137 Zoekresultaten voor: Inge Meijer

27 december 2018

Uit het archief - column Inge Meijer en Godenslaap Erwin Mortier

door Hans Muiderman

Vlak voordat ze de deur uitgaat naar het ziekenhuis om een vriendin mentaal te ondersteunen, grist columniste Inge Meijer het boek Job (1930) van Joseph Roth uit de boekenkast. ‘Om het wachten wat te helpen,’ schrijft ze.

Het boek vergezelt haar die dag en ze leest al wachtend over de hoofdpersoon Mendel Singer, ‘die wordt voortdurend door zijn vrouw op zijn kop gezeten. De liefde tussen hen was zo koud geworden als de winters in die tijd.’ Ook las Inge Meijer De Radetzkymars (1932) van Roth, het stond in de boekenkast van haar vader en was sinds een jaar of tien in haar bezit.

Lees meer
6 mei 2018

Inge Meijer

Inge Meijer is een pseudoniem. Ze schrijft columns over boeken als steunpilaren en over ontdekkingen in de marges van de literatuur.

Lees meer
20 oktober 2020
 – Column

Zij huilt

Wim Brands moest als jongen naar Zutphen fietsen om een NRC te kopen, niet voor zijn vader, die las geen kranten, maar voor zichzelf. Soms fiets ik de weg die hij toen fietste, vermoed ik. Voor de NRC vrijdageditite, moet je vanuit Brummen en de buitengebieden, waar Brands opgroeide, nog steeds naar Zutphen. Brands fietste voor de krant om een stukje van Rudy Kousbroek te scoren, stukjes die hij als jongen verslond. Ik voor het 'Cultuur' katern en voor de ‘Achterpagina’, met Frits Abrahams. Abrahams signaleert, schrijft over zijn onwil in de pas te lopen, zijn tekortkomingen. Ik lees ze graag. Afgelopen vrijdag schreef hij over een plan J, bedacht door uitgever Menno Hartman en journalist Henk Peter Steenhuis, het zou de lockdown overbodig maken. Een plan waarbij de bevolking in vier leeftijdsgroepen wordt ingedeeld, iedere leeftijdsgroep krijgt een deel van de dag om zich te verzetten, te chillen, theater, horeca te bezoeken. Geen gek plan.

Lees meer
15 oktober 2020
 – Column

Cruciale momenten

Tijd werd opeens schaars dus haastte ik me dinsdag net voor sluitingstijd naar de bloemist. Daar zocht ik verschillende bloemen uit die de bloemenverkoopster tot een bos samenbond, er een goudkleurig papier omwikkelde. Ze begreep het wel, zei ze. Ik vond het niet eens raar dat ze me bij het verlaten van de winkel een fijne persconferentie wenste, ik ‘Insgelijks’ zei. Thuis maakte ik een pastasalade, trok een fles wijn open, zette het keukenkrukje voor de bank, laptop erop, speakertje erbij. In de keuken maakte ik een dressing van olijfolie, knoflook, citroensap, basilicum en honing, riep naar buiten, naar Mijn lief die daar iets aan het maken was, dat we konden eten. Er hing iets in de lucht. Ik heb dat ook wel bij het openen van de mailbox, dat ik daar die ene, niet verwachte brief vind. Dat het leven dan begint. 

Lees meer
5 oktober 2020
 – Column

Pianoklanken

Ik las over een man die staat te kijken naar het huis waar hij als kind woonde. Hij kijkt naar het raam van zijn vroegere kamer. Hij kijkt zolang tot hij de stem van zijn zus hoort, die roept dat ze er is, thuis is. Beneden ziet hij zijn ouders aan tafel zitten, ze lezen, of scrabbelen. Dan opent hij de kamerdeur van zijn pleegbroer, zijn zus ligt bij hem in bed. Dat wist hij niet, dat ze iets hadden met elkaar. Ze negeren hem, alsof ze slapen, hij er niet toe doet. Hij voelt het nog. Dan gebeurt er iets magnifiques, de man die naar de kamers van het huis uit zijn jeugd kijkt, loopt de trap af, het huis uit en voegt zich in de man die staat te kijken naar het huis uit zijn jeugd. Dit beschrijft Thomas Verbogt in zijn boek Als je de stilte ziet. Verbogt schrijft over de dingen die er in een leven gebeuren, zoekt naar de betekenissen. Alles wordt steeds herzien, gedachtegangen nagelopen, eigen oprechtheid langs de meetlat gelegd.

Lees meer
19 september 2020
 – Column

Plattegrond

‘Wie weggaat van de wereld laat voor wie blijft een
spoor van vragen achter.’ 

In Amsterdam was het stil op straat. Anderhalvemeter afstand leek een overbodige regel. Ik liep over de Nieuwmarkt naar de Nieuwezijds Voorburgwal, naar de Sint Olofspoort, het Waterlooplein, ging onder het IJ door. Onderweg verzamelde ik herinneringen van mensen die je gekend hebben, zoek je in de verhalen van anderen. Langzaam ontstaat er een beeld, worden lijnen zichtbaar waarop ik mijn vinger leg, beweeg van A naar B, als op een plattegrond, om te zien waar je ging. Geregeld denk ik, ‘Als ik dit geweten had’, of, ‘Als ik dat gedaan had, hoe zou het dan?’ Een poëtische gedachte, de 'als dit of dat' gedachte. Het helpt om het verleden voor even naar je hand te zetten. Deze zomer las ik de gedichten van de Portugese schrijfster Maria do Rosário Pedreira. Daarin krijgen emoties de vrije hand,

Lees meer
31 augustus 2020
 – Column

Een brok proza

We hadden de camping op Terschelling besproken. Toen kwam het bericht dat mijn broer, die al zo lang verloren was, was verongelukt. Ik dacht dat hij een zwervend bestaan leidde, maar hij was een bekend figuur rond het Waterlooplein. Zijn dood zette iets in beweging. Er veranderde iets. Na de uitvaart zat ik op Terschelling, dacht meer aan mijn broer dan ik ooit gedaan had. Elke ochtend kroop ik om 7 uur m’n tent uit, fietste door de duinen, beklom de opgang naar het strand, liep de Noordzee in. Na een worsteling met het water sprak ik met mijn broer. Vroeg of hij wel eens op een eiland was geweest. Zei dat hij de zee beslist zou mogen, dat het leven van strandjutter hem zou bevallen. Lege flessen, ijzeren doppen, hout, aangespoelde containers. Weer thuis liep ik elke ochtend naar buiten, ging kanoën op de Berkel, spierpijn als genade.

 

Lees meer
24 juli 2020
 – Column

Vlieg op de rand

Ik weet niet of ik woke genoeg ben. Ik zwalk van links naar rechts, langs zwart en wit, roze en rood. Het aanbod aan meningen is overweldigend, mij ontbreekt richting. Het is als het betreden van een zonbeschenen brede avenue, zoals de Avenida da Liberdade in Lissabon. Komend vanuit de smallere straten van de binnenstad weet ik niet waar ik kijken moet, begin te lopen als een dronkaard over de uitgestrekte avenida. Niet dat ik nu in Lissabon ben, maar het gevoel is er. Nu denk ik aan de kat die drie nachten van huis bleef, vanmorgen nog niet voor de achterdeur zat. Kijk naar de vlieg op de rand van de broodplank die zijn pootjes wrijft, zich voorbereidt op iets. Onderwijl zoek ik een gevel om tegenaan te leunen, tot een overzicht te komen. In Mazzeltov van de Vlaamse schrijver Margot Vanderstraeten is de werkstudent die de schrijver toen was, voortdurend op zoek naar een richting, naar overeenkomsten van afwijkende levens. In 1987 komt ze als twintigjarige werkstudent bij een orthodox-joods gezin in Antwerpen als huiswerkbegeleider.

Lees meer
13 juli 2020
 – Column

Oefening

Zaterdagnacht daalde de buitentemperatuur tot 6 graden. Waar de warmte van de zomerdagen (bij een afwezigheid van 16 dagen) nog steeds in huis te voelen was, drong nu de kou naar binnen. Het was drie uur in de nacht toen ik wakker werd van een razend hart. Ik bleef stil liggen, heel stil, alsof er een muis in de kamer was, die als ik maar stil bleef, vanzelf zou verdwijnen. Ondertussen overwoog ik mijn mogelijkheden, ik koos niet voor paniek. Verbazing mocht, lang was er geen sprake geweest van onrust, hield het hart zich aan de regels. Ik bewoog bedachtzaam naar de rand van het bed, ging zitten. Bedacht hoe verstandig het van me was geweest als het voorgeschreven medicijn binnen handbereik zou zijn. Ik nam een boek van het tafeltje naast me, ging op blote voeten de trap af. In de gangkast zocht ik het doosje tabletten. Herinnerde me niet meer hoe ze eruit zien. Dan vind ik een doosje met vier tabletten, ik denk dat het de goede zijn.

 

Lees meer
6 juli 2020
 – Column

De geest van de schrijver

Het regent af en aan, windvlagen verontrusten mijn dagen. De takken van de vijgenboom opzij van het raam laat zijn takken zwaar neer, blindeert een deel van het venster. Bladeren van de tomatenplanten in de tuin kleuren geel. Het zijn gevoelige planten, ze houden niet van de aanraking van water, elk jaar zijn we benieuwd of ze van groen naar rood kleuren. Ondertussen denk ik aan hoe schrijvers vergeten kunnen raken. Dat je opschrikt bij het vernemen van hun dood, ze opeens  je gedachten weer bevolken met hun leven, hun verhalen. Zoals Mischa de Vreede, ze overleed op 12 mei op drieentachtigjarige leeftijd. Ik dacht aan haar columns in de Libelle van mijn moeder, die nergens terug te vinden zijn, vermeld worden. Columns van een vrij leven is wat ik me ervan herinner, ze deed wat ze wilde. 

 

Lees meer
29 juni 2020
 – Column

Wandelschoenen

Sinds kort begin ik de dag met een koude douche. Dat komt door een van de figuren uit De afwezigen van Lieke Kézer. In het begin is er een passage waarin Frank, een oude man en zijn twaalfjarige buurjongen Joshua, die hij na het overlijden van zijn moeder onder zijn hoede heeft genomen, naar New York gaan. Hij wil Joshua iets tonen, iets dat de stille jongen in beweging moet brengen. Dat is wat we behoren te doen, elkaar in beweging brengen. De ochtend na aankomst verslaapt Frank zich en zit Joshua, allang wakker, voor de tv. Ze kennen elkaar nog niet zo goed. ‘Je had me wakker mogen maken, je mag me altijd wakker maken,’ zegt Frank. Hij stapt snel uit bed, neemt een ijskoude douche.‘[staat] naar adem happend onder de ijzige straal, hij dwong zichzelf er dertig seconden onder te blijven staan om zijn bloedsomloop op gang te brengen.’ Toen leek het me opeens van belang mezelf tot iets te dwingen, iets op gang te brengen.

Lees meer
23 juni 2020
 – Column

Voorlezen

Eind maart ontving ik een berichtje van de schrijver wiens boek hier voor me ligt. Rauwe wortels ernaast, in stijl met de levensvisie van de personages in het boek. Wordt er wijn geschonken in een goed verhaal, drink ik een wijntje. Ik ontmoette de schrijver in 2018 voor een interview over schrijven en haar verhalenbundel Aan doodgaan dachten we niet. Een titel die ook heel goed had gepast bij deze roman. In dit boek doen de personages er alles aan om niet toe te geven aan hun hongergevoel, licht en muziek zal hen voeden. Als een van hen door uitputting sterft, volgt een politie onderzoek. De huisgenoten worden opgepakt, gedurende enkele dagen ondervraagd. Er wordt vooral gevraagd of ze het niet hadden zien aankomen, de dood van hun huisgenoot. Nee, ze hadden het niet zien aankomen, want aan doodgaan dachten ze niet.

Lees meer