30 april 2006

Het ware schoone. Kijken naar kunst met Lodewijk van Deyssel

Tentoonstelling
Aan de hand van ruim 70 schilderijen, prenten, tekeningen en beeldhouwwerken wordt op deze tentoonstelling een licht geworpen op de speciale relatie tussen Van Deyssel en de beeldende kunst, vooral die van zijn eigen tijd. In het bijzonder gaat de tentoonstelling in op Van Deyssels manier van kijken. Voor zijn levenslange toewijding aan de geconcentreerde, aandachtige beschouwing, met tomeloze liefde voor kleuren en vormen en allerhande details, vond Van Deyssel overigens zelf inspiratie bij Zola, de gebroeders Goncourt, Proust en andere schrijvers. De neerslag van zijn hoog opgevoerde kunst van het observeren, waarbij de beléving van het geziene centraal staat, vindt men in ‘Uit het leven van Frank Rozelaar’, ‘De Adriaantjes’ en vele andere boeken en beschouwingen die Van Deyssel schreef. Anderzijds raakten diverse schilders door zijn intrigerende en virtuoze ‘schilderen met woorden’ zodanig geïnspireerd, dat zij stillevens en andere werken soms zelfs direct op Van Deyssels teksten baseerden.
De tentoonstelling omvat schilderijen en tekeningen van Jacobus van Looy, Henri Boot, Kees Verwey, Piet Mondriaan, Matthijs Maris, Jan Toorop en andere kunstenaars. Er zijn prenten te zien van Rembrandt van Rijn en Willem Witsen. Bovendien zijn de portretten te zien die Isaac Israëls en Kees Verwey van Van Deyssel schilderden, alsook bronzen portretbustes van de schrijver door Mari Andriessen en Nel Bakema. Met boeken, foto’s en ander materiaal wordt een beeld gegeven van de schrijver Van Deyssel en zijn werk.

Publicatie
Bij deze expositie verschijnt een geïllustreerde tentoonstellingsgids, die een bloemlezing bevat van uitspraken van Lodewijk van Deyssel over kunst en kunstenaars, voorafgegaan door een inleiding op zijn persoon, zijn werk en zijn kunstopvattingen.

In de kringen van impressionistische en moderne Nederlandse schilders speelde de schrijver Lodewijk van Deyssel (Amsterdam 1864 – Haarlem 1952) een bijzondere, invloedrijke rol. Na zijn vroege periode als ‘Tachtiger’ ontdekte hij dat er ‘een heele groep artiesten waren, waar ik, zonder het te weten, met mijn bestrevingen aan verwant was. De schilders namelijk.’
Er groeiden tal van contacten. Zo trok hij op met Jan Toorop en Jacobus van Looy, en werd hij ademloos bewonderd door Henri Boot en Kees Verwey. De laatste maakte, net als Isaac Israëls en Jan Veth, een portret van Van Deyssel. En bij Breitner lag Van Deyssels kostschoolroman ‘De kleine republiek’ in het atelier. De schrijver correspondeerde bovendien met Mondriaan, en schreef over Floris Verster en over een bezoek aan Matthijs Maris in Londen.
Maar ook oudere Hollandse schilderkunst had Van Deyssels grote belangstelling: hij schreef essays over Frans Hals en Rembrandt. Volgens Van Deyssel, en verscheidene schilders uit zijn tijd volgden hem daarin, moest de kunst van de 17de eeuw het uitgangspunt blijven voor de eigentijdse kunst. Van Deyssel beschouwde de Gouden Eeuwers zelfs als ‘tijdgenoten’.

Proza
Lodewijk van Deyssel – een pseudoniem van Karel J.L. Alberdingk Thijm – was bij leven een van de spraakmakendste schrijvers in ons taalgebied. Na zijn dood in 1952 raakte zijn proza geenszins in de vergetelheid. Er volgden tal van heruitgaven van zijn teksten, alsook publicaties van brieven en ander nooit eerder uitgegeven materiaal. In de jaren 1970 beleefde zijn ooit shockerende roman ‘Een liefde’ onverwacht negen herdrukken. De aandacht voor Van Deyssel is vooral levend gehouden door neerlandicus dr. Harry G.M. Prick, die ook een monumentale, tweedelige biografie over de auteur schreef (‘In de zekerheid van eigen heerlijkheid’ (1997; 2de druk 1998) en ‘Een vreemdeling op de wegen’ (2003); Atheneum- Polak & Van Gennep).

De Hallen
Grote Markt 16
Haarlem
T 023 511 57 75
E

Recent

16 augustus 2017

Ideale bestaansvorm

11 augustus 2017

Zorgenkind of zondagskind

Literair Nederland - 10 jaar geleden

27 augustus 2007

Iemand gaat op reis naar een prachtig land, Peru in dit geval, en schrijft een boek over deze reis. Op de flap staat: "Het neusje van Peru voert de lezer mee naar de Peruviaanse woestijn, het Triticameer, over de Andes naar het hart van het Incarijk, tot in de jungle nabij Iquitos."

Iemand gaat op reis naar een prachtig land, Peru in dit geval, en schrijft een boek over deze reis. Op de flap staat: "Het neusje van Peru voert de lezer mee naar de Peruviaanse woestijn, het Triticameer, over de Andes naar het hart van het Incarijk, tot in de jungle nabij Iquitos."

Dat klinkt toch goed nietwaar? Helaas, we worden wel meegenomen maar niet naar het bovengenoemde. Natuurlijk komen deze gebieden wel voor in het boek maar het frappante is dat ik heel veel over het reizen zelf heb gelezen maar weinig over het land.

Lees meer