162 Zoekresultaten voor: Inge Meijer

27 december 2018

Uit het archief - column Inge Meijer en Godenslaap Erwin Mortier

door Hans Muiderman

Vlak voordat ze de deur uitgaat naar het ziekenhuis om een vriendin mentaal te ondersteunen, grist columniste Inge Meijer het boek Job (1930) van Joseph Roth uit de boekenkast. ‘Om het wachten wat te helpen,’ schrijft ze.

Het boek vergezelt haar die dag en ze leest al wachtend over de hoofdpersoon Mendel Singer, ‘die wordt voortdurend door zijn vrouw op zijn kop gezeten. De liefde tussen hen was zo koud geworden als de winters in die tijd.’ Ook las Inge Meijer De Radetzkymars (1932) van Roth, het stond in de boekenkast van haar vader en was sinds een jaar of tien in haar bezit.

Lees meer
6 mei 2018

Inge Meijer

Inge Meijer is een pseudoniem. Ze schrijft columns over boeken als steunpilaren en over ontdekkingen in de marges van de literatuur.

Lees meer
21 april 2021
 – Column

Schrijf dat op

Wat ik doe als ik schrijf. Ik zet de radio aan, of uit. Kijk door het raam, een kat springt over de schutting. Ga naar de gang, trek schoenen aan. Zie de sleutel aan de binnenkant van de voordeur. Draai de voordeur van het nachtslot, hang de sleutel aan het sleutelplankje. Open alleen voor de pakketbezorger de voordeur. Loop naar de kamer, zet de radio uit, of aan. Leg op tafel een stapel boeken, zet de laptop er bovenop, handen boven het toetsenbord. Leg er nog een boek bij, neem deze weer weg, pak een minder dik boek. Denk dan aan de verschillende manieren hoe mensen verongelukken. Open een Word document, kijk naar de beschreven vellen op tafel. Tik de eerste regel, pak een luciferdoosje van tafel, steek een kaars aan, steek twee kaarsen aan en ook de derde. Kijk naar de drie brandende kaarsen. 

Loop naar de keuken, neem een stuk brood uit de trommel. Klop het meel eraf, durum meel (zoek dat op). Leg het op een plank, pak het broodmes uit de la. Zet het mes op het brood, snijd een plak af.

Lees meer
13 april 2021
 – Column

Roes

De kick van lezen is het moment dat je uit de wereld valt. Geregeld heb ik dat nodig (niet dat ik het dagelijks zoek). Niet elk boek heeft het in zich. Het is simpelweg een kwestie van doorlezen, samenhang vinden. Zoals een junk zijn spul geregeld wil hebben, rusteloos wordt als er niets in huis is, word ik rusteloos van een boek. Een glas wijn erbij is onontbeerlijk. Dan doorlezen tot er iets ontdekt wordt waarvan je niet wist dat het er was. Dat moment, aangevuld met nog een slokje wijn, doet me mezelf ontstijgen, eurekagevoel. Het boek moet terzijde gelegd, een zucht geslaakt. Wat het precies is kan niet aangeraakt worden, maar het is er. 

Ingmar Heytze stelde in het afgelopen jaar een boek samen met honderd van zijn beste gedichten. Bij elk gedicht schreef hij een inleiding, de weg die naar het gedicht leidde. Al lezende kom ik te weten, dat de dichter  tweejaarlijks met collega vriend Frank Koenegracht, die hij als zijn dichterlijke vader beschouwt, belt. Dat hij elke dinsdagavond gaat kaarten met vrienden.

Lees meer
9 april 2021
 – Column

Losgezongen

April is inderdaad een wrede maand. Niet alleen volgens dichters en schrijvers, ook boeren weten dat het de maand is die hen de nekslag kan geven. De onrijpe, prille gewassen op het veld en de voorraden geslonken. En christenen, met hun vrolijke Pasen, voorafgegaan door niets minder dan de kruisdood van hun Messias: rond april, het zal allemaal geen toeval zijn. Het ontluiken van leven gaat niet zomaar. Ik ben op weg naar de bieb, buig mijn hoofd tegen de sneeuw en luister naar de soundtrack van Jesus Christ Superstar. De film heb ik zo vaak gezien, dat ik de dorre woestijn en felle ogen van Judas in zijn zon-gebleekte rode hippie tenue moeiteloos voor me zie. Als vijftienjarige verlangde ik van boeken en films dat ze zo echt mogelijk waren. De straaljagers en het zingen leidden me daarom af. Grommend keek ik de film uit.

