149 Zoekresultaten voor: Inge Meijer

27 december 2018

Uit het archief - column Inge Meijer en Godenslaap Erwin Mortier

door Hans Muiderman

Vlak voordat ze de deur uitgaat naar het ziekenhuis om een vriendin mentaal te ondersteunen, grist columniste Inge Meijer het boek Job (1930) van Joseph Roth uit de boekenkast. ‘Om het wachten wat te helpen,’ schrijft ze.

Het boek vergezelt haar die dag en ze leest al wachtend over de hoofdpersoon Mendel Singer, ‘die wordt voortdurend door zijn vrouw op zijn kop gezeten. De liefde tussen hen was zo koud geworden als de winters in die tijd.’ Ook las Inge Meijer De Radetzkymars (1932) van Roth, het stond in de boekenkast van haar vader en was sinds een jaar of tien in haar bezit.

Lees meer
6 mei 2018

Inge Meijer

Inge Meijer is een pseudoniem. Ze schrijft columns over boeken als steunpilaren en over ontdekkingen in de marges van de literatuur.

Lees meer
27 januari 2021
 – Column

Enige betekenis

Als ik over de rellen en het vernielen hoor denk ik sukkels en idioten. In de nacht zet ik me in een gemakkelijke stoel in een hoek van mijn kamertje, lees Rachel Cusk alsof ik daar antwoorden zal vinden. Als kind heb ik ook wel eens tegen geldende regels in gehandeld. Op de leeftijd waarop je denkt dat niemand op je let, stopte ik in een winkel een zakje snoep in mijn jaszak. Ik weet nog hoe het knisperde, voeld me een houtenklaas en weet niet meer hoe ik buiten ben uitgekomen. Ik nam eens een schriftje weg bij de Hema, één keer een boek. In een antiquariaat op een grijze januaridag. Januaridagen zijn dagen die het best zo snel mogelijk voorbij kunnen gaan. Er was niemand die me tegenhield, ik stak het onder mijn jas, eenmaal daar kon het niet meer terug, er is nooit een weg terug. Vraag me niet wat me bezielde. Toegegeven, ik was in een bepaalde stemming, had teveel Strindberg gelezen. Strindberg moet je nooit in januari lezen. 

Lees meer
19 januari 2021
 – Column

Twintig jaar afwezigheid

Met enig uitstel van Blue Monday werd het dinsdag dat de sluier viel. Ochtendlicht wilde maar niet doorkomen, regen ruiste als een afweerscherm tegen enig ander geluid dat op een beginnen van de dag kon duiden, op het afdak onder mijn slaapkamerraam. De krantenjongen liet verstek gaan, waar ik begrip voor had. Er gonsden woorden door mijn hoofd, demissionair en missionair. De laatste dagen veelvuldig gebruikt als was het een bal waarmee iedereen een schop in open doel wilde maken. Ook klonk het tot de verbeelding sprekende begrip, waterbedeffect door mijn hoofd. Laat er vooral stilte zijn of zeg alleen het noodzakelijke met weinig woorden, zei het grote voorbeeld van A.L. Snijders, Epictetus al. Ik lees Thuis, van Marilynne Robinson. Er is een nieuw boek van haar verscheen, Jack. Dat vraagt om herlezing. Haar eerste boek Gilead, speelt ook om Jack, vanuit het perspectief van de knorrige geestelijke, John Ames. 

Lees meer
12 januari 2021
 – Column

Hoe kan dat toch

Er zetten zich allerlei dingen vast in mijn hoofd. De dreiging van een avondklok (waar komt dit vandaan, wie zei dit als eerste?). Dat Vicepresident Mike Pence, die vorige week nog zo kwaad was op Trump, gewoon met hem aan het werk gaat. Dat er geen persconferenties waren na de bezetting van het Capitool. Dat uitgevers geen boeken uitgeven omdat boekhandelaren ze niet verkopen kunnen. Dat de hamer niet meer werkt, festivals doorgaan zonder publiek, dat er een fittie is over badmatten en handdoeken. Hier aangekomen begreep ik dat enige afstand van de lopende actualiteit geboden was. Er is een doofpot voor alle rafelige, misselijkmakende, kwalijke dingen. Geschiedenissen zijn er om onderzocht te worden, te zien hoe momenten van toen in het licht van nu opeens van waarde zijn.
Ik las over de geschiedenis van Marokko, een hartstochtelijk stuk van schrijver Asis Aynan, zoon van Berbers uit de Rif. 

Lees meer
5 januari 2021
 – Column

Lehmann een nieuwjaarsgeschenk

Dit prille, frisse jaar werd op de vierde dag bezoedeld door bekentenissen van een falen. Minister van Volksgezondheid Hugo de Jonge, die de startdatum voor het vaccineren almaar uitstelde, bekende dat het in Nederland toch eerder had gekund. Het is ingewikkeld, sommige dingen wil je niet weten, het boetekleed, de pathetiek. Beter is het over de eigenzinnige Louis Lehmann te lezen, een dichter die niets van poëzie wilde weten. Een man die veel was, niets beloofde, de tango danste als geen ander en in de jaren tachtig altijd bereid was een leeg moment in een radioprogramma van de VPRO op te vullen. Zonder enige voorbereiding fietste hij dan naar de opnamestudio aan de Amstel, praatte daar over muziek en componisten. Ik herinner me die programma’s, de stem van Lehmann, hoe hij sprak, haperend. Je dacht, Wat is dit?, begon mee te stamelen, vroeg je af waar het heen ging.

Lees meer
17 december 2020
 – Column

Monotoon leven

Ik ging eropuit die tweede dag na de lockdown, alleen uiteraard. Liep over zandwegen met kuilen volgelopen met regenwater. Zag een torenvalk in de top van een kale boom. Hij spreidde vleugel voor vleugel zijn veren breeduit, pikte erin met zijn snavel, schudde zijn staartveren, koesterde zich in het zonlicht. Ik kon behoorlijk dichtbij komen, ook een torenvalk verlegt zijn prioriteiten, wordt roekeloos als het licht op hem schijnt. Toen vloog hij met veel gebaar omhoog, van me weg. Verder lopend, kwamen er gedachten in me op die het gevolg waren van wat ik op de radio had gehoord. Ik denk nooit aan wc papier, nu drong het zich aan me op, moest ik dat nu bij de Action halen, om de supermarkten te ontlasten? Dat had iemand van de retail gezegd, het klonk logisch. En of ik voor mijn koffie dan naar de Hema zal gaan, en kaarsen, zijn die essentieel? Ik vroeg me opeens af of ik mijn krant nog wel bij de supermarkt kan halen, zo niet, waar dan als de Primera alleen open is voor postpakketjes. 

Lees meer
9 december 2020
 – Column

Beleefdheid en ander ongemak

Beleefdheid, galanterie is een manier om de regie over te nemen van andermans leven. Schrijfster Frida Vogels heeft daar niets mee. Daarom lees ik haar boeken zo graag, om het eigene, niets conform de regels der omstandigheden.
Deze zomer verscheen er zomaar nieuw werk van haar. Over de vader van haar man, Artenio (Ennio).

Lees meer
1 december 2020
 – Column

Broosheid en de beer

Zondagnacht was het min vier graden. Ik werd er telkens even wakker van, voelde dan aan mijn neus, die als een thermometer de omgevingstemperatuur opnam, en tjee, wat was die koud. Waarna ik onder het dekbed kroop, mijn neus  in een holletje van duim en wijsvinger warmde, verder sliep. 's Morgens waren bomen, struiken, de auto’s in de straat met een laagje rijp bedekt. Tijd voor mijn rode, knielange trui, dacht ik. De dikste die ik ooit kocht, het minst gedragen. Ik zocht in elke kast. Dingen die je niet vaak gebruikt of nodig hebt, raken ergens achterop, tot ze op onverklaarbare wijze verdwenen zijn. Net zoals mensen uit je leven verdwijnen, al zitten ze nog zo goed geborgen in je geheugen. Pas als ze gestorven zijn, komen ze tevoorschijn, als toegift. De laatste tijd lees ik met meer dan gewone belangstelling over familie. Over broers die anders zijn, onbegrijpelijk onhandig zijn.

Lees meer
24 november 2020
 – Column

Verhalen verzinnen

In het noorden lijkt alles kouder, stugger, grijzer, halfzes eten, dan naar bed. Het land van Domela Nieuwenhuis en Troelstra. Mijn grootvader was een sociaal-anarchist, die, toen hij eenmaal bij ons inwoonde omdat niemand hem wilde hebben, me elke zaterdag een gulden in de hand drukte. Me aansprak met 'wicht' en zei: 'Niks zeggen', terwijl hij loeihard mijn hand dichtkneep. En weg moest ik. Dat was Groningse humor, begreep ik later. Spannend was het wel, zo'n man die enkel sprak als hij het ergens niet mee eens was, zijn zachtgekookte eitje te lang gekookt had. Hij was directeur geweest bij de Gasfabriek, in de oorlog saboteerde hij Duitse acties, Maar daar had hij het nooit over. Ik lees over zulke stugge mannen, de harde koppigheid, weinig woorden. Canisius is een novelle van zompige modder, tochtige verblijven, armoede, alcohol en pakken wat je pakken kunt.

Lees meer
17 november 2020
 – Column

Een beetje

Er is een kamer van drie- bij drie en een halve meter vrijgekomen. Een nieuwe kamer moet passend gemaakt worden, gelijk een nieuwe jas. Wennen aan de stugheid van de stof, de mogelijkheden, het gewicht ervan op je schouders. De muren van het kamertje zijn lichtblauw en wit, de vloer met kurk belegd. Ik zet een tafel en een stoel midden in het kamertje, sluit de deur. Laat het een beetje koud, maak er geen te leuk kamertje van. Schuif de tafel tegen de muur. Plaats een tweede tafeltje in de hoek naast het smalle raam, uitzicht op blinde muur. Houd het hoofd koel, pot met bloemen mag. Een laag ladekastje komt aan de andere kant van het raam. Plant erop, papier, boeken ernaast. Een waterkoker in de vensterbank. Er is nog een fauteuil, om in te lezen, of gewoon, lekker te zitten, (Stop!, dat zouden we niet doen). Loop de trap af, naar buiten, lucht, ruimte, kom terug.

Lees meer
10 november 2020
 – Column

De ijsbergtheorie

Zondagochtend ontwaakte ik met het gevoel dat er iets was opgeklaard, een constant dreigende donderbui eindelijk was opgelost, verdampt tot gesputter, tot niets. Het maakte de wereld gelijk een stuk vriendelijker, er ontstonden weer openingen, zon tussen de kieren, door de ramen. We dronken koffie in bed, aten er een plak brood met abrikozenjam bij. De avond daarvoor luisterden we naar de radio, naar elk geluid vanuit Amerika, geluiden van opluchting, uitzinnige, emotionele blijdschap, Joe Biden president van Amerika. Alsof de wereld vier jaar lang de adem had ingehouden, was er opeens weer iets menselijks, iets nieuws. Geluk stroomde over, we hadden alle tijd. Ik pakte er wat te lezen bij, van de gestapelde glossy's Hollands Diep het maart/april nummer, Boekenweek special 2010. Het jaar waarin J.D. Salinger overleed, die sinds 1965 niets meer gepubliceerd had.

Een paar dagen terug was ik opnieuw aan de biografie, Salinger begonnen, na bij eerdere pogingen gestrand te zijn.

Lees meer