21 december 2007

Frans Kellendonk-prijs voor Marjolijn Februari

De Maatschappij der  Nederlandse Letterkunde heeft de Frans Kellendonk-prijs 2008 toegekend aan  Marjolijn Februari. Het bestuur werd geadviseerd door een jury bestaande uit  Joke J. Hermsen (voorzitter), Allard  Schröder en Dirk van Weelden.

De prijs wordt eenmaal in de drie jaar toegekend en bestaat uit een oorkonde en een bedrag van € 5.000. De uitreiking vindt plaats tijdens een bijeenkomst waarin ook de Frans Kellendonk-lezing wordt gehouden.

Tijd: maandag 11 februari 2008 om 15.30 uur.
Plaats: Aula van de Radboud Universiteit, Comeniuslaan 2, Nijmegen.
Eerdere prijswinnaars zijn: Piet Gerbrandy (2005), Henk van Woerden (2003), Dirk van Weelden (1999), Benno Barnard (1996) en Kristien Hemmerechts (1993).

Uit het juryrapport:

Waar andere schrijvers wel eens genoegen nemen met het verwoorden van hun politieke of morele afgrijzen of zich wijden aan het esthetiseren van hun zwartkomische boutades, blijft Februari trouw aan de door haar gevoelde morele plicht het verstand te blijven gebruiken. Haar werk kan gezien worden als een oproep om te studeren, onderzoek te doen en werkelijk te willen begrijpen hoe de wereld in elkaar steekt. Februari laat zien dat denken niet alleen zorgvuldig moet gebeuren, dat spreekt vanzelf, maar ook avontuurlijk en niet bevangen door angst voor tradities of kongsi’s. Dat is niet zo makkelijk als het klinkt. Dat de literatuur een vehikel van de filosofie kan zijn staat voor velen buiten kijf. Maar zo eenvoudig als het lijkt is dat niet, een medium dat bijna zweert bij het dubbelzinnige in dienst te stellen van een discipline die uiteindelijk ondubbelzinnige antwoorden vraagt. Februari heeft geprobeerd dat onverzoenlijke te verzoenen en verdient daarvoor veel waardering.

Recent

19 september 2017

Nieuw leven beschreven

18 september 2017

Dichter van de werkelijkheid

16 september 2017

Een week lang feest

15 september 2017

Een wonderlijk leerdicht 

14 september 2017

Daar waar granaten fluiten

Literair Nederland - 10 jaar geleden

24 september 2007

"Toen ik jou voor het eerst zag, kwam je voorbijfietsen op een bakfiets waarin je spullen vervoerde. Het was laat in het jaar 1952, in de winter. Ik stond voor het raam van mijn ouderlijk huis in de Wilhelminastraat, waar mijn ouders een hotel-pension dreven, naar buiten te kijken. De Wilhelminastraat heette alweer een jaar of zeven zo. Als jong kind groeide ik op met de Schouwburgstraat, omdat in de oorlog namen van de koninklijke familie waren geschrapt door de Duitse bezetter. Soms reed je wel drie keer per dag op die bakfiets langs. Ik vond je koddig en stoer met je houtje-touwtjejas aan en je mutsje op. Je was toen al een apart type. Ik was vijftien jaar en had wat je noemt een voorspellende blik. Ik herinner mij dat ik, nadat je weer langs was gekomen, mijn moeder vertelde dat wij zouden trouwen en een kind zouden krijgen. Mijn moeder was het gewend dat ik zulke dingen zei. Ik had vaker van die voorspellingen, soms ook over de dood. Dat vond ze eng."

"Toen ik jou voor het eerst zag, kwam je voorbijfietsen op een bakfiets waarin je spullen vervoerde. Het was laat in het jaar 1952, in de winter. Ik stond voor het raam van mijn ouderlijk huis in de Wilhelminastraat, waar mijn ouders een hotel-pension dreven, naar buiten te kijken. De Wilhelminastraat heette alweer een jaar of zeven zo. Als jong kind groeide ik op met de Schouwburgstraat, omdat in de oorlog namen van de koninklijke familie waren geschrapt door de Duitse bezetter.

Lees meer