Lees meer
6 april 2021
 – Column

Maaier in het literaire veld

We moesten iets met Pasen, hingen gekleurde houten eieren in een wilgentak die tot het plafond reikte. Het gedoe in het kabinet, waarvan de scharnierpunten al nooit gesmeerd liepen en nu waren vastgelopen, sudderde nog na. Rutte als verrader, zondaar en eeuwige opstandeling, die zijn rol tot het bittere einde wilde uitspelen. Daarbij was het koud, zou het nog kouder worden, sneeuw enzo. Nee, het vrolijke van Pasen kregen we niet te pakken. Toen las ik ook nog een stukje in de boekenbijlage van de Volkskrant door Bo van Houwelingen over De atlas van overal van Deniz Kuypers. Alsof het haar taak is, ze er geschiedenis mee wil schrijven, maakt zij boeken in kort bestek af. Ze is er goed in. Deze keer deed ze het in 173 woorden, in 12 brakke zinnen. Kort en krachtig, als de maaier met de zeis in het literaire veld. Geen enkele onderbouwing. We moeten haar maar op haar woord geloven dat als zij het niks vindt, het ook niks is. Maar goed, het was Pasen. Er was koffie, een likeurtje, een stuk citroencake met maanzaad (gedoopt in dat likeurtje een heerlijkheid). We gaan hier geen recensie recenseren.

Lees meer
30 maart 2021
 – Column

Nog van alles mogelijk

In de boekenkast zou Josien Laurier tussen de schrijvers Michael Laub en Violette Leduc moeten staan. Ik wist het zeker, haar boek Een hemels meisje en een verhalenbundel zouden daartussen staan. Boekenkasten zijn aan veranderingen onderhevig, zij stond er niet meer. Laurier is een van die schrijvers waar ik wel eens aan denk, me afvraag waar ze gebleven zijn. Net als Annelies Passchier, waarvan ik nu weet dat zij in 2009 is overleden.

Vorige week schreef Jan van Mersbergen op zijn blog over de genomineerden voor de DIF/BNG Aanmoedigingsprijs 2005, waartoe hijzelf ook behoorde. Hij had een foto gevonden waarop ze alle zeven poseerden. Zes van die schrijvers zijn nog in het literaire veld actief. De zevende, Josien Laurier was verdwenen. Van Mersbergen vroeg zich af waar ze gebleven was. Na zijn post op Facebook vroegen velen zich dat af: ‘Oja, Josien Laurier’. ‘Schrijft ze nog?’ Er werden foto's gedeeld met haar boeken die uit kasten waren getrokken als bewijs.

Lees meer
24 maart 2021
 – Column

Struikelen

Ik maakte me zorgen over de roep om sensitivityreaders, meelezers die schrijvers moeten behoeden voor een ‘faux pas’ in het vormen van hun beeld van anderen die zij, gezien hun identiteit eigenlijk niet zouden mogen vertegenwoordigen. Of er niet op teveel slakken zout werd gelegd, vroeg ik me af. De weekendeditie van de Volkskrant wijdde er een stuk aan waarin verschillende schrijvers gevraagd werd of het goed voor de literatuur zou zijn, zulke meelezers. Ik dacht, een goed schrijver weet waarmee hij bezig is, zijn boek is de spiegel waarin hij zichzelf recht in de ogen moet kunnen kijken. De Amerikaanse schrijfster Lionel Shriver liet al eens weten (in Amerika heeft men al langer met dit verschijnsel te maken) dat op het moment haar werk naar een sensitivityreader gaat, zij met schrijven stopt. In haar laatste boek, De weg van de meeste weerstand, schrijft Shriver over alles waar een sensitivityreader over zou kunnen struikelen.

