14 december 2005

FONDS VOOR DE LETTEREN VERTAALPRIJS 2005

Peter Verstegen  werd bekroond voor met name zijn grote verdiensten als vertaler van poëzie en zijn inzet voor het literaire vertalen in het algemeen. Verstegen is één van de nestors van het literaire vertalen in Nederland.Hij publiceerde vanaf midden jaren zestig vele vertalingen van proza, toneel en poëzie (uit meerdere talen).  Als poëzievertaler verwierf hij bekendheid door zijn vertalingen van  de sonnetten van Shakespeare, poëzie van W.H. Auden, e.e.cumminges, Les Fleurs du mal van Charles Baudelaire,  en gedichten van Rainer Maria Rilke en Heinrich Heine. Recent verscheen het  eerste deel van zijn vertaling van een ruime selectie uit de poëzie van Emily Dickinson (2005). 

Richard van Leeuwen en Djuke Poppinga voor hun verdiensten voor de ontsluiting van de Arabische literatuur. Mét de vele tientallen vertalingen en publicaties die zij sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw – samen én solo – verzorgden kan de Nederlandse lezer een indruk krijgen van de uitgestrektheid (van Marokko via Egypte tot aan Libanon) en veelzijdigheid van de Arabische literatuur.

De jury, voor 2005 bestaande uit de vertaaldeskundigen Niek Miedema, Fedde van Santen en Kees Mercks, heeft in het maken van een keuze de volgende factoren in ogenschouw genomen: het eigen initiatief van de vertaler bij het toegankelijk maken van on­bekende teksten; De creativiteit van de vertaler bij het oplossen van vertaalproblemen; Het literaire en culturele belang van de vertaalde werken; stimulerende activiteiten van de vertaler op het terrein van het literair vertalen in het algemeen d.w.z.  activiteiten die hebben bijgedragen tot de professionalisering en het maatschappelijk aanzien van het vak van literair vertaler.

BTH

Recent

22 september 2017

Modiano's spel met de lezer

20 september 2017

In de huid van een leeuwin

19 september 2017

Nieuw leven beschreven

18 september 2017

Dichter van de werkelijkheid

Literair Nederland - 10 jaar geleden

24 september 2007

"Toen ik jou voor het eerst zag, kwam je voorbijfietsen op een bakfiets waarin je spullen vervoerde. Het was laat in het jaar 1952, in de winter. Ik stond voor het raam van mijn ouderlijk huis in de Wilhelminastraat, waar mijn ouders een hotel-pension dreven, naar buiten te kijken. De Wilhelminastraat heette alweer een jaar of zeven zo. Als jong kind groeide ik op met de Schouwburgstraat, omdat in de oorlog namen van de koninklijke familie waren geschrapt door de Duitse bezetter. Soms reed je wel drie keer per dag op die bakfiets langs. Ik vond je koddig en stoer met je houtje-touwtjejas aan en je mutsje op. Je was toen al een apart type. Ik was vijftien jaar en had wat je noemt een voorspellende blik. Ik herinner mij dat ik, nadat je weer langs was gekomen, mijn moeder vertelde dat wij zouden trouwen en een kind zouden krijgen. Mijn moeder was het gewend dat ik zulke dingen zei. Ik had vaker van die voorspellingen, soms ook over de dood. Dat vond ze eng."

"Toen ik jou voor het eerst zag, kwam je voorbijfietsen op een bakfiets waarin je spullen vervoerde. Het was laat in het jaar 1952, in de winter. Ik stond voor het raam van mijn ouderlijk huis in de Wilhelminastraat, waar mijn ouders een hotel-pension dreven, naar buiten te kijken. De Wilhelminastraat heette alweer een jaar of zeven zo. Als jong kind groeide ik op met de Schouwburgstraat, omdat in de oorlog namen van de koninklijke familie waren geschrapt door de Duitse bezetter.

Lees meer