130 Zoekresultaten voor: Inge Meijer

27 december 2018

Uit het archief - column Inge Meijer en Godenslaap Erwin Mortier

door Hans Muiderman

Vlak voordat ze de deur uitgaat naar het ziekenhuis om een vriendin mentaal te ondersteunen, grist columniste Inge Meijer het boek Job (1930) van Joseph Roth uit de boekenkast. ‘Om het wachten wat te helpen,’ schrijft ze.

Het boek vergezelt haar die dag en ze leest al wachtend over de hoofdpersoon Mendel Singer, ‘die wordt voortdurend door zijn vrouw op zijn kop gezeten. De liefde tussen hen was zo koud geworden als de winters in die tijd.’ Ook las Inge Meijer De Radetzkymars (1932) van Roth, het stond in de boekenkast van haar vader en was sinds een jaar of tien in haar bezit.

Lees meer
6 mei 2018

Inge Meijer

Inge Meijer is een pseudoniem. Ze schrijft columns over boeken als steunpilaren en over ontdekkingen in de marges van de literatuur.

Lees meer
13 juli 2020
 – Column

Oefening

Zaterdagnacht daalde de buitentemperatuur tot 6 graden. Waar de warmte van de zomerdagen (bij een afwezigheid van 16 dagen) nog steeds in huis te voelen was, drong nu de kou naar binnen. Het was drie uur in de nacht toen ik wakker werd van een razend hart. Ik bleef stil liggen, heel stil, alsof er een muis in de kamer was, die als ik maar stil bleef, vanzelf zou verdwijnen. Ondertussen overwoog ik mijn mogelijkheden, ik koos niet voor paniek. Verbazing mocht, lang was er geen sprake geweest van onrust, hield het hart zich aan de regels. Ik bewoog bedachtzaam naar de rand van het bed, ging zitten. Bedacht hoe verstandig het van me was geweest als het voorgeschreven medicijn binnen handbereik zou zijn. Ik nam een boek van het tafeltje naast me, ging op blote voeten de trap af. In de gangkast zocht ik het doosje tabletten. Herinnerde me niet meer hoe ze eruit zien. Dan vind ik een doosje met vier tabletten, ik denk dat het de goede zijn.

 

Lees meer
6 juli 2020
 – Column

De geest van de schrijver

Het regent af en aan, windvlagen verontrusten mijn dagen. De takken van de vijgenboom opzij van het raam laat zijn takken zwaar neer, blindeert een deel van het venster. Bladeren van de tomatenplanten in de tuin kleuren geel. Het zijn gevoelige planten, ze houden niet van de aanraking van water, elk jaar zijn we benieuwd of ze van groen naar rood kleuren. Ondertussen denk ik aan hoe schrijvers vergeten kunnen raken. Dat je opschrikt bij het vernemen van hun dood, ze opeens  je gedachten weer bevolken met hun leven, hun verhalen. Zoals Mischa de Vreede, ze overleed op 12 mei op drieentachtigjarige leeftijd. Ik dacht aan haar columns in de Libelle van mijn moeder, die nergens terug te vinden zijn, vermeld worden. Columns van een vrij leven is wat ik me ervan herinner, ze deed wat ze wilde. 

 

Lees meer
29 juni 2020
 – Column

Wandelschoenen

Sinds kort begin ik de dag met een koude douche. Dat komt door een van de figuren uit De afwezigen van Lieke Kézer. In het begin is er een passage waarin Frank, een oude man en zijn twaalfjarige buurjongen Joshua, die hij na het overlijden van zijn moeder onder zijn hoede heeft genomen, naar New York gaan. Hij wil Joshua iets tonen, iets dat de stille jongen in beweging moet brengen. Dat is wat we behoren te doen, elkaar in beweging brengen. De ochtend na aankomst verslaapt Frank zich en zit Joshua, allang wakker, voor de tv. Ze kennen elkaar nog niet zo goed. ‘Je had me wakker mogen maken, je mag me altijd wakker maken,’ zegt Frank. Hij stapt snel uit bed, neemt een ijskoude douche.‘[staat] naar adem happend onder de ijzige straal, hij dwong zichzelf er dertig seconden onder te blijven staan om zijn bloedsomloop op gang te brengen.’ Toen leek het me opeens van belang mezelf tot iets te dwingen, iets op gang te brengen.

Lees meer
23 juni 2020
 – Column

Voorlezen

Eind maart ontving ik een berichtje van de schrijver wiens boek hier voor me ligt. Rauwe wortels ernaast, in stijl met de levensvisie van de personages in het boek. Wordt er wijn geschonken in een goed verhaal, drink ik een wijntje. Ik ontmoette de schrijver in 2018 voor een interview over schrijven en haar verhalenbundel Aan doodgaan dachten we niet. Een titel die ook heel goed had gepast bij deze roman. In dit boek doen de personages er alles aan om niet toe te geven aan hun hongergevoel, licht en muziek zal hen voeden. Als een van hen door uitputting sterft, volgt een politie onderzoek. De huisgenoten worden opgepakt, gedurende enkele dagen ondervraagd. Er wordt vooral gevraagd of ze het niet hadden zien aankomen, de dood van hun huisgenoot. Nee, ze hadden het niet zien aankomen, want aan doodgaan dachten ze niet.

