15 maart 2005

De Maatschappij der Nederlandse Letterkunde heeft twee prijzen toegekend:

1) de Lucy B. en C.W. van der Hoogt-prijs 2005 aan Micha Hamel op grond van zijn gedichtenbundel Alle enen opgeteld (Augustus, Amsterdam 2004).
De jury bestond uit: Hugo Brems, Kester Freriks en Rudi van der Paardt (voorzitter).

De prijs is een aanmoedigingsprijs. Hij wordt eenmaal per jaar uitgereikt, afwisselend voor proza en poëzie. Hij bestaat uit een penning en 6.000 euro.

Uit het juryrapport: 'Waar de meeste beginnende dichters in hun eersteling nog vaak zoeken naar een eigen stemgeluid, lijkt Hamel dat meteen gevonden te hebben. Hij schrijft relatief lange gedichten, in het algemeen zonder rijm, maar sterk ritmisch, die onder meer door veelvuldige toepassing van de ellips een assertieve, soms ook bewust agressieve indruk maken. Als tegenwicht gebruikt hij fantasievolle vergelijkingen en dartele metaforen, die mikken op de lach van de lezer, die mogelijk in eerste instantie van de agressie geschrokken kan zijn. Zoals bij veel (post)moderne poëzie het geval is, vindt men ook in deze bundel citaten uit high and low culture dooreen die in alle gevallen, door de incongruente nieuwe context, een hilarisch effect sorteren.'
Eerdere prijwinnaars zijn onder meer: Geert Buelens, René Puthaar, Erik Menkveld, Kees Ouwens, F. Harmsen van Beek, Ida G.M. Gerhardt, M. Vasalis, H. Marsman en J. Slauerhoff.

2) de Henriette Roland Holst-prijs 2005 aan Bas Heijne voor zijn essaybundel Hollandse toestanden (Prometheus, Amsterdam 2005), terwijl ook zijn over kunst handelende essaybundel De werkelijkheid (2004) en zijn interviews in Tafelgesprekken (2004) nadrukkelijk bij de prijs worden betrokken.
De jury bestond uit: Theo Bijvoet, Daan Cartens en Barry Wiebenga.

De prijs wordt eenmaal in de drie jaar uitgereikt voor een werk dat 'zowel uitmunt door sociale bewogenheid als door literair niveau' en bestaat uit een oorkonde en 2.500 euro.

Uit het juryrapport: 'Bas Heijne legt op een indrukwekkende manier de vinger aan de pols van een door velen als ziek of verziekt beschouwde samenleving. Zijn diagnose is helder en klaar, zijn taal schuwt effectbejag en is doeltreffend. Dat Heijne het woord moraal ontdoet van eventuele benepen connotaties, maar wel degelijk tot inzet maakt van wat hij beweren wil, vindt de jury zeer overtuigend. Kunst in het algemeen en voor hem literatuur in het bijzonder moet voor Bas Heijne onze ervaringen met de wereld vormgeven.'
Eerdere prijswinnaars zijn onder meer: Evelien Gans, Geert Mak, H.H. ter Balkt, Hugo Claus en Louis Paul Boon.

 De complete juryrapporten zijn vanaf dinsdag 15 maart 2005 beschikbaar op http://maatschappijdernederlandseletterkunde.nl/prijs.html 

De prijzen worden uitgereikt tijdens de jaarvergadering van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde op zaterdag 21 mei 2005 om 15.30 uur in het Academiegebouw, Rapenburg 73 te Leiden. 

Voor nadere inlichtingen: Leo van Maris, secretaris Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, p/a Universiteitsbibliotheek, Postbus 9501, 2300 RA  LEIDEN.Tel. 071-5144962, tijdens kantooruren soms 071-5272327
E-mail: maatschappij@xs4all.nl

BTH

Recent

20 september 2017

In de huid van een leeuwin

19 september 2017

Nieuw leven beschreven

18 september 2017

Dichter van de werkelijkheid

16 september 2017

Een week lang feest

Literair Nederland - 10 jaar geleden

24 september 2007

"Toen ik jou voor het eerst zag, kwam je voorbijfietsen op een bakfiets waarin je spullen vervoerde. Het was laat in het jaar 1952, in de winter. Ik stond voor het raam van mijn ouderlijk huis in de Wilhelminastraat, waar mijn ouders een hotel-pension dreven, naar buiten te kijken. De Wilhelminastraat heette alweer een jaar of zeven zo. Als jong kind groeide ik op met de Schouwburgstraat, omdat in de oorlog namen van de koninklijke familie waren geschrapt door de Duitse bezetter. Soms reed je wel drie keer per dag op die bakfiets langs. Ik vond je koddig en stoer met je houtje-touwtjejas aan en je mutsje op. Je was toen al een apart type. Ik was vijftien jaar en had wat je noemt een voorspellende blik. Ik herinner mij dat ik, nadat je weer langs was gekomen, mijn moeder vertelde dat wij zouden trouwen en een kind zouden krijgen. Mijn moeder was het gewend dat ik zulke dingen zei. Ik had vaker van die voorspellingen, soms ook over de dood. Dat vond ze eng."

"Toen ik jou voor het eerst zag, kwam je voorbijfietsen op een bakfiets waarin je spullen vervoerde. Het was laat in het jaar 1952, in de winter. Ik stond voor het raam van mijn ouderlijk huis in de Wilhelminastraat, waar mijn ouders een hotel-pension dreven, naar buiten te kijken. De Wilhelminastraat heette alweer een jaar of zeven zo. Als jong kind groeide ik op met de Schouwburgstraat, omdat in de oorlog namen van de koninklijke familie waren geschrapt door de Duitse bezetter.

Lees meer