23 mei 2017

Een onberispelijke man – Jane Gardam

De man die niet kon liefhebben

Recensie door Hettie Marzak

Jane Gardam debuteerde in 1971 op haar veertigste met een kinderboek; sindsdien schreef ze vijfentwintig boeken waarmee ze talloze prijzen won waaronder twee keer de ‘Withbread book of the year award’ voor de beste roman. Ze is in Nederland niet zo bekend: Old Filth (2004) schreef ze op zesenzeventig jarige leeftijd. Nu is het boek dan in Nederlandse vertaling verschenen als Een onberispelijke man.

Voormalig advocaat en rechter Edward Feathers is het prototype van de Britse gentleman: gereserveerd, minzaam, met typische zelfspot. Bolhoed, paraplu, stiff upper lip: ‘An Englishman will walk but never run’ zoals Sting zingt in Englishman in New York. Jane Gardam weet haar hoofdpersoon zo te karakteriseren dat je hem voor je ziet; een kalme man. Maar dat is slechts schijn. Onder dat kalme voorkomen leeft een man die worstelt met zijn verleden.

Weduwnaar
‘Old Filth’, wordt hij in juridische kringen genoemd, naar zijn zelfverzonnen acroniem ‘Failed In London, Try Hongkong’. Sinds zijn pensionering woont hij op het platteland in Dorset met zijn vrouw Betty. Na haar overlijden is hij – temidden van de tulpenbollen die ze plantte – op zichzelf aangewezen. Er is een tuinman en een huishoudster, die hij ‘mevrouw Eh’ noemt, omdat hij nooit de moeite nam haar naar haar naam te vragen. Kinderen zijn er niet. Zijn eenzaamheid dwingt hem contact te maken met zijn buurman, Terry Veneering. Een oud-collega die ten tijde van zijn standplaats Hong Kong tevens zijn grootste vijand was en vermoedelijk de minnaar van Betty, zijn vrouw.

Schaarse informatie
Vermoedelijk, want Gardam houdt meer achter aan informatie dan ze prijsgeeft; af en toe laat ze achteloos een aanwijzing vallen die suggereert dat er meer aan de hand is dan ze laat zien. Zo telefoneert Betty met Terry om hem te condoleren met het verlies van zijn zoon. Een gesprek waaraan verder niet meer gerefereerd wordt, maar waarvan de heimelijkheid te denken geeft. Gardam is spaarzaam met verklaringen en laat het aan de lezer om conclusies te trekken. Met schaarse aanwijzingen die ze hier en daar als broodkruimels langs de verhaallijn laat vallen, voert ze de lezer mee naar de uiteindelijke apotheose.

Waarbij het moeizame contact met Veneering slechts een intermezzo is, evenals de verschijning van Betty na haar dood, die Feathers regelmatig waarneemt en met wie hij gesprekjes voert. Deze intervallen zijn de aanzet voor Feathers zich te verdiepen in zijn verleden. Hij besluit zijn nichtjes te bezoeken – die samen met hem in een pleeggezin waren ondergebracht – om te praten over hun gedeelde verleden. In die tijd is er iets gruwelijks gebeurd, dat Gardam zeer geraffineerd uitspint door de hele roman.

Geen achtergrond
In Borneo, destijds in handen van de Engelsen, is zijn moeder tijdens zijn geboorte gestorven en zijn vader keek niet naar hem om. Door zijn zoogster wordt Edward opgevoed door de inlandse bevolking. Hij spreekt dan ook Maleis, geen Engels. Voordat hij vijf jaar is, stuurt zijn vader hem naar Engeland om op de traditionele Engelse manier te worden opgevoed. Hij wordt ondergebracht bij een pleeggezin in Wales – samen met twee nichtjes – tot hij naar kostschool gaat en later naar de universiteit. Zijn vader ziet hij nooit meer.

Ik heb geen achtergrond. Ik ben losgerukt uit mijn omgeving. Ik ben op een andere achtergrond geplakt als een uitgeknipte vorm’, denkt Feathers. Hij wordt daardoor ‘slecht in  liefhebben’, zoals zijn nicht hem veel later in een brief vertelt.

Dit was het lot van veel kinderen van Britse ouders die leefden in de overzeese gebiedsdelen van het Britse Koninkrijk: ze werden de ‘weeskinderen van de Raj’ genoemd, waarbij de ‘Raj’ de periode van overheersing van de Britten in India en andere delen van Azië was. De kinderen werden naar Engeland gestuurd voor een klassieke opvoeding en zagen hun ouders pas na jaren terug. Vaak werden ze als betalende gasten opgenomen door wildvreemden of werden ze bij onverschillige familieleden ondergebracht. Het overkwam Kipling, die in Baa Baa Black Sheep schreef hoe hij als kind in een pleeggezin door mishandeling en verwaarlozing bijna blind geworden was –  hij koos ervoor om afstand te nemen door het verhaal in de derde persoon te schrijven. Het overkwam Saki, die in zijn korte verhaal Shredni Vashtar beschreef hoe het leven was voor een kind dat moest wonen bij een onbekend familielid dat met tegenzin de zorg op zich nam. En het overkwam aldus Edward Feathers, die pas veel later over de verschrikkingen in het pleeggezin durfde te vertellen, maar steeds verzweeg wat het ergste was.