Lees meer
15 juni 2020
 – Column

Romantiek

Verhuizen is wel een ding. Achttien keer trok ik van het ene naar het andere adres, bewoonde kamers, appartementen, huizen. Soms voor de duur van een jaar, een half jaar, vaker zeven of drie jaar. Tegenwoordig zegen ik mezelf in stilte, we wonen al acht jaar (acht jaar!) in hetzelfde huis. Hardop zeg ik, ‘Nee hoor, wij zitten hier goed, wij blijven hier tot het einde der dagen'. Als was ik het verhuizen moe. Toen hoorde ik over een koetshuis aan de rand van het dorp, dat te huur staat. Ik ging er wandelen, liep achterlangs, keek over de heg, liep voorlangs, keek de oprit langs. En zag mogelijkheden. Ik ken het huis, alle dagen dat ik naar de stad fiets kom ik er voorbij. Met ruimte voor aanleg van een moestuin, het houden van kippen, stond in de annonce. Het huis met koetshuis deed zich anders voor nu ik mezelf er zag rondlopen, door openslaande tuindeuren het terras betreden.

Lees meer
8 juni 2020
 – Column

Alles is een keuze

Terwijl ik De Afwezigen van Lieke Kézér lees, staan er wereldwijd mensen op tegen racisme. Soms overstijgt noodzaak het gezond verstand, verschijnen sommige boeken op het juiste moment in je aandachtsveld. Ik lig op de bank, bevind me afwisselend in Los Angeles en New York. Op de radio de dwingende stem van de interviewer die erom geroemd wordt dat hij zijn gasten het vuur aan de schenen legt. In het boek ben ik op het punt dat Joshua in 1981, (verwaarloosd, muzikaal wonderkind, enkele jaren bij zijn verslaafde vader in L.A. wonend), op zestienjarige leeftijd door zijn vaders vriendin Jessy op het vliegtuig naar New York wordt gezet. Een passage in het boek over vrijheid, die je niet krijgt toegeschoven, maar neemt wanneer de kans zich voordoet. De interviewer laat ondertussen zijn gast, een van de organisatoren van de demonstratie op de Dam, niet uitspreken. Ik vraag me af waar hij naartoe wil. Ik lees verder. 

'Ik bel een taxi,' zei Jessy. 'We gaan naar het vliegveld en dan koop ik een ticket voor je. Je gaat naar New York.'

Lees meer
1 juni 2020
 – Column

Pannekoeken opgooien

Het is een zonnige zaterdagochtend, ik fietst naar het dorp voor de Volkskrant. Ik wil weten hoe deze krant eruit ziet zonder bijdragen van de verdwenen literair criticus Arjan Peters. Of hadden ze nog een recensie van hem liggen? Ik verwacht iets, een teken een sein, opheldering. In de kantoor- tevens tabaks-  en boekhandel aan het plein leg ik de Volkskrant op de toonbank.

Lees meer
26 mei 2020
 – Column

Een brief

Vorige week zondag was Jaap Scholten op de radio. Ik lees zijn verhalen, zijn eerste boek. Mooi verhalen die goed beginnen met zinnen als, 'Het regende en het regende.' Of 'Vanuit de trein zag ik een schaap. Of 'Een paar weken geleden ben ik op een avond bij Louise binnengevallen.' Ze gaan nergens over, toch ook weer over van alles. Zoals een goede brief. Waarvan elke zin je nieuwsgierig maakt naar de volgende, wat de schrijver je wil vertellen, wat hem overkomen is.
Op de radio vertelde Scholten over het ontstaan van zijn nieuwe roman Suikerbastaard. Hoe er vijf jaar geleden in Deventer na een lezing over Horizon City, een man naar hem toekwam. Hem vertelde dat machinefabriek Stork uit Hengelo daar in de jaren vijftig, suikerfabrieken had gebouwd. Dat daar veel bastaardkinderen rondliepen, die, zoals daar gebruikelijk, de voornaam van de vader als achternaam kregen. 

Lees meer
18 mei 2020
 – Column

Veerkracht

Afgelopen vrijdag schreef Michiel Krielaars in NRC Handelsblad dat hij Natalia Ginzburg geregeld herleest ‘om er steeds weer iets nieuws in te ontdekken en verbijsterd te staan over haar tijdloze verbeeldingskracht.’ Het verheugde me enorm en las het stuk met plezier, tenminste één iemand die haar boeken geregeld uit de kast haalt. In diezelfde week was ik haar, van wie gewoonlijk zo weinig vernomen wordt, tegengekomen in het fijne boekje Een man alleen, De zelfmoord van Cesare Pavese. De auteurs Jan Kostwinder en Hein Aalders bezochten de plaatsen waar Pavese gewoond en gewerkt heeft. Natalia Ginzburg behoorde met Pavese deel tot dezelfde groep bevriende intellectuelen in de jaren dertig. Ze werkten enige tijd bij dezelfde uitgeverij Einaudi in Turijn. Op een van de eerste bladzijden in Een man alleen, wordt haar karakteristieke omschrijving van Pavese in zijn functie als hoofdredacteur weergegeven.

Lees meer
11 mei 2020
 – Column

Details

Terwijl ik nadenk over de uitspraak van de koning, ‘Sobibor begon in het Vondelpark,’ hoor ik op de radio Arnon Grunberg. Het is zaterdagochtend, ik zit aan de lange tafel aan de tuinkant van de kamer, de ongelezen krant voor me. Het waren de borden Verboden voor Joden, die de eerste stap zette naar uitsluiting van een bevolkingsgroep, naar het concentratiekamp, ik begrijp dat.
Grunberg is te gast in het programma Nieuwsweekend om te praten over zijn 4 mei voordracht. Met welk doel heeft hij dit geschreven? 'Herdenken is pas zinvol als je pogingen doet tot kennisoverdracht', zegt Grunberg. En, ‘Ik heb dit geschreven met het oogmerk om een beeld te geven van wat daar echt gebeurd is.' De zon straalt dwars door de kronkelende tulpen die op de vaas staan, op het tafelblad. Grunberg zegt dat we naar de details moeten kijken omdat algemeenheden geen indruk maken.

 

Lees meer