. Het volk wil altijd duidelijkheid, een kant-en-klare oplossing, waarna het paradijs op aarde kan beginnen. Het volk schreeuwt om redding, om iemand die waarmaakt wat het wil, het liefst met geweld. Het krijgt de leider die het zich wenst.

    Scurati baseert zijn verhaal over Mussolini ­– zoals dat hoort bij een historische roman – op de feiten. Maar hij doet dat wel op een heel nadrukkelijke manier. Hij laat de lezer achter ieder hoofdstuk lezen op welke stukken brontekst zijn roman is gebaseerd. Hij wil geen dikke-duim-proza schrijven, maar de werkelijkheid in alle facetten tonen. Die werkelijkheid is verbazingwekkender dan welke fantasie ook. Zijn boek blijft spannend, tot het eind. Daarin beschrijft hij als een forensisch patholoog hoe Mussolini om het leven is gekomen. Hij is door een stelletje partizanen afgemaakt. Zo beschrijft hij: ‘Het stoffelijk overschot van Mussolini is doorboord door negen kogels: een door zijn rechter onderarm; een andere is van boven naar beneden onder zijn riem doorgedrongen en bij de bilspier er weer uitgekomen; drie anderen hebben in de buurt van de rechterschouder de nek getroffen; de laatste vier, die dodelijk waren en in de kleine radius van een kort salvo op de linker bovenhelft van de borstkas gericht, hebben de aorta vermorzeld.’ Scurati wil exact laten zien hoe het allemaal is gebeurd. Het is een gewelddadig en afgrijselijk verhaal.

    Mijn afkeer van Mussolini wordt onder het lezen almaar sterker. Als het volk hem in 1943 als een baksteen laat vallen, is hij een zielig mannetje, dat vooral medelijden met zichzelf heeft. Hoe kan dat ondankbare volk hem zo in de steek laten! Och arme! Het fascisme eet zijn eigen kinderen op. Het boek eindigt schokkend met de ontering door het volk van de dode lichamen van Mussolini en zijn geliefde Clara Petacchi, direct na hun liquidatie. Hun lichamen worden bespuwd en bescheten en beplast. Niets wordt de lezer bespaart. Na enkele dagen worden de lijken van Benito, Clara en enkele andere partijbonzen schoongespoten en omgekeerd opgehangen aan een benzinestation, zodat iedereen ze kan bekijken en de ontering verdergaat. Deze scènes in het boek maken op mij meer indruk dan de bekende foto’s van de tentoonstelling der lichamen. Ze zijn sprekender dan welk beeld dan ook. Scurati formuleert beeldend en trefzeker.

    In een Nexuslezing beschreef Scurati het verschil tussen fascisme en populisme. Er zijn veel overeenkomsten. Het verschil is dat populisten geen geweld gebruiken. Nog niet tenminste, zegt Scurati. Zijn roman laat zien hoe belangrijk geschiedschrijving kan zijn om het heden te begrijpen.

     

     


    Michiel van Diggelen publiceerde o.a. Ab Visser – Biografie (2013) en de historische roman Hendrik Peter Scholte. Dit jaar verscheen zijn biografie Weerbaar van verzetsman Arnold Douwes.