8 augustus 2017

Voorbereiding op Engeland

Zomercolumn Martin Lok

Vorige zomer bezocht ik in Bexleyheath het Rode Huis van William Morris. Een mooi bakstenen huis uit 1860 dat één grote etalage is voor de ideeën van deze grote voorman van de Arts & Crafts beweging. De muren zijn behangen met schitterend behang naar ontwerp van Morris zelf, als ze althans niet zijn beschilderd door zijn kunstzinnige vrienden, waaronder Dante Gabrielle Rossetti. En de eetzaal is imposant, met zijn enorme haard en gezellig grote eettafel voor de slemppartijen die Morris en zijn vrouw in de weekenden organiseerden voor hun vrienden uit London. Maar het meest indrukwekkend vond ik het metselwerk aan de buitenzijde. Baksteenrode pracht, met liefde in verband gelegd en toonbeeld van wat Arts & Crafts vermag: ambachtelijke perfectie.

Ik houd van die ambachtelijke perfectie. Of het nu om een huis, eettafel, behang, mooie sculptuur of boek gaat, ik ben meteen verkocht. Bij boeken toont die perfectie zich in omslag, binding, papier en lettertype. Onovertroffen vind ik daarin de Russische Bibliotheek van Van Oorschot. Het is een feest om een boek uit die reeks open te slaan, het Primapage tussen je vingers te voelen en je ogen te laten dansen over de door Helmut Salden vormgegeven teksten. Maar ook Engelse uitgevers kunnen er wat van. Eén van mijn favorieten is de reeks klassieken van de Everyman’s Library. Een reeks die dezelfde voorliefde voor ambachtelijke perfectie laat zien als Morris’ Rode Huis. Al moet ik zeggen dat papier en lettertype het niet halen bij die van de Russische Bibliotheek. Maar daar staat dan weer tegenover dat de Everyman’s Library wat vriendelijker is geprijsd (we blijven Hollanders) en dat het een leeslint heeft.

Deze zomer reis ik weer naar Engeland. De boeken voor die trip liggen al klaar, natuurlijk uit de bibliotheek. Dit keer voert de trip wat Noordelijker dan vorig jaar en één van de geplande stops is Haworth. Mijn leesplannen zijn daar deels op afgestemd, net als mijn plan om daar boeken te kopen. Het is de bedoeling dat, als ik in Haworth arriveer, zo’n beetje halverwege Jane Eyre ben, van Charlotte Brontë, één van de schrijvende zussen uit Haworth. Ik kijk er naar uit. Het tweede plan is dat ik in Haworth het enige boek uit de Everyman’s Library koop van haar zus Anne, en als ik me niet kan inhouden misschien ook nog een boek van Charlotte zelf. Wuthering Hights van zus Emily staat overigens niet op de leeslijst. Dat heb ik namelijk bij wijze van voorbereiding deze week al uitgelezen. Brontë’s beschrijvingen van Thrushcross Grange, Wuthering Heights, de Penistone Crags en woeste gronden rondom Gimmerton hebben me nieuwsgierig gemaakt, ook al weet ik dat al deze plaatsen niet bestaan. Maar ergens rondom Haworth zullen ze vast te vinden zijn.

 

Recent

19 september 2017

Nieuw leven beschreven

18 september 2017

Dichter van de werkelijkheid

16 september 2017

Een week lang feest

15 september 2017

Een wonderlijk leerdicht 

14 september 2017

Daar waar granaten fluiten

Literair Nederland - 10 jaar geleden

24 september 2007

"Toen ik jou voor het eerst zag, kwam je voorbijfietsen op een bakfiets waarin je spullen vervoerde. Het was laat in het jaar 1952, in de winter. Ik stond voor het raam van mijn ouderlijk huis in de Wilhelminastraat, waar mijn ouders een hotel-pension dreven, naar buiten te kijken. De Wilhelminastraat heette alweer een jaar of zeven zo. Als jong kind groeide ik op met de Schouwburgstraat, omdat in de oorlog namen van de koninklijke familie waren geschrapt door de Duitse bezetter. Soms reed je wel drie keer per dag op die bakfiets langs. Ik vond je koddig en stoer met je houtje-touwtjejas aan en je mutsje op. Je was toen al een apart type. Ik was vijftien jaar en had wat je noemt een voorspellende blik. Ik herinner mij dat ik, nadat je weer langs was gekomen, mijn moeder vertelde dat wij zouden trouwen en een kind zouden krijgen. Mijn moeder was het gewend dat ik zulke dingen zei. Ik had vaker van die voorspellingen, soms ook over de dood. Dat vond ze eng."

"Toen ik jou voor het eerst zag, kwam je voorbijfietsen op een bakfiets waarin je spullen vervoerde. Het was laat in het jaar 1952, in de winter. Ik stond voor het raam van mijn ouderlijk huis in de Wilhelminastraat, waar mijn ouders een hotel-pension dreven, naar buiten te kijken. De Wilhelminastraat heette alweer een jaar of zeven zo. Als jong kind groeide ik op met de Schouwburgstraat, omdat in de oorlog namen van de koninklijke familie waren geschrapt door de Duitse bezetter.

Lees meer