4 februari 2013

Anne Vegter benoemd tot Dichter des Vaderlands 2013 – 2017

De nieuwe Dichter des Vaderlands heeft grootse plannen dit ambt met poëzie stimulerende en educatieve activiteiten  te vervullen. In 2014 start onder meer een Dichter des Vaderlands-Tournee langs alle regio’s waar bibliotheken en culturele centra in de afgelopen tijd zijn wegbezuinigd.

Anne Vegter (1958), wil haar nieuwe functie benutten om ‘vrijheid van denken te heroveren’ en poëzie in te zetten als ‘radicaal middel tegen de dominantie van politiek- economisch taalgebruik ten faveure van de verbeelding’. Vegter richt zich op een brede verspreiding van poëzie met speciale aandacht voor educatieve projecten.

Zo is Vegter onder meer van plan ‘wonderschone gedichten’ uit de afgelopen dertig jaar onder het stof vandaan te halen en onder de aandacht te brengen. Bij haar activiteiten als Dichter des Vaderlands zal zij moderne media combineren met flashmobs (via internet opgeroepen groep mensen die op een openbare plek iets ongebruikelijks doet) en de oeroude communicatievorm als spreekkoren. Ook wil Vegter op internationaal niveau de Nederlandse poëzie vertegenwoordigen door ontmoetingen met collega Poet Laureates. Daarbij wil zij zich niet beperken tot de Randstad maar het hele land erbij betrekken.

Vegter, die bekend staat om haar humor en ontregeling, maar ook om haar poëzie die na eenmaal lezen niet gelijk te doorgronden is, dacht in eerste instantie dat ze het niet goed verstaan had toen ze gevraagd werd voor het ambt.  Het Dichterschap des Vaderlands heeft zich in de loop der jaren ontwikkeld van ereambt tot een in de schijnwerpers staande functie welke tot doel heeft met poëzie een zo breed mogelijk publiek te bereiken. Hier kan de nieuwe DdV zich goed in vinden, gezien haar enthousiaste voornemen iedere Nederlander minstens tien gedichten uit zijn hoofd te laten leren in vier jaar tijd.

Vegter is een veelzijdig en gelauwerd schrijver. Naast poëzie schrijft ze proza (zowel voor kinderen als volwassenen) en toneel. Zij debuteerde ooit  met het geïllustreerde kinderboek De dame en de neushoorn, waarvoor ze in 1990 de Woutertje Pieterse prijs ontving. In 1991 debuteerde ze als dichter met de bundel Het veerde. Haar naam vestigde zich en ze maakte deel uit van jury’s, had een rubriek in de zaterdagse Volkskrant en het VPRO radioprogramma De Avonden. In 1994 debuteerde ze als prozaschrijver met de verhalenbundel, Ongekuiste versie. Twee jaar later schreef ze haar eerste toneelstuk, Het recht op fatsoen. Voor haar laatste bundel Eiland berg gletsjer, ontving ze de Awater Poëzieprijs 2011. In 2005 was ze mede-laureate van de Taalunie Toneelschrijfprijs voor het stuk Struisvogels op de Coolsingel, en in 2004 ontving ze de Anna Blaman Prijs voor haar hele oeuvre.

Anne Vegter werd voorgedragen als Dichter des Vaderlands door de benoemingscommissie voor de Dichter des Vaderlands 2013 – 2017. Deze commissie bestond uit Maria Barnas, Arie Boomsma, Arjen Fortuin, Piet Gerbrandy, Kristien Hemmerichts en Mei Li Vos en werd geadviseerd door Ramsey Nasr. De commissie verklaarde aldus de benoeming van Vegter: ‘Vanwege haar open blik en indringende taal, omdat zij een brug kan slaan naar theater en beeldende kunst, en omdat ze ook kinderen voor zich zal weten te winnen, is Anne Vegter de perfecte Dichter des Vaderlands.’

Het is voor het eerst dat de Dichter des Vaderlands door een samengestelde benoemingscommissie werd aangewezen. De benoeming van Gerrit Komrij (2000), Driek van Wissen (2005) en Ramsey Nasr (2009) werd voorafgegaan door een verkiezing. Met uitzondering van Simon Vinkenoog die  in 2004 voor een jaar als ad interim werd aangesteld nadat Komrij voortijdig gestopt was met zijn functie.

Het allereerste gedicht van Anne Vegter als Dichter des Vaderlands is inmiddels door de organisatie, (onder meer Poetry International, Koninklijke Bibliotheek, Poëzieclub en NRC Handelsblad) gepubliceerd en hieronder te lezen:

Gebed voor iedereen

Nog trekt het zich terug als in twee vuisten, reculer pour mieux sauter.
Nog lift het vrolijk mee als op het stuur van een weesfiets, zwenkt uit.
Nog loopt het mee in de optocht van iedereen, het spreekt verdwenen taal.
Nog verstopt het zich in geluidsfragmenten, applaus en partituren.
Nog nestelt het gebed zich in het Nederlands en biedt royaal onthaal.

BENG! KLEDDERRRRR! KLENG!

Een opstelling van stokken en tomaten, stenen uit de straat, de verf.
Tongen die spugen op gebed: ,,Niet buigen broddah! Strek je op!”
Wereldvreemden die maar wat floepen: ,,Wie de staat kent, kent zichzelf.”
Nieuwe talen zingen, roepen: ,,Niks kebed, suster, komt niet koed.”
Daar de mening, hier de uitspraak. Het Laatste Oordeel is bankroet,
roept uit nood en overvloed. Het kruipt door puin en bloeit op stank.
Hecht zich aan honger en verruilt een koninkrijk voor voedselbank,
kijkt, verwart, merkt op. Niet schadevrij, er heerst het schrale tij.
Het lacht en lijdt maar in gelijke mate, dat is de vrijheid van de poëzie.
Bemint een land uit een verlangen naar dat land: gebed laat liefde vrij.

LEVE

majesteit boven dit krachtenveld. Zo’n spiedend oog over de dijk.
Het soort alwetendheid ten dienste van het Crisisrijk. Verheft
in majesteit saamhorigheid tot kunst. Zo dus. O lieve koningin
die levenslang het hele land voorbij zag gaan, nu mag het zomaar,
lekker zomaar in de rij gaan staan.

 

 

I. v/d Graaf
 

Recent

16 augustus 2017

Ideale bestaansvorm

11 augustus 2017

Zorgenkind of zondagskind

Literair Nederland - 10 jaar geleden

27 augustus 2007

Iemand gaat op reis naar een prachtig land, Peru in dit geval, en schrijft een boek over deze reis. Op de flap staat: "Het neusje van Peru voert de lezer mee naar de Peruviaanse woestijn, het Triticameer, over de Andes naar het hart van het Incarijk, tot in de jungle nabij Iquitos."

Iemand gaat op reis naar een prachtig land, Peru in dit geval, en schrijft een boek over deze reis. Op de flap staat: "Het neusje van Peru voert de lezer mee naar de Peruviaanse woestijn, het Triticameer, over de Andes naar het hart van het Incarijk, tot in de jungle nabij Iquitos."

Dat klinkt toch goed nietwaar? Helaas, we worden wel meegenomen maar niet naar het bovengenoemde. Natuurlijk komen deze gebieden wel voor in het boek maar het frappante is dat ik heel veel over het reizen zelf heb gelezen maar weinig over het land.

Lees meer