4 februari 2013

Afrikaners. Een volk op drift – Fred de Vries

Het verleden poets je niet zomaar weg

Recensie door Rein Swart

Zuid-Afrika is een land dat vaker negatief dan positief in het nieuws is. Berovingen zijn aan de orde van de dag. Toeristen doen er goed aan met gesloten portieren door Johannesburg te rijden om niet de dupe te worden van een overval. Dit soort berichten verwonderen na de democratische omslag die begin jaren negentig plaatsvond. Met de vrijlating van Mandela, de afschaffing van de apartheid, de vorming van een meerderheidsregering onder leiding van het ANC én het werk van de verzoeningscommissies leek een zonnige toekomst voor de zogenoemde regenboognatie gegarandeerd: alle groepen verenigd onder een stralende hemel. Hoe kon het dat de werkelijkheid heel anders uitpakte?

Fred de Vries beschrijft in Afrikaners de toestand van verwarring waarin het land verkeert vanuit het oogpunt van de blanken die in Zuid-Afrika wonen. De ondertitel Een volk op drift geeft goed weer hoe het met hen gesteld is. Na de omverwerping van het apartheidsregime in 1992 en de vorming van een nieuwe regering die vooral uit ANC-leden bestond, konden ze als groep gemakkelijk uit elkaar gespeeld worden. De Afrikaners reageerden namelijk heel verschillend op de nieuwe situatie: sommigen emigreerden, anderen kropen bij elkaar, weer anderen wilden samenwerken met het ANC. Er was veel onzekerheid over de toekomst. De kort durende verbroedering tijdens het WK-voetbal in 2010 kon de giftige historische stoflaag niet wegblazen.

De geschiedenis van de Afrikaners begint met de kolonisten die in de tijd van de VOC in Zuid-Afrika aanmeerden en in dit rijke land bleven hangen. De gewonnen strijd tegen de Zoeloes tijdens de Slag bij Bloedrivier in 1938 leidde tot euforie, maar de Boerenoorlog (1899- 1902), die verloren ging tegen de Engelsen, bracht een deuk teweeg in het zelfvertrouwen. De strijd in de jaren zeventig tegen het communistisch gevaar dat vanuit het Noorden dreigde, isoleerde Zuid-Afrika van de wereld. De politiek van apartheid leidde tot verdere uitsluiting.

Boeiend zijn de ontmoetingen van de auteur met oud-leiders als Pik Botha en De Klerk. De laatste kreeg veel kritiek omdat hij de macht van de Afrikaners zou hebben verkwanseld door akkoord te gaan met stemrecht voor iedereen, waardoor de Boeren van overheersers tot een onderliggende groep werden. De versnippering van de machtspositie leidde tot opheffing van de Nationale Partij. De blanken trokken zich terug in hun security villages in steden als Johannesburg.

De Vries maakt een rondgang langs de resten van de oude cultuur. Hij bezoekt Orania, een Afrikaner bolwerk, opgezet door Verwoerd, die de grondlegger was van de apartheid. De Vries vindt de sfeer er minder gesloten en kunstmatig dan in de blanke wijken van Johannesburg. Hij gaat in op de taal. ‘De geschiedenis van het Afrikaans is de geschiedenis van de Afrikaners in het klein.’ Tijdens de apartheid werd de taal gezuiverd van vreemde elementen. Melkskommel stond voor milkshake en prikkelpop voor pin-up. De geschiedenis is terug te horen in de term bittereinders, soldaten die tijdens de Boerenoorlog tot het bittere einde doorvochten. De plaas staat voor de boerderij en de grond die voor de boeren zeer belangrijk is en luid bezongen wordt. Het trauma van de Boerenoorlog maakte Afrikaners ongevoelig voor onrecht tegen zwarten, die op hun beurt met wrok tegen de vroegere overheersers aankijken en vaak ook fysiek tegen hen optreden. Een andersdenkende schrijver als Antjie Krog (1952) pleit voor ubuntu, een humanistische verbondenheid, terwijl de Engels opgevoede Rian Malan (1954) in My traitor’s heart de vooraanstaande plaats van de Afrikaners ter discussie stelt. De jongerencultuur staat inmiddels los van het verleden. Jongeren kiezen voor respect voor alle rassen en stammen en willen in vrijheid hun eigen subcultuur vormgeven.

Tenslotte werpt De Vries een blik in de toekomst. Zullen de Afrikaners assimileren, segregeren of integreren? De uitkomst is ongewis. Vele blanken zijn, meer gedwongen dan uit vrije wil, geëmigreerd naar Australië, waar het maatschappelijk leven lauw is en alleen gestreden wordt voor homo-emancipatie. Zuid-Afrika is ook niet te vergelijken met andere Afrikaanse landen zoals Kenia, waar de blanken een duidelijke minderheid vormen zonder invloed op de cultuur. De uiteenlopende politieke visies maken het moeilijk om de Afrikaners op één lijn te krijgen. De Vries stelt ze voor als een doos nachtvlinders zonder deksel.

Vaak komt in de beschouwingen en interviews naar voren dat de kloof tussen Afrikaners en zwarte stammen niet gemakkelijk te dichten is. . Typerend voor de situatie is dat er twee musea zijn over de De slag bij Bloedrivier. De Boeren denken vaak nog dat ze het beter weten dan de zwarten. Een blanke vakbondsleider meent dat het regeringsbeleid vooral tegen de Afrikaners is gericht. Door de positieve discriminatie op de werkvloer worden banen eerder aan een onbekwame zwarte vergeven dan aan een capabele blanke. Stagnatie is daarvan het gevolg. De vroegere steden met rijke blanke wijken, zwarte townships, zijn in plaats van welvarender armer geworden, zoals De Vries vaststelde in Kroonstad, de vroegere woonplaats van Antjie Krog.

De Vries schuwt de persoonlijke noot niet, al blijft die beperkt tot enkele intermezzo’s en de inleiding. Bij zijn aankomst in Pretoria in 1992 met zijn vriendin die op de ambassade werkte, moest hij huilen van ellende. Hij had vijf jaar in andere Afrikaanse landen gewoond en kon moeilijk aarden. Op straat was geen zwarte te bekennen. Pas door een ontmoeting met de muziek van alternatieve Afrikaners raakte hij er meer op zijn gemak. In 2004 kocht hij samen met zijn nieuwe vriendin in het dorp Vrede een buitenhuis, op twee uur rijden van Johannesburg, waar hij later werd bedreigd tijdens het joggen. In een intermezzo vertelt hij over een diefstal die door zijn blanke buren werd gepleegd.

Het is de tragiek van de Afrikaners dat zij op grond van het verleden in een moeilijke positie verkeren, zoals Coetzee in zijn roman In ongenade laat zien. Ze hebben zich geworteld in het gebied en hebben zich daar zodanig ingevochten dat ze nauwelijks weg kunnen. In Europa zouden zij zich onmogelijk nog op hun plaats voelen. De uiteenlopende opvattingen van blanke opportunisten, separatisten en verzoeningsgezinden over hun plaats in de Zuid-Afrikaanse maatschappij maken het boek nogal overladen, maar misschien komt dat ook omdat het samengesteld is uit delen die eerder in kranten en weekbladen gepubliceerd werden.

Wellicht is in deze situatie, richtingbedonnerd als de Afrikaners zijn, het pleidooi voor democratie nog het meest wenselijk: afzien van de nadruk op ras of stam, maar gericht op de bescherming van de mensenrechten. De Vries zelf is na de verkoop van zijn huis aan het eind van het boek nog steeds een dolende buitenstaander, maar nu zonder tranen.

 

Afrikaners
Een volk op drift

Auteur:  Fred de Vries
Verschenen bij: Uitgeverij Nijgh & Van Ditmar
Aantal pagina’s: 368
Prijs: € 19,95

 

 

 

Afrikaners. Een volk op drift
Fred de Vries
ISBN: 9789038895390

Meer van :

20 oktober 2017

Soepel een licht vallende poëzie

Over 'Wax Hollandais' van Abdelkader Benali
18 oktober 2017

‘Een luchtig sprookje’

Over 'Waterscheerling' van Rascha Peper
17 oktober 2017

Van poldercrimineel tot godfather in Frankrijk

Over 'Ondijk/Punt' van Barry Smit

Recent

16 oktober 2017

Nooit meer los van Indië

Over 'De Tanimbar-legende' van Aya Zikken
13 oktober 2017

Leven zonder moeder

Over 'Het intieme vreemde' van Jente Jong
12 oktober 2017

Een antikrimi

Over 'De rechter en zijn beul' van Friedrich Dürrenmatt
11 oktober 2017

De stijl tekent de man

Over 'Mijn grote appartement' van Christian Oster
10 oktober 2017

Eindeloos gepieker

Over 'Parttime astronaut' van Renée van Marissing

Verwant