12 juni 2017

Advies

Door Martin Lok

Een paar jaar geleden was ik op Vilm, een klein eiland in de Baltische Zee, ruim de helft kleiner dan Rottumerplaat en een van de stilste en meest verlaten plekken van Duitsland. Dit eilandje was in de DDR-jaren dé vakantielocatie voor Communistische apparatsjiks. Ik sliep er dan ook in een bed waarin voorheen misschien wel Erich Honecker of Leonard Brezjnev hadden gelegen en voelde me een bevoorrecht mens (aan de juiste zijde van de geschiedenis).

Het meest bijzondere aan Vilm was overigens niet zijn communistische geschiedenis maar de natuur, en dan vooral het bos. Een bos zoals een bos moet zijn: groen, grillig en bemost, zodat je eigenlijk overal trollen, kabouters en bosnimfen verwacht. Van een sprookjesachtige schoonheid zoals ik nog nooit had gezien en die terug te voeren is op het feit dat het bos decennia lang geen mensenhand meer had gezien. Niet zo vreemd dus dat het al sinds de jaren dertig van de vorige eeuw een beschermd natuurgebied is (en evenmin vreemd dat dat voor de leiders van de DDR het perfecte vakantie-uitje was).

Maar niet alleen de apparatsjiks waardeerden de bossen van Vilm. Ook kunstenaars deden dat, in groten getale. De afgelopen 200 jaar schilderden ruim 350 Duitse landschapsschilders de natuur van het eiland. Een mooi voorbeeld daarvan is Eiken aan zee van Carl Gustav Carus (ca. 1834). Eiken zoals eiken moeten zijn: groot, grillig en majestueus, met een zacht ogend grasveld aan zijn voet, zodat je niets liever wil dan jezelf er neer vleien voor een subliem rustmoment.

Ik moest aan Vilm en de bomen van Carus denken toen ik de Oogst van de week op Literair Nederland las. De nieuwe Nederlandse uitgeverij Bint heeft John Steinbeck’s klassieker To a God unknown uit 1933 opnieuw in Nederlandse vertaling uitgebracht. Die sublieme roman waarin, net als op Vilm en Carus’ schilderij, de eik de hoofdrol opeist. In mijn kast staat nog een licht beduimelde Penguin-Twentieth-Century-Classic-versie van deze roman. Ik heb het verschillende keren gelezen en wordt iedere keer weer gegrepen door de sage die Steinbeck hier spint, waarin de relatie tussen mens en natuur centraal staat en de levensfilosofie van de kolonist Joseph Wayne lijkt voort te komen uit een onderhoudende potpourri van heidense, Griekse en Bijbelse verhalen. Met dat onbeschrijfelijk mooie einde dat ik het liefste zou willen citeren, maar niet doe omdat je dat uiteindelijk het beste zelf kunt ontdekken. Dat einde waarin man en boom één worden en zo het Leven redden. Dat einde dat een mustread is voor iedereen die van literatuur houdt. En dat kan nu dus weer in het Nederlands. Alhoewel uitgeverij Bint alle lof verdient voor deze uitgave zal ik deze zelf niet kopen. Ik zal binnenkort domweg voor de zoveelste keer mijn Penguin-klassieker ter hand nemen. Voor wie dit boek nog niet bezit, ligt mijn advies overduidelijk voor de hand.

 

 

 

Recent

11 augustus 2017

Zorgenkind of zondagskind

7 augustus 2017

Een kanjer

4 augustus 2017

Wondranden

Literair Nederland - 10 jaar geleden

27 augustus 2007

Iemand gaat op reis naar een prachtig land, Peru in dit geval, en schrijft een boek over deze reis. Op de flap staat: "Het neusje van Peru voert de lezer mee naar de Peruviaanse woestijn, het Triticameer, over de Andes naar het hart van het Incarijk, tot in de jungle nabij Iquitos."

Iemand gaat op reis naar een prachtig land, Peru in dit geval, en schrijft een boek over deze reis. Op de flap staat: "Het neusje van Peru voert de lezer mee naar de Peruviaanse woestijn, het Triticameer, over de Andes naar het hart van het Incarijk, tot in de jungle nabij Iquitos."

Dat klinkt toch goed nietwaar? Helaas, we worden wel meegenomen maar niet naar het bovengenoemde. Natuurlijk komen deze gebieden wel voor in het boek maar het frappante is dat ik heel veel over het reizen zelf heb gelezen maar weinig over het land.

Lees meer