Lees meer
17 maart 2021
 – Column

Onbereikbare vaders

Om het vuur onder lezenden aan te wakkeren is het goed kennis te nemen van de teksten van de gedreven lezer, criticus en redacteur Anthony Mertens. Voor Mertens betekende lezen ‘verleid worden’. En verdomd, nadat ik een week niet wist waar ik het (als lezende) zoeken moest, kreeg ik De atlas van overal in handen. Werd ik, die dagenlang verschillende boeken vruchteloos opensloeg, verleid verder te lezen. Over een zoon die zijn vader zoekt in de verhalen die hij over hem kent. De schrijver woont sinds zijn twintigste in Amerika. Aan zijn Turkse vader denkt hij met enige wrok, heeft geen contact meer met hem.
Als hij zelf kinderen krijgt wordt hij onrustig. Wat voor vader zal hij zijn? Zal hij zijn kinderen kunnen liefhebben, ze verdragen? Zijn vader is een zeer 
gepreoccupeerd mens. Als enige uit zijn boerenfamilie had zijn vader ambities. Hij wilde schrijver worden.

Lees meer
9 maart 2021
 – Column

Dolle koeien

Vorige week woensdag was een enorm opwindende dag waardoor ik alle inperkende leefregels van het afgelopen jaar gewoon vergat. De boekwinkels gingen open! Te kunnen staan voor metershoge en verstrekkende boekenwand vol kleurige kaften, strak in het gelid. Er langs te lopen, er hier en daar een uit te trekken, het doorbladeren, de geur van drukinkt, terugzetten. Boeken zijn zoveel meer dan leesmateriaal. Dan langs de boekentafels, bedachtzaam elke titel lezend, schrijversnaam registrerend, soms achterflap erbij nemend, want eigenlijk ken je het boek, is het fysieke contact enkel een bevestiging van hun bestaan. Toen belde ik voor een afspraak, kreeg een tijdslot van een half uur en kon de volgende dag gelijk komen. De opwinding was buitengewoon. Aan een ieder die voorbij mijn huis kwam liet ik weten: 'Ik heb een afspraakje! Morgen, bij de boekhandel!' Ik voelde me als een van die koeien die in beperkende bewegingsomstandigheden de hele winter op stal hebben gestaan.

Lees meer
3 maart 2021
 – Column

De liefde

Ach, de liefde, de zoete verwarrende liefde die kind noch kraai veelt. Het trof me zondag toen ik de nieuwe Parelduiker opensloeg. Buiten de geur van omgespitte aarde, in de keuken lagen twintig tuinbonen in een bakje water te ontkiemen. En daar was Frieda Koch, een mooie wat afgesloten vrouw, strakke neus, golvend haar, een vrouw om verliefd op te worden. Terwijl ik over haar lees, foto’s bekijk, groeit een verlangen daar naast haar te lopen, haar van opzij gade te slaan. Het overkomt me wel eens, op afstand verliefd worden, op een gebaar, een houding, een verhaal. Frieda is keramiste, ze heeft begeesterde handen, op een foto draait ze uit vochtige klei een vaas (die handen!). Als ze in 1950 met Bert Schierbeek een gezin met twee kinderen heeft, wordt ze verliefd op Lucebert. Er vormt zich een ménage a trois, liefde in openheid. Wat niet lukte, het werd een gevecht, jaloezie van beide heren maakte het tot een ondoenlijke affaire. Als in 1951 de relatie op zijn einde loopt, gaat Frieda voor enkele weken naar Parijs.

Lees meer
24 februari 2021
 – Column

Legende

Vorige week is onze kat gestorven. Eerst liep hij nog soepel met zijn slanke zwarte kattenlijf naar buiten. Later lag hij in een wat ongelukkige houding bij de achterdeur, sleepte zich naar binnen. Hij leek een zeemeermin, zo sierlijk hief hij kop en bovenlijf omhoog, sleepte zijn fluweel glanzende vissenstaart achter zich aan.

Lees meer