Alfred Schaffer overrompeld door winnen P.C. Hooftprijs voor poëzie

Door Ingrid van der Graaf

Deze week werd door de Stichting P.C. Hooft-prijs voor Letterkunde bekend gemaakt dat Alfred Schaffer (1973) de P.C Hooft-prijs 2021 krijgt voor zijn gehele oeuvre. Voor de dichter, die in Zuid-Afrika Nederlands doceert aan de universiteit van Stellenbosch, was dit een grote schok. Hij werd gebeld toen hij op zijn werkkamer op de universiteit zat door de secretaris van de P.C. Hooftprijs,  Aad Meinders. Zijn eerste gedachte was dat ze hem misschien wilden vragen als jurylid, en dan blijk je de prijswinnaar te zijn. Het was nogal een schok liet Schaffer weten in een interview in Trouw, ‘Ik viel echt van mijn stoel. Er was hier geen kip, dus ik heb maar even naar huis gebeld. Daar vielen ze ook van hun stoel.’ Daarna was hij vooral ontroerd, voelde het alsof hij de stratosfeer in werd gekatapulteerd. De P.C. Hooftprijs is een prijs waarvoor je niet genomineerd wordt, de verkiezing gebeurt geheel binnenskamers.

Een van de overwegingen van de jury om hem de prijs toe te kennen was: ‘Alfred Schaffer is een dichter die zonder met modes mee te waaien midden in deze tijd staat. Dat uit zich in zijn neus voor moderne communicatievormen, maar vooral ook in de oprechte betrokkenheid met de wereld die uit zijn verzen spreekt. Schaffers poëzie is nooit los te zien van de context van Zuid-Afrika, het land waar hij sinds 1996 – met een onderbreking van enkele jaren – woonachtig is. In zijn gedichten resoneert de verhouding tussen wit en zwart regelmatig, ook vanwege de persoonlijke achtergrond van de dichter, die een Arubaanse moeder heeft.’

Alfred Schaffer behoort met zijn 47 jaar tot de groep van jongere dichters die ooit de prijs ontvingen, Lucebert was 43, Gerard Reve 45 en Rudy Kousbroek was 46 jaar. Schaffer debuteerde twintig jaar geleden met Zijn opkomst in de voorstad (2000). Inmiddels heeft hij tien bundels gepubliceerd, waaronder de dit jaar verschenen bundel Wie was ik. Zijn werk werd eerder bekroond met onder andere de Awater Poëzieprijs, de Jan Campert-prijs en de Paul Snoek Poëzieprijs. Naast zijn lectorschap aan de Stellenbosch University, schrijft hij poëziekritieken voor De Groene Amsterdammer.

De prijs werd toegekend door de jury bestaande uit: Jeroen Dera, Janita Monna (voorzitter), Ester Naomi Perquin, Carl De Strycker en Michael Tedja. Met deze toekenning ontvangt de gelauwerde een geldbedrag van € 60.000.

De prijsuitreiking, die in mei plaatsvindt, wordt georganiseerd door het Literatuurmuseum. Hoe een en ander geregeld zal worden is nog niet duidelijk en afhankelijk van de beperkingen die de coronapandemie oplegt.

 

 

Bron: Trouw, Interview door Iris Pronk

 

Om Literair Nederland draaiende te houden, zijn wij afhankelijk van vrijwillige bijdragen. U kunt ons steunen via de rode knop. Waarvoor onze hartelijke dank!

Recent

14 juni 2024

Een invuloefening

Literair Nederland - 10 jaar geleden

23 juni 2014

Alles wat solide was verdwijnt in het niets
Recensie door Martin Lok

‘Alles van waarde is weerloos’ zo dichtte Lucebert in 1974. Maar niet in Spanje, zo betoogt Antonio Muñoz Molina in zijn boek over de economische crisis in Spanje. In tegendeel. Daar was volgens hem tot voor kort juist alles wat waardeloos was solide.

Dit delen: