14 december 2004

Dichters op de ruiten van Caesuur te Middelburg

Thomas Möhlmann (1975) studeerde moderne Nederlandse letterkunde in Amsterdam en werkt nu als freelance tekstschrijver en dichter. Hij is redacteur van literairnederland.nl, gastredacteur van de Avonden van Perdu en redacteur van het poëzietijdschrift Awater. Zijn gedichten verschenen onder andere in Nymph, Bunker Hill, Passionate, Die Aussenseite des Elementes (tweetalig) en in de bloemlezingen Hier lonkt een spiegel en Vanuit de lucht. Momenteel is Thomas Möhlmann werkzaam bij het Nederlands Literair Productie en Vertalingenfonds, waar hij zorg draagt voor de promotie van Nederlandse poëzie in het buitenland.

Tjitske Mussche (1982) verbleef na haar middelbare schooltijd een jaar op het Finse eiland Åland, waar ze een opleiding beeldende kunst en Zweeds aan een zogeheten folkhögskola volgde. Net als Thomas Möhlmann werkte Tjitske Mussche mee aan de Avonden in Perdu te Amsterdam. Momenteel studeert ze daar Nederlands aan de UvA. Ze is regelmatig op de literaire podia van Nederland te zien, onlangs nog op het festival De Wintertuin. Eerder verschenen gedichten van haar hand in o.a. de literaire tijdschriften De Revisor, 'Parmentier en Krakatau en in de bloemlezingen Vanuit de lucht en Hier lonkt een spiegel.

Jan Baeke (1956) is dichter en vertaler. In 1997 verscheen zijn debuutbundel Nooit zonder de paarden bij Uitgeverij de Bezige Bij. Bij dezelfde uitgeverij verscheen in 2001 de bundel Zo is de zee en in 2004 Iedereen is er. Met Erik Linder stelde hij Poëzie met een angel samen, een bloemlezing met werk van zes hedendaagse Engelse dichters; uitgegeven door Uitgeverij IJzer in 1995. Voor deze bloemlezing vertaalde hij werk van Liz Lochhead en Lavinia Greenlaw. Vertalingen van gedichten van Deryn Rees-Jones werden opgenomen in de bundel In een ander licht, een bloemlezing met poëzie uit Wales, uitgegeven door Wagner & Van Santen in 2001. Jan Baeke is tevens werkzaam bij het Filmmuseum in Amsterdam. 

Erik Lindner (1968) debuteerde in 1996 bij de uitgeverij van Stichting Perdu, met de dichtbundel Tramontane. Een gedicht daaruit werd uitgeroepen tot Gedicht van de week in Het Parool en in een jaar tijd was de bundel uitverkocht. Hij publiceerde in de tijdschriften Optima, Bunker Hill, Maatstaf, Yang, de Poëziekrant, Bzzletin, de Zingende Zaag, Zanzibar en met regelmaat in Raster. In Frankrijk verschenen vertalingen van zijn gedichten in Quaderno, Action Poétique en PO&SIE. In 2000 verscheen zijn tweede bundel Tong en trede bij De Bezige Bij, die in 2004 gevolgd werd door Tafel. In 2001 werd hij, op voordracht van de Jan Campertstichting, uitgezonden naar Taiwan voor het Taipei International Poetry Festival. Chinese vertalingen van zijn gedichten verschenen in het tijdschrift Unitas. In 2002 was Erik Lindner te gast op Poetry International in Rotterdam en verschenen Duitse vertalingen in het tijdschrift Manuskripte en Engelse vertalingen in Leviathan Quarterly. 

Tsead Bruinja (1974) debuteerde in 2000 met de Friestalige bundel De wizers yn it read/ De wijzers in het rood (Bornmeer). De derde Friestalige bundel Gegrommel fan satyn/Gegrommel van satijn (Bornmeer) verscheen in 2003, evenals het Nederlandstalige debuut Dat het zo hoorde (Contact) dat genomineerd werd voor de Jo Peterspoëzieprijs. Eind oktober 2004 zag de tweede Nederlandstalige bundel Batterij het licht, gevolgd door de door Bruinja en Hein Jaap Hilarides samengestelde bloemlezing Droom in blauwe regenjas – Nieuwe Friese dichters (Contact i.s.m. Bornmeer).

Recent

15 november 2017

Een portret in stukjes

Literair Nederland - 10 jaar geleden

19 november 2007

Net niet spannend genoeg
Door Fatima Bajja

Het lijkt alsof Sylvia Houweling alles heeft wat haar hartje begeert. Ze is getrouwd met Eddie Kronenburg, heeft twee kinderen en woont in een prachtig huis in Amsterdam-Zuid. Toch is het allemaal niet zo mooi als het lijkt. Eddie werkt namelijk in de onderwereld, hij is verantwoordelijk voor het transport van drugs.

Lees meer