Anne Vegter wint met ‘Big data’ de Ida Gerhardt Poëzieprijs 2022

Door Ingrid van der Graaf

Stichting Zutphen Literair maakte deze week bekend dat Anne Vegter de Ida Gerhardt Poëzieprijs gewonnen heeft met haar bundel Big data.

Uit honderdveertig ingezonden bundels kozen de juryleden Maria Barnas en Onno Kosters een shortlist van vijf genomineerden, waaruit Big data van Anne Vegter als winnaar naar voren kwam. Vegter werd twee maal eerder voor de Ida Gerhardt Poëzieprijs genomineerd, in 2008 met de bundel Spamfighter en in 2012 met Eiland berg gletsjer, driemaal is scheepsrechts zou men in deze kunnen zeggen.

De jury schrijft in haar rapport: ‘In Big data (…) wordt woede omgebogen tot een krachtige en onderzoekende stem zoals die niet eerder heeft geklonken. Vegters talige universum is uniek. Ze weet met taal te verleiden, te troosten, om zich heen te slaan en een eigen plek te veroveren. Vegter weet van tegenstrijdigheden haar kracht te maken en blaast de lezer omver met schommelingen tussen tederheid en razernij, aarzelingen en wijsheid.’

De overige genomineerden waren Erik Bindervoet met De droom van eb inkt diervoer (De Harmonie), Charlotte Van den Broeck met Aarduitwrijvingen (De Arbeiderspers), Maarten van der Graaff met Nederland in stukken (Pluim) en Sasja Janssen met Virgula (Querido).

 

De prijs zal op zaterdag 2 april feestelijk worden uitgereikt in de Burgerzaal aan de Korte Hofstraat 4 te Zutphen.

Lees hier de recensie van Big data!

 

 

Om Literair Nederland draaiende te houden, zijn wij afhankelijk van vrijwillige bijdragen. U kunt ons steunen via de rode knop. Waarvoor onze hartelijke dank!

Recent

26 december 2023

Beste boeken van 2023

26 december 2023

Een oeverloos bestaan

Literair Nederland - 10 jaar geleden

06 januari 2014

Een boer met een bibliotheek Een boer met een bibliotheek
Recensie door Adri Altink

Al op de eerste pagina legt Benno Bernard treffend uit waarom hij een landjonker is: ‘Gezonde buitenlucht snuif ik met welbehagen op; ik boots hier op mijn bekoorlijke platteland tussen voormalige boeren de voormalige landadel na. Daartoe bewoon ik een oud boerderijtje, cultiveer elf are grond en koester vele anachronistische inzichten, die muf ruiken in de neus van mijn tijdgenoten.’

Wie deze zinnen na lezing van het hele Dagboek (het bestrijkt de periode van 2008 tot de eerste dagen van 2013) nog eens terugpakt, merkt hoe kernachtig dat zelfportret is.