Langzame doordringen van de tijd
Gardam neemt de lezer mee op een wervelende reis in tijd en plaats: de herinneringen van Feathers springen van Hong Kong naar Londen, van de oorlogstijd naar zijn tijd op kostschool. Als hij na de begrafenis van zijn vrouw op reis gaat om zijn nichtjes te bezoeken, verstuikt hij zijn enkel op de trap van een hotel. Wanneer hij uitgeput op de dokter wacht, valt hij in slaap: ‘en heel voorzichtig, een stukje per keer, liet hij het verleden toe.’

Nu eens in Feathers’ woorden, dan weer door de verteller, worden de herinneringen stuk voor stuk prijsgegeven, waarbij hij tot de conclusie komt: ‘Ik ben mijn hele leven, vanaf mijn vroege kindertijd, verlaten, of gedumpt, of gescheiden door de dood, van iedereen van wie ik hield of die om me gaf (…)’. En hij vraagt zich af of ‘mijn eenzame leven – ik heb me eigenlijk altijd alleen gevoeld – het gevolg is van wat ik gedaan heb toen ik acht was (…)‘.

Nadat hij een dominee gesproken heeft en bij monde van zijn nichtje alles opgebiecht heeft wat hem bezwaarde, besluit hij nog één reis te maken: naar Singapore. Op het vliegveld ziet hij Betty weer naast hem staan. Als hem door een voorbijganger gevraagd wordt of er iets mis is, antwoordt hij: ‘Er is niets mis,’ zei Filth. (…). Er is helemaal niets mis.‘ Want hij was thuis.

In een toegevoegd hoofdstuk praten twee rechters met elkaar over de dood van Old Filth: ‘Hij was net uit een vliegtuig gestapt. Wist je dat? Ging terug naar waar hij vandaan kwam.

Kabbelend en bruisend
Gardam heeft met dit boek een hoogstandje geleverd dat kalm meandert van het ene hoofdstuk naar het andere, maar waarbij het onder de oppervlakte kolkt en bruist. Edward Feathers mag dan een onberispelijke man zijn, hij is ook een zeer complexe persoonlijkheid die het boek plezierig ingewikkeld maakt. Gardam schrijft terughoudend en doet dat in prachtig, soepel proza. Als de dominee arriveert in het hotel waar Feathers verblijft, blijkt de laatste nog steeds in bed te liggen, ‘met zijn ivoren neus naar boven gericht’. De dominee onderneemt actie: ‘(hij) hees de oude botten van het bed, liet de ivoren waaiers die Filths voeten waren in zijn leren slaapkamerpantoffels van Harrods glijden, plantte Filth op een stoel met een recht rug en zette een tafel voor hem neer.’

In het nawoord kondigt Gardam aan dat er nog twee delen zullen verschijnen, Een trouwe vrouw, waarin hetzelfde verhaal wordt verteld, maar dan vanuit het perspectief van zijn vrouw Betty. Momenteel schrijft Gardam aan het derde deel dat Last Friends getiteld is en dat het verhaal zal zijn van Veneering en zijn vriendschap met het echtpaar Feathers als ze oud zijn en in Dorset wonen. Gardam onthult: ‘Tot het allerlaatst hebben zij – wij – een verborgen leven. Er zijn vooral vaak verborgen kinderjaren.’ Naar de verschijning van deze twee boeken in Nederlandse vertaling wordt reikhalzend uitgekeken.

 

 

Een onberispelijke man
Jane Gardam
Vertaling door: Joost Poort
Oorspronkelijke titel: Old Filth
Verschenen bij: Cossee
ISBN: 9789059367067
320 pagina's
Prijs: € 19,99

Meer van Hettie Marzak:

17 augustus 2017

Gedichten die ook weten te ontroeren

Over 'De wereld onleesbaar' van Jeroen van Kan
3 juli 2017

Over kleine dingen die tot bezinning leiden

Over 'Herfsttijloos' van T. van Deel
5 juni 2017

Tegenstemmige poëzie als een oorlogswond

Over 'ik hier jij daar' van Ghayth Almadhoun ; Anne Vegter

Recent

11 augustus 2017

Zorgenkind of zondagskind

Over 'Herinneringen in aluminiumfolie' van Jamal Ouariachi
9 augustus 2017

Wachten op Godot aan de Moldau

Over 'Een afgedane zaak' van Patrik Ouredník
7 augustus 2017

Een kanjer

Over 'De tandeloze tijd 6 : Kwaadschiks' van A.F.Th. van der Heijden
4 augustus 2017

Wondranden

Over 'Een tuin in de winter' van Anna Enquist
2 augustus 2017

Jannie Regnerus gebruikt geen woord te veel

Over 'Nachtschrijver' van Jannie Regnerus

Verwant

23 mei 2017

Zonder gemis