Aanstekelijk

Een op de drie jongeren houdt niet van lezen, de helft van alle scholieren leest nooit een roman of lang verhaal. Romans gaan volgens hen over één onderwerp en die verhalen, ja die zijn te lang, dat vinden ze vervelend. Dit staat in een leesoffensief dat deze week gepresenteerd werd door de Raad voor Cultuur en de Onderwijsraad. Schrijver Jacques Vriens zei desgevraagd in een nieuwsprogramma op radio 1: ‘Wat een kletskoek. Er zijn zoveel verschillende boeken. Die juf of meester, die moeten het doen en als die niks met boeken hebben, ja, dan… Je zegt toch ook niet: ik reken maar niet met de kinderen want ik hou niet zo van rekenen?’

Het was de zaterdag net voor de hittegolf losbarstte en de katten nog niet voor dood op de keukenvloer lagen dat recensenten en redacteuren van Literair Nederland naar Utrecht afreisden voor de jaarlijkse recensentenborrel, dit keer bij antiquariaat Hinderickx & Winderickx. Een jaarlijkse ontmoeting van literatuurliefhebbers die enkel over boeken spreken, wat literaire roddels (Horrortheater van Arie Storm) delen, vragen naar het laatst-gelezen-boek (Grand hotel Europa), het wat-lees-je-nu-boek (Asymmetrie, Lisa Halliday) of het lang-geleden-gelezen-boek (Anna, Dezsö Kosztolányi). Met een glas in de hand en de blik, steeds weer verschietend van gesprekspartner naar de boeken rondom.

Zo kwamen we bij de niet-meer-gelezen schrijvers, zoals Vestdijk, en hoe dat toch kan. Het was amper uitgesproken of er sprong, (bij wijze van spreke) een deel van de Anton Wachter reeks uit de boekenkast. Er werd gelachen, gememoreerd aan die andere wachters, uit Ivoren wachters. Over het verrotte gebit van lyceumleerling Philip Corvage, die zijn tanden breekt op de bast van walnoten die hij onderweg naar school kraakt. Gezien de vorm van de walnoot, gelijk de hersenen, zou het eten van walnoten de geestelijke denkkracht bevorderen liet Philip anderen geloven. Wie het leest wil het ook graag geloven. Een meesterlijk boek, net zoals De koperen tuin nog steeds in vervoering brengt, overtuigden we elkaar. En dan de poëzie van nog zo’n vergeten schrijver, Hans Warren.

Voor jou

‘Ben jij het die dit leest? Heb je niet
je astrakan muts afgezet, en vallen nu
je zwarte krullen warm naar het papier?
Slaat het licht van deze bladzij
op in de goudspikkels van je ogen,
glimlach je gelukkig, nu je merkt
dat ik dit weet, en breng je ook
je donkere lippen zo dicht bij de woorden
dat het lijkt of je ze gaat kussen?
Leg je, toch even onzeker, je vinger
tussen de bladzijs, druk je het boek
tegen je borst, waar het ritselt
door het bonzen van je hart?
Ben je nóg mooier nu, kijk je door het raam?
wees gerust: dit is werkelijk voor jou geschreven.’

Kijk, hoe mooi dit is. Als elke leerkracht nu de dag gewoon begint met een gedicht een wereld te scheppen die verlangens wekt. Verlangens die de geest voeden, zoals de walnoten in Ivoren wachters van Vestdijk. Laten we  dan gelijk boekwinkels zien als ontmoetingsplaats, waar de een de ander aansteekt. Vergeet niet je kind mee te nemen.

 


Inge Meijer is een pseudoniem, zij leest de godganse dag en schrijft daarover.

 

 

Meer van Inge Meijer: