117 Zoekresultaten voor: Inge Meijer

27 december 2018

Uit het archief - column Inge Meijer en Godenslaap Erwin Mortier

door Hans Muiderman

Vlak voordat ze de deur uitgaat naar het ziekenhuis om een vriendin mentaal te ondersteunen, grist columniste Inge Meijer het boek Job (1930) van Joseph Roth uit de boekenkast. ‘Om het wachten wat te helpen,’ schrijft ze.

Het boek vergezelt haar die dag en ze leest al wachtend over de hoofdpersoon Mendel Singer, ‘die wordt voortdurend door zijn vrouw op zijn kop gezeten. De liefde tussen hen was zo koud geworden als de winters in die tijd.’ Ook las Inge Meijer De Radetzkymars (1932) van Roth, het stond in de boekenkast van haar vader en was sinds een jaar of tien in haar bezit.

Lees meer
6 mei 2018

Inge Meijer

Inge Meijer is een pseudoniem. Ze schrijft columns over boeken als steunpilaren en over ontdekkingen in de marges van de literatuur.

Lees meer
7 april 2020
 – Column

Meebewegende taal

Na de onrust in de eerste week, de feiten in de tweede en de ernst van de zaak in de derde week, wordt er nu teruggeblikt. Het aantal besmettingen, de doden, statistieken, kansberekeningen, steeds opnieuw bijgesteld. Alle feiten aangehaald en weerlegd om daarna strakker aangetrokken te worden om de overzichtelijke helderheid naar boven te halen, (overzicht en helderheid zijn belangrijke woorden ten tijde van een ramp). Er komen steeds meer verhalen van hoe er gestorven is, hoe snel het ging, hoe er geen afscheid genomen kon worden. Het verhaal van een vader en een moeder, die met een korte tijdspanne ertussen, samen ziek werden, samen stierven. Het kenmerk van hun relatie was, vertelden de kinderen, dat ze altijd alles samen deden, zag je de een, dan zag je de ander.

Lees meer
31 maart 2020
 – Column

Eigenaardigheden

Af en toe ga ik naar buiten om zeven sprintjes rond het huizenblok te trekken. Wacht de postbode op achter de deur. Als hij een pakje voor me neerlegt, open ik de deur. In huis ren ik geregeld de twee trappen op en af, ren een paar rondjes om de bank die in het midden van de kamer staat, want we moeten blijven bewegen. Daarna zet ik koffie. En nee, ik voel me niet belachelijk als ik dit doe. Astrid Roemer schreef in 1979 ‘Over de gekte van een vrouw’, ik las het voor het eerst midden jaren tachtig. Vond het een heftig boek, met veel vrouwenbloed, waanzin en onbestemde gevoelens van een jonge Surinaamse vrouw, Noenka. Het hele boek is een onbesuisde zoektocht naar eigenheid, de eigenheid van alle vrouwen. Het verhaal drijft op de emoties van Noenka. Negen dagen na haar trouwdag verlaat ze haar man, hij verkrachtte haar in de huwelijksnacht. In het dorp kan ze niet blijven, er wordt geroddeld, je verlaat je man niet. Als onderwijzeres komt ze niet meer aan het werk. Het is heftig en bezwerend proza, woekerend. 

Lees meer
23 maart 2020
 – Column

Ontdaan van alles

Traag en slepend, als de motor van de bevoorrading wagens die met moeite de rotonde naar het dorp nemen, is het leven tot stilstand gekomen. Op de eerste dag luister ik in de vroege  ochtend naar het ontbreken van geluid. Dan een vogel, overdreven luid, alsof er iets gecompenseerd moet worden. Ik denk, ‘rustig, rustig maar, het komt goed’. Op tweede dag fiets ik langs de uiterwaarden naar de dichtstbijzijnde stad. Aan de IJssel, waar het water over de kademuur stroomt telkens wanneer een boot voorbij gaat, drink ik meegebrachte koffie. Op de zesde dag schrik ik wakker. Het blijvend ontbreken van geluiden drukt op mijn borstkas, er is een onpeilbaar gemis. Niet wetend voor hoelang ik mijn kinderen, mijn kindskinderen niet kan zien, blijf ik bezig een verlangen, een neiging nog gauw even bij ze langs te gaan voordat, ja, voordat er wat gebeurt? te onderdrukken. 

Ik weet niks, en als ik me heb losgerukt van alle nieuwtjes, de do’s and dont’s van deze dagen, struin ik met Maeve Brennan door New York City.

Lees meer
16 maart 2020
 – Column

Moment van genade

Sinds vrijdag hebben de dagen een andere betekenis gekregen, is er een vertraging opgetreden. Ik ben beïnvloedbaar, gevoelig voor drama, die invloed moet ik dan weer bestrijden. Aan de keukentafel overdenk ik mijn stappen, er wil zich geen scenario vormen. Misschien moet ik eerst de vaatwasser uitruimen, zoals gewoonlijk. Ondertussen komt het nieuws over de toestand in het land, de wereld, het commentaar daarop, binnen. Online tips, wat wel en niet te doen, misstanden in supermarkten, welke boeken er gelezen moeten worden, grijp je kans. Boekcovers van De stad der blinden, Nemesis, Liefde in tijden van cholera, De toverberg gaan rond. Nadrukkelijk verzoek te bestellen bij de boekhandelaar zelf. Lezen zonder onderbrekingen, een leeswalhalla, de droom van elke lezer, schrijver. Toch ijsbeer ik van keuken naar kamer en weer terug. Of we niet een pak toiletpapier moeten halen vraag ik Mijn lief, en misschien een berg citroenen.

Lees meer
8 maart 2020
 – Column

Fijne boekenweek!

