Alles wat raakt

Verhalen geven zicht op de werkelijkheid, in boeken ligt alles besloten voor wie het weten wil. Kijk je rond in je eigen leven zie je dat je zonder tandpasta dreigt komen te zitten. Je tandenborstel sleets is. En moet je niet eens die afspraak bij de tandarts maken. Maar er ligt al een volgende boek. In Tramhalte Beethovenstraat vindt de Duitse schrijver Andreas (dienstplichtontduiker), een baantje bij een Beierse krant in Nederland. Hij betrekt een kamer aan de Beethovenstraat. Bij de tramhalte daar, worden van maandag tot en met vrijdag, elke nacht vierhonderd Joden naartoe gestuurd. Met tram 8 worden ze opgehaald. Andreas denkt dat hij een nachtmerrie heeft. ‘Midden in de nacht schoot hij schreeuwend overeind. Daar waren ze weer, de geluiden, de korte snelle commando’s, het geblaf, het gedempte gezoem van stemmen. Alleen geen huilen, geen kreet. (…) De trams begonnen te rijden, het gedreun stierf weg, voetstappen verwijderden zich, toen was het stil.’ 

Je keek de documentaire Verdwenen stad. Een intens goed gemaakte film over hoe de Duitsers Amsterdam ‘Joden vrij’ maakten tijdens de Tweede Wereldoorlog. Veel werd duidelijk, verhalen verbonden zich met elkaar. Kwam het door de manier waarop tram 8 uit de remise reed (of een suggestie van tram 8). Deuren klapten open, rammelende geluiden, piepen van ijzer op ijzer. Daar gleed de tram de baan op. Of was het door de beelden van Amsterdammers die massaal langs de kant van de weg stonden om de bezetter over de Dam te zien rijden. Als was daar een feestelijke reden voor. De zwarthemden die voorbij marcheerden, de vele Nederlanders die hen de ‘Heil’ groet brachten. Het waren op zichzelf staande beelden. Het zag er allemaal zo aannemelijk uit. Of kwam het door de vertellers in de film dat je zo ontroerd raakte. Mannen en vrouwen die hun deportatie overleefd hebben. In een gewone straat in Amsterdam, op een brug of bankje bij een speelplaats, vertellen zij waar ze waren op het moment dat ze uit huis werden gehaald, getuige waren van razzia’s. Ze vertellen niets over hoe het in de kampen was, hoe ze overleefden. Ja, dat raakte je. En toen las je: Weet je nog?

 ‘Weet je nog hoe het was thuis?
 in die zonovergoten dagen?
 ‘s Morgens wekte zonlicht ouders en kind,
 ‘s middags vulde het lachend de klas,
 ‘s avonds lag warme rust over de tuin.

Weet je nog hoe we ‘s avonds
 thuis aan de grote ronde tafel aten?
 Vrolijk kwetterden de kinderen,
 wierpen stiekem kruimels, brokken
 en wat vlees naar de kat.

 Weet je nog hoe we thuis
 ‘s avonds in de heerlijke tuin zaten,
 waar viooltjes geurden, sering, jasmijn,
 terwijl jij naaide en verstelde, ik
 hardop voorlas uit krant of boek?

 Weten jullie nog hoe we in dit Lager
 hokten, vraten en sliepen in de drek?
 Angstig doorwaakten we de nacht voor transport.
 Ooit zal men er ons naar vragen,
                maar wij
 zullen er in stilte aan terugdenken.’


Dit laatst couplet, waarin de herinnering vooruitloopt op het heden, het verheft de dichter boven alles. Je denkt aan die jongeman die het in de nacht allemaal gehoord heeft, zag gebeuren, niet begreep waar hij getuige van was. Je denkt aan overlevenden die het er niet over hebben. Dat stilte iets is wat het onbegrijpelijke en beestachtige het best verdragen kan. En dat al die verhalen, opgeschreven in boeken, 
elkaar raken, opeens in het volle licht bestaan. ‘Niets bestaat dat niet iets anders aanraakt’, Jeroen Brouwers wist het, zoek naar de verbanden.

 

 

Tramhalte Beethovenstraat / Grete Weil / vertalerWilly Wielek-Berg / Meulenhoff (2024)
Naderhand, Kampgedichten / Felix Oestreicher / Ton Naaijkens / M10boeken (2024)
Verdwenen stad / film door Willy Lindwer en Guus Luijters, (hier gratis te streamen, nog tot 10 mei)


Inge Meijer is een pseudoniem, een boek per dag is haar levensmotto.

 

 

Om Literair Nederland draaiende te houden, zijn wij afhankelijk van vrijwillige bijdragen. U kunt ons steunen via de rode knop. Waarvoor onze hartelijke dank!

Meer van Inge Meijer: