22 december 2005

P.C. Hooft-prijs voor dichter H.C. ten Berge

Ten Berges werk werd al verscheidene malen bekroond. Twee jaar geleden kreeg hij de A. Roland Holst-penning voor poëzie. In 1996 ontving hij de Constantijn Huygens-prijs voor zijn hele werk, in 1986 viel hem de Multatuli-prijs ten deel voor Het geheim van een opgewekt humeur.

Hij debuteerde in 1964 met de bundel Poolsneeuw. Naast poëzie publiceerde Ten Berge ook vertalingen, essays en romans. Van zijn hand verscheen dit jaar nog een selectie met vertaalde poëzie en essays (Op een mat van gele veren). Zijn gedichten werden verzameld in Materia prima.

Voorzitter van de P.C. Hooft-jury was essayist en dichter Hans Groenewegen. Verder zaten in de jury onder anderen dichter en P.C. Hooftprijswinnaar Rutger Kopland en de dichter Menno Wigman.
(Bron: ANP)

BTH

Recent

19 september 2017

Nieuw leven beschreven

18 september 2017

Dichter van de werkelijkheid

16 september 2017

Een week lang feest

15 september 2017

Een wonderlijk leerdicht 

14 september 2017

Daar waar granaten fluiten

Literair Nederland - 10 jaar geleden

24 september 2007

"Toen ik jou voor het eerst zag, kwam je voorbijfietsen op een bakfiets waarin je spullen vervoerde. Het was laat in het jaar 1952, in de winter. Ik stond voor het raam van mijn ouderlijk huis in de Wilhelminastraat, waar mijn ouders een hotel-pension dreven, naar buiten te kijken. De Wilhelminastraat heette alweer een jaar of zeven zo. Als jong kind groeide ik op met de Schouwburgstraat, omdat in de oorlog namen van de koninklijke familie waren geschrapt door de Duitse bezetter. Soms reed je wel drie keer per dag op die bakfiets langs. Ik vond je koddig en stoer met je houtje-touwtjejas aan en je mutsje op. Je was toen al een apart type. Ik was vijftien jaar en had wat je noemt een voorspellende blik. Ik herinner mij dat ik, nadat je weer langs was gekomen, mijn moeder vertelde dat wij zouden trouwen en een kind zouden krijgen. Mijn moeder was het gewend dat ik zulke dingen zei. Ik had vaker van die voorspellingen, soms ook over de dood. Dat vond ze eng."

"Toen ik jou voor het eerst zag, kwam je voorbijfietsen op een bakfiets waarin je spullen vervoerde. Het was laat in het jaar 1952, in de winter. Ik stond voor het raam van mijn ouderlijk huis in de Wilhelminastraat, waar mijn ouders een hotel-pension dreven, naar buiten te kijken. De Wilhelminastraat heette alweer een jaar of zeven zo. Als jong kind groeide ik op met de Schouwburgstraat, omdat in de oorlog namen van de koninklijke familie waren geschrapt door de Duitse bezetter.

Lees meer