De ochtend na het Boekenbal douchte ik de resten van een kleurspoeling uit mijn haar. Dacht aan de rode loper die ik op foto's voorbij had zien komen, de toespraken, het dansen. Welke schrijvers er waren, en of Jeroen Brouwers daar eigenlijk wel eens komt, en A.L. Snijders, Vonne van der Meer, H.C. ten Berghe. Of raakt het boekenbal eens passé onder  schrijvers? Toen kwam de 'stel dat ik erbij was geweest' gedachte. Het had gekund, elk jaar ontvangt Literair Nederland van de CPNB een persuitnodiging. Waarop steevast een week voor het bal begint een mail met een non-accreditatie vanwege teveel aanmeldingen volgt. Gek genoeg nodigt de CPNB zijn persrelaties uit en geeft vervolgens een 'non-accreditatie’. Maar dit jaar was anders. De uitnodiging was persoonlijker, wilden ons 'er graag bij hebben’. Dat streelde de veren, deed denken aan nieuwe schoenen, een goede pen.

 

Lees meer
3 maart 2020
 – Column

Onzekerheid

Het weer zit nog steeds niet mee, de donkergrijze luchten, de somberte en die kletterende buien. Ik kom nergens; oefening in quarantaine voor als het coronavirus komt. Ik las God en de sociale dienst van Mizee, een strijd met de sociale dienst, en haar God: scenariodocent op de schrijversvakschool.

Lees meer
23 februari 2020
 – Column

Verdoving

In Londen werd bij een vrouw een hersentumor verwijderd terwijl ze viool speelde. Ze speelde opdat chirurgen dat deel van haar hersenen, waar precieze bewegingen worden aangestuurd en die op een scherm zichtbaar werden, niet zouden beschadigen. Er ging een foto rond van de vrouw in operationele toestand (zuurstofkapje, infuus), de viool onder haar kin geklemd, arm met strijkstok geheven. Even dacht ik dat het om een nieuwe methode van ‘onder narcose brengen’ ging: mensen dingen laten doen waardoor ze boven zichzelf uitstijgen, grip krijgen op hun geestestoestand. Het leek me niet zo gek. Toen ik eens door migraine aan bed gekluisterd was, kon ik het lezen van de ochtendkrant niet laten. Door knallende hoofdpijn kreeg ik geen letter gefocust, bladerde afwezig door naar de cultuurpagina. Daar trof me een interview met Martin Michael Driessen. 

Lees meer
17 februari 2020
 – Column

Ruzie kan altijd nog

De wind buldert rond het huis en ik luister naar radiointerviews van Ischa Meijer.  Dat hij vijfentwintig jaar geleden overleed wordt groots herdacht. Ik haal al zijn boeken uit de kast. Lees De handzame, zijn interviews, blader door De Dikke Man columns. Luisterde naar degenen die hem gekend hebben. Ieder denkt te weten waarom Ischa was, zoals hij was. In de jaren negentig kwam ik wel eens in café Eik & Linde, waar 'Een dik uur Ischa' werd opgenomen. 

Lees meer
10 februari 2020
 – Column

Omdraaien

Ik ben niet zo'n held waar het idolen betreft. Eens schreef ik een brief aan Hans Warren, zijn Geheime dagboeken kende ik van voor naar achter. Ik dweepte met de schrijver. Die brief verstuurde ik niet. Om Jeroen Brouwers fietste ik een middag door de Achterhoek. Uit zijn Kroniek van een karakter dacht ik te weten waar zijn huis in Exel stond. Stel dat ik hem tegenkwam. Ik fietste heen en weer. Bij een pad naar een huis, gedeeltelijk verborgen achter bomen, stapte ik van mijn fiets. Het was een grijze dag, kraaien scheerden over omgeploegd land, er kwam een auto aan, ik keerde mijn fiets en ging er vandoor. Bij de boekpresentatie van De Zondvloed in 1988 bij een boekhandel in Zutphen, liep de straat vol. De schrijver werd buiten geïnterviewd op een soort houten spreekgestoelte. Daarna nam hij plaats achter een tafeltje om te signeren. In een lange rij bewogen we richting schrijver. Vlak voor ik het tafeltje bereikte sloeg de onrust toe, ik stapte uit de rij en liep weg.
Ik benijd dan ook Jannah Loontjens. Zij schreef Frida Vogels - de meest onbereikbare schrijver, mijn meest geliefde ooit - een brief.

Lees meer
2 februari 2020
 – Column

Tomaten en Biesheuvel

Er was eens een vriendengroep die elkaar gevonden hadden in het korte verhaal. Van de zes vrienden was er een verhalenschrijver, waakte een ander over de juiste woordkeuze, er was een handelaar in verhalen, een verteller, een luisteraar en de zesde voorzag de opbouw van de verhalen van een kritische noot. Eens in de maand troffen ze elkaar in een huis met zes kamers in het Oosten van het land. Dan reisden ze daar met koffers vol verhalen, flessen calvados, wijn, en één paar schone sokken naar toe. Nadat ieder zijn spullen had uitgepakt, de calvados en wijn in de keuken op het drankflessenschap waren bijgezet, kookten ze gezamenlijk een voedzame maaltijd. Wanneer de tomaten gesneden zijn, de eieren gekookt, schuiven enkele vrienden om de keukentafel en worden de eerste glazen gevuld. De verteller, popelend om als eerste een verhaal te vertellen, vroeg: ‘Duurt het nog lang voor de aardappelen gaar zijn?’ Nog twintig minuten', zei de handelaar in verhalen.

En zo begon de verteller, die wachttijd ziet als een lege hand die gevuld moet worden, te vertellen.

Lees meer