Alice Munro lezen

Je dacht aan hoe verhalen ontstaan, hoe ze verteld worden. Dat een goed verhaal altijd vanuit de werkelijkheid ontstaat. Maar eerst. Er moesten boodschappen gedaan worden, er was een afspraak bij de tandarts. Op je verjaardag nog wel. Maar Alice Munro (1931-2024) was overleden. Nu denk je steeds aan haar verhalen. Naast Natalia Ginzburg en Marga Minco is Munro de schrijfster die je het meest bewondert.’ Je was net in het verhaal ‘Trein’ van haar begonnen, in bed. Dertien boeken met verhalen publiceerde ze. Er is behoefte aan een soort overzicht van haar leven. Een schrijver is terug te vinden in zijn boeken. Je speurt het internet af op zoek naar boeken van haar die je nog niet hebt. Je vindt Het uitzicht vanaf Castle Rock. Verhalen over haar familie. In het voorwoord schrijft Munro hoe ze in de jaren negentig geïnteresseerd raakte in de geschiedenis van haar familie. Ze begon er verhalen over te schrijven die ze evenwel niet publiceerde.

‘Deze [verhalen] nam ik nooit op in de bundels met fictie die ik om de zoveel tijd samenstelde. Waarom niet? Omdat ik vond dat ze er niet bij hoorden. Ze vormden geen autobiografie, maar kwamen dichter in de buurt van mijn eigen leven dan de andere verhalen die ik had geschreven, zelfs die in de eerste persoon. In die verhalen had ik wel van persoonlijke gegevens gebruikgemaakt, maar er daarna van alles en nog wat mee gedaan. Omdat ik in de eerste plaats een verhaal wilde vertellen.’ 

Haar verhalen zijn plotloos, als het echte leven. In het verhaal ‘Trein’ neemt het leven van een jongeman verschillende wendingen, waardoor je niet kunt stoppen met lezen, want hee, wat gebeurt er hier. Je denkt aan boodschappen, tandarts. Je denkt, nog even. In haar verhalen legt Munro niets uit over het hoe en waarom van haar personages, ze plaatst je er middenin. Je kunt niet anders dan meegaan om te ontdekken wie ze zijn.

Als ‘s avonds de verjaarsvisite aan tafel zit waarop een stapel boeken van Munro ligt, kun je het niet laten. Je vraagt of ze Munro’s verhalen kennen. Je vertelt over het verhaal dat je die ochtend las. Over een jongeman, Jackson die in de trein zit. Als de trein vaart mindert, gooit hij zijn plunjezak naar buiten, springt er zelf achteraan. ‘Een jongeman in goede conditie.’ Munro rept met geen woord over oorlog. Door die plunjezak begrijpt je dat hij als Canadese soldaat Nederland heeft helpen bevrijden. Hij springt uit de trein en loopt het spoor terug. Na een tijdje klimt hij over een hek, komt oog in oog te staan met een gehoornde Jersey koe. Er komt een vrouw de wei inlopen. Ze zegt dat hij zijn plunjezak moet laten vallen, dat de koe daar overstuur van raakt. Ze zegt, ‘Ik heb havermout op de kachel staan. Ik ben zo klaar met melken.’ Eenvoudige woorden.

De jongeman doet klusjes voor haar rond het huis. Voor je het weet ben je bijna twintig jaar verder. Zijn ze in 1962 met de auto op weg naar Toronto. De vrouw moet aan een gezwel geopereerd worden. Ze wil dat niet, denkt dat het gezwel vanzelf zal verdwijnen. Ze wil omkeren, naar huis. Munro schrijft, ‘Sinds er voor iedereen ziekteverzekering was gekomen, rende iedereen maar naar de dokter, zodat hun leven een lang drama van ziekenhuizen en operaties werd, wat de periode aan het eind van je leven, waarin je mensen tot last was, alleen maar langer maakte.’ En wat je daar dan van denkt.

Hij bezoekt haar dagelijks in het ziekenhuis, tot zijn leven weer een wending neemt. Op een ochtend loopt hij langs een appartementengebouw waar een man op een brancard naar buiten wordt gedragen. De eigenaar van het gebouw vraagt hem of hij de conciërge, want die is het, zolang wil vervangen tot hij terug is uit het ziekenhuis. De conciërge sterft, hij krijgt de baan. Drie jaar later leest hij in de krant dat de vrouw, waar hij jaren bij woonde, is overleden. ‘Niet dat hij vaak terugdacht aan de kamers waar hij samen met haar had gewoond of het werk dat hij aan haar huis had gedaan.’ Als hij geconfronteerd wordt met iemand uit zijn jeugdjaren, neemt hij opnieuw de trein. In een plattelandsplaatsje stapt hij uit. Hij ruikt de geur van zagerijen. ‘Daar was werk, in zo’n houthakkersplaats zou zeker werk zijn.’ Waar het verhaal eindigt.

In haar laatste boek, Lief leven uit 2012, zijn enkele persoonlijke verhalen opgenomen. Je zoekt het verhaal ‘Met uitzicht op het meer’, waarin een vrouw, Nancy, naar de dokter gaat en zich in de dag heeft vergist. ‘Ze vraagt zich af of ze haar verstand begint kwijt te raken.’ Dan volgt er een verschrikkelijk goed verhaal van verdwalen in een stadje waar ze een dokter zal bezoeken die haar verstandelijke vermogens zal onderzoeken. Het blijkt een droom. Het verhaal eindigt met een korte dialoog:

‘Er is een vrouw hier die Sandy heet. Dat staat op het speldje dat ze draagt en Nancy kent haar trouwens ook.
“Wat moeten we met u aan?”, zegt Sandy. “We proberen u alleen maar in uw nachtjapon te krijgen. U lijkt wel zo’n kip die bang is dat hij opgegeten zal worden. U zal wel gedroomd hebben”, zegt ze. “Waar hebt u nu over gedroomd?”
“Over niets’, zegt Nancy. “Het was toen mijn man nog leefde en toen ik nog autoreed.”
“Hebt u een mooie auto?”
“Een Volvo.”
“Ziet u wel? U bent nog helemaal bij de pinken.”’

Sinds 2012 leed Alice Munro aan dementie. Ze was een veel gelauwerd schrijfster, haar boeken werden in vijfentwintig talen vertaald. In 2013 ontving ze de Nobelprijs voor Literuur. Na een verhaal van Munro, kun je niet meer zonder. Ze hebben de kracht je in een compleet andere wereld te laten verdwijnen.



 


Inge Meijer is een pseudoniem, schrijft in haar wekelijkse column over boeken.

 

 

 

Om Literair Nederland draaiende te houden, zijn wij afhankelijk van vrijwillige bijdragen. U kunt ons steunen via de rode knop. Waarvoor onze hartelijke dank!

Meer van Inge Meijer: