15 juni 2017

Vroege werken – Jan Postma

Anekdotes en essays

Recensie door Just Houben

Of het niet wat pretentieus is, je debuut Vroege werken noemen, is de vraag op de achterflap. Behalve van ironie, getuigt het ook van lef, wat eigenlijk wel past als het gaat om een essaybundel – niet bepaald het populairste genre in de letteren. Maar waarom ook niet? ‘Ik begin graag bij het begin en laat bescheidenheid liever over aan betere mensen,’ ‘antwoordt’ Jan Postma (1985) op deze vraag. In Vroege werken brengt hij vijftien essays bijeen, met uiteenlopende onderwerpen als zijn bewondering voor Josseph Brodsky, rood haar of een muizenplaag.

Postma’s essays zijn soms scherp, soms wat lichtzinnig, in ieder geval vaak speels geformuleerd. In ‘Ga door, maak ons gek’ buigt hij zich over de tentoonstelling Selfmade die in 2014 te zien was in het Letterkundig Museum (inmiddels omgedoopt tot Literatuurmuseum) in Den Haag. De tentoonstelling bestond uit selfies van Heleen van Royen rond thema’s als, onder andere, liefde, seks, vergankelijkheid. Veel bloot, misschien meer dan je zou willen. ‘Ik kan de kut van Heleen van Royen dromen,’ opent Postma zijn stuk.

Maar al snel verlegt hij zijn aandacht van het onderwerp van de foto’s en de reacties daarop (‘exhibitionistisch’) naar de omgeving van Van Royen. Het interessantste aan haar, schrijft Postma, zijn de mannen om haar heen. ‘Wat was er aan de hand? Heleen van Royen was in control. Ze hoefde niets te doen om de hele tafel [van De wereld draait door] tot een stelletje bumbling fools te reduceren.’ Mooie observatie.

Verdwaling
De meeste stukken in Vroege werken zijn (deels) eerder gepubliceerd, in literaire bladen als Das Magazin of De Gids, of in tijdschriften als De Groene Amsterdammer, waar Jan Postma ook redacteur is. Veel van de essays ‘neigen naar waargebeurde verhalen’, in Postma’s eigen woorden. Het zijn veelal verslagen van reisjes of vakanties en overdenkingen daarbij, zoals wanneer hij schrijft over de dorpsgemeenschap in Westkapelle of in het essay ‘Snorkelen in een massagraf’. In dit essay koppelt hij zijn reis naar Sicilië aan immigratieproblematiek en het werk van de essayiste Rebecca Solnit.

Wat het essay is, is niet zo eenduidig. Het genre is weinig vormvast, wat door de beoefenaars juist ook als het wezenskenmerk wordt beschouwd, schrijft Postma in het inleidende stuk ‘Alledaags narcisme’. In zijn definitie is het, onder andere, ‘een verdwaling’ en ‘een wandeling waarbij zo nu en dan het een en ander wordt opgeraapt, niet per se om het te wegen of een oordeel te vellen, maar ook om het even te bekijken’. Zo moeten de essays in Vroege werken inderdaad gelezen worden.

‘Bewondering & ballingschap’ is met bijna vijftig pagina’s het langste essay uit Vroege werken. Het gaat over Joseph Brodsky, maar Postma verdwaalt graag tijdens deze wandeling. Stukken over de Russische dichter worden afgewisseld met particuliere anekdotiek, over een toevallige ontmoeting in het bos, de gelegenheden wanneer hij iets van Brodsky leest en een lezing van Zadie Smith. Waar Postma heen wil, wordt niet altijd duidelijk. Dat zou op zich ook niet zo’n probleem zijn als de omwegen die hij neemt dan in ieder geval de moeite waard zijn. Maar dat valt – ook in andere essays – helaas nog wel eens tegen.

Het eigen, kleine narcisme
Een persoonlijke inzet bij essays is te prijzen, maar niet geheel zonder gevaar. De mate waarin de schrijver aanwezig is in zijn teksten kent een delicate balans. De eigen ervaring kan een mooi vertrekpunt vormen, maar het wordt oppassen als het de reis zelf wordt. Exhibitionisme ligt al snel op de loer – precies de reactie op de foto’s van Van Royen. Had het meer te vertellen dan alleen het tonen van het eigen ik?

Jan Postma gaat niet voorbij aan deze overwegingen: ‘Ik moet voorzichtig zijn. Narcisme is tenslotte iets.’ Maar de valkuil aanwijzen is niet hetzelfde als er met een boog omheen lopen. Van veel herinneringen, anekdotes en ontboezemingen is de vraag wat ze toevoegen. Een enkele persoonlijke noot is geen probleem, maar alles bij elkaar is het wel wat veel. Postma is op zijn sterkst als hij een ander onderwerp heeft om over te schrijven dan zichzelf.

‘Het mag niet verwonderlijk heten,’ schrijft Postma met de guitige ondertoon van ironie, ‘maar mijn eigen, kleine narcisme blijft me, in tegenstelling van dat van een amorfe groep anderen, gemakkelijk boeien.’ En dat blijkt in Vroege werken. Maar het is ook niet verwonderlijk, als dat voor de grote amorfe groep, de lezers, wellicht wat minder geldt.

 

Vroege werken
Jan Postma
essays
Verschenen bij: Uitgeverij Das Mag
ISBN: 9789492478023
128 pagina's
Prijs: € 19,95

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *





 

Meer van Just Houben:

26 april 2017

De twee werelden van Truman Capote

Over 'Alle verhalen' van Truman Capote
15 maart 2017

De kracht van verhalen

Over 'Eden' van Marcel Möring
9 januari 2017

Berichten uit het bezemhok

Over 'Zonder rampspoed valt er niets te melden' van Frans Pointl

Recent

23 juni 2017

Een disharmonisch tegengeluid

Over 'De wolkenmuzikant' van Ali Bader
22 juni 2017

Een lekker tussendoortje

Over 'De spionne' van Jean Echenoz
21 juni 2017

Van een fascinerende wispelturigheid

Over 'J.B.W.P.Het leven van Johan Polak' van Koen Hilberdink
20 juni 2017

Een mens van vlees en bloed

Over 'Chelsea Girls' van Eileen Myles
19 juni 2017

Stinkende lijven en slapeloze nachten

Over 'Tien dagen die de wereld deden wankelen' van John Reed