29 maart 2017

Andere tijden

Door Stefan Ruiters

Eigenlijk zou ik me met de boekenweek moeten bezig houden. Als tweedehands boekhandelaar, maar ook als boekenkoper en lezer laat ik me er evenwel nooit mee in. Voor een boekenweekgeschenk die bij honderdduizenden tegelijk wordt gedrukt, ga ik niet speciaal naar de boekhandel toe. Aankomende zomer zal het boekje van Herman Koch wel in een partijtje boeken zitten bij een inkoop van boeken. Het boekenweekgeschenk van Joost Zwagerman uit 2010 is een van de weinige die ik heb gelezen, omdat het over een museumdirecteur en kunstroof ging. Dat boeit me. Over het algemeen vind ik de thema’s die aan de boekenweek verbonden wordt niet bijster interessant. Andere tijden begint me steeds meer en steeds weer opnieuw te boeien. Langzaam glijd ik de negentiende eeuw in de afgelopen dagen. Mijn interesse voor die eeuw is al langer aanwezig.

De schilderijen van Willem Witsen of Van Gogh, de schotschriften van Friedrich Nietzsche, de dagboeken van Vincent van Gogh en ook die van een schrijvende en schilderende voorganger, Gerard Bilders, deden me vaker terugvallen naar 1885 of 1860. Geregeld grijpt de ijzeren eeuw me bij mijn kladden. Vooral de tweede helft heeft me vaak in zijn industrialiserende greep. Maar de eerste helft juist weer door de stroming die in de literatuur en de kunsten de ‘Romantiek’ wordt genoemd. En die we vooral in de ons omringende landen hebben zien gebeuren met de nadruk op het individuele, het verhevene van concepten als nationalisme en de overweldigende ervaring van de nietige mens temidden van de bulderende krachten van de natuur. En juist die combinatie van natuurbeleving, de mechanische en wetenschappelijke versnelling van die eeuw, boeien me. Auke van der Woud heeft dat voor Nederland mooi beschreven in Het lege land, over de ruimtelijke orde in de eerste helft van de 19de eeuw in ons nog drassige landje.

Je hoeft niet nostalgisch en met je rug naar de huidige tijd te staan om historisch geïnteresseerd te zijn. Dat gaat juist prettig samen. De actualiteit kan wat minder indringend of verwarrend worden ervaren als je met enig historisch besef het heden beleeft en vervolgens beziet. Voor hoeveel mensen in de 19de eeuw zou hun wereld er een van verandering en onzekerheid zijn geweest? Je zou denken voor veel, maar leefden de mensen toen niet in bijna permanent onzekere tijden, met oorlogen, ziekten en schaarste? In de huidige tijd denken we alles te kunnen beheersen. Van financiën tot en met migratiestromen, planologie en persoonlijkheidstrainingen; we komen er achter dat de wereld juist daardoor nog minder beheersbaar is dan we zouden willen, we willen steeds meer grip hebben. De idee van de veiligheidsutopie belooft ons een zekere mate van zekerheid en maakt ons tegelijk bang voor wat nog gaat komen. Misschien zijn we zelfs wel banger dan de mensen uit de 19de eeuw. Ik probeer me niet over te geven aan een schimmig soort vrees voor de  toekomst door de krant te lezen, nieuws te volgen door al lezend stappen te zetten in een boeiend, onbekend verleden dat ons weerbarstige bestaan van nu relativeert.

 

 

 

Recent

20 september 2017

In de huid van een leeuwin

19 september 2017

Nieuw leven beschreven

18 september 2017

Dichter van de werkelijkheid

16 september 2017

Een week lang feest

Literair Nederland - 10 jaar geleden

24 september 2007

"Toen ik jou voor het eerst zag, kwam je voorbijfietsen op een bakfiets waarin je spullen vervoerde. Het was laat in het jaar 1952, in de winter. Ik stond voor het raam van mijn ouderlijk huis in de Wilhelminastraat, waar mijn ouders een hotel-pension dreven, naar buiten te kijken. De Wilhelminastraat heette alweer een jaar of zeven zo. Als jong kind groeide ik op met de Schouwburgstraat, omdat in de oorlog namen van de koninklijke familie waren geschrapt door de Duitse bezetter. Soms reed je wel drie keer per dag op die bakfiets langs. Ik vond je koddig en stoer met je houtje-touwtjejas aan en je mutsje op. Je was toen al een apart type. Ik was vijftien jaar en had wat je noemt een voorspellende blik. Ik herinner mij dat ik, nadat je weer langs was gekomen, mijn moeder vertelde dat wij zouden trouwen en een kind zouden krijgen. Mijn moeder was het gewend dat ik zulke dingen zei. Ik had vaker van die voorspellingen, soms ook over de dood. Dat vond ze eng."

"Toen ik jou voor het eerst zag, kwam je voorbijfietsen op een bakfiets waarin je spullen vervoerde. Het was laat in het jaar 1952, in de winter. Ik stond voor het raam van mijn ouderlijk huis in de Wilhelminastraat, waar mijn ouders een hotel-pension dreven, naar buiten te kijken. De Wilhelminastraat heette alweer een jaar of zeven zo. Als jong kind groeide ik op met de Schouwburgstraat, omdat in de oorlog namen van de koninklijke familie waren geschrapt door de Duitse bezetter.

Lees meer