9 december 2016

Daedalea - Een vertelling in gedichten en prozagedichten – Tomas Lieske

Romantiek en bikkelharde realiteit in prozagedichten

Recensie door Albert Hogeweij

Een spook waart door Parijs – het spook van Keto Stiefcommando en de ontketende kaste der verschoppelingen. Eenmaal per jaar laat deze Keto Stiefcommando met zijn gevolg van geesten het spoken in Parijs met de opvoering van een danse macabre, waarin twee volkeren lijnrecht tegenover elkaar staan: de deftige, witte Parijzenaren versus de klonkies, de veelal Afrikaanse onderklasse van de Franse metropool. Maar de strijd wordt in de verbeelding beslecht. Even lijkt in Parijs de verbeelding waarlijk aan de macht.

Stemmenspel
In het vierdelige stemmenspel Daedalea, waarin poëzie en proza met elkaar vervlochten zijn, viert de symboliek hoogtij. Dichter en romancier Lieske (1943) laat acht Afrikaner ‘klonkies’ op straat in Parijs een stemmenspel opvoeren rond Mosje – die ‘van gestolen moment naar verloren ogenblik’ leeft. Dagelijkse voert hij bij de bushalte een schier onbegrijpelijk ritueel uit met zorgvuldig verpakte balen oud papier die hij omzichtig verplaatst en steeds opnieuw in zwart plastic verpakt.
De rollen voor het spel zijn verdeeld door Keto Stiefcommando, die van het ‘dooienveld’ is teruggekeerd. In het spel zijn de verworpenen der aarde voor even ontheven aan alle wetten en regels. Zij zijn ware hoogvliegers in het rijk der verbeelding. ‘Wij vallen niet; wij veren overeind en terug.’ De klonkies, ’leden van die swarte rasse’, vertegenwoordigen ook de hoeren, de sjouwers, ‘kartonnendozenhandelaars’, de Roma en het slavenvolk dat in het oude Egypte de stenen bakten voor de piramides.

Ze wanen zich niet slechts een onmisbare factor voor ‘s lands economie, maar zelfs kinderen van ‘het uitverkoren volk’. Te weten: het Joodse volk dat in het oudtestamentische Bijbelboek Exodus wist te ontsnappen aan de overheersing van het machtige Egyptische rijk van de Farao. De ‘Egyptenaren’ zijn dan ook hun tegenstanders, ofwel het ‘Parijse foie gras- en gratinvolk’, met hun ‘champenoise’. Die twee werelden, twee tijdlagen schuiven voortdurend naadloos over elkaar. En zo kan er dan ook een Egyptenaar tronen in het Elysée. Het verhaal krijgt van lieverlee trekken van het Exodusverhaal. Zo is Mosje, net als Mozes, te vondeling in het water gelegd om uiteindelijk te worden opgevist en aan het hof van de farao terecht te komen. Het is hem zelfs gelukt de liefde van de jongste dochter van de farao te winnen, die al badend elegant wordt beschreven: ‘zij zeilt met haar ideeën / tussen de geparfumeerde eilanden van haar knieën door.’

Beloofde land
Maar dwars door die romantische hofmakerij schemert op zowat iedere pagina de bikkelharde realiteit van het leven in de Parijse achterbuurten, waar een anonieme Pakistaan op straat kan sterven zonder dat er een ambulance wordt gebeld of medemensen te hulp willen schieten. ‘Wij hebben nooit geweten hoe Pakistanen sterven’. Het is de grote droom van Mosje zijn volk te bevrijden en mee te voeren naar het Beloofde Land. Daartoe is een uit afval opgebouwde ark in de Seine in gereedheid gebracht. De aanzet tot die ‘ingenieursachtige constructie’ van wrakhout en waslijnen die als een ‘wolkenstoel’ moet zweven boven de golven, is gegeven door Keto Stiefcommando. Die zelf boven het verhaal uit zweeft. Een jaar eerder was deze populaire souteneur een raadselachtige dood gestorven. Hij ‘spreidde zijn armen / in een wereldwijd gebaar, zette zijn lippen in een verzamelgrijns’ en bezweek vervolgens aan een ‘cocon van enthousiasme’. Zijn faam is sindsdien alleen maar gegroeid. Hij wordt geroemd als‘architect, de uitvinder. Á la Daeladus, Daedalea’.

Daedalea
Niet alleen wordt daarmee verwezen naar de mythologische figuur die uit het labyrint wist te ontsnappen met zijn zelfgemaakte vleugelpaar ingesmeerd met bijenwas. Maar ook naar de schimmel Daedalea die het gemummificeerde lichaam van farao Ramses II zou hebben aangetast. Het verhaal zit dan ook boordevol voor de hand en minder voor de hand liggende symbolen en bij eerste lezing kan het de lezer gaan duizelen. Zo vinden Jeanne d’Arc, Jan Steens schilderij ‘Mozes en de kroon van de farao’ en Giscard d’Estaing in dit verhaal moeiteloos onderdak. Maar parallel aan de verbeelding raakt ook de taal op drift en daarvan valt in dit stemmenspel het meest te genieten.

Stonden Lieskes gedichten altijd al garant voor eigenzinnige beeldspraak en een zinnelijke, exuberante toon in Daedalea dient de taal als glijmiddel van het verhaal. Van sappig Afrikaans ‘ek het’n snaakse droom gedroom’ jongleert hij in ongeëvenaarde taalschwung van prozagedicht naar poëtischer taal: Het is een zinderende hutspot van straattaal tot verheven poëzie. Lieske legt verantwoording af dat hij voor wat betreft het Afrikaans gebruik heeft gemaakt van verklarende woordenboeken, romans en gedichten. Bij die overmacht van de taal lijkt het verhaal nog enkel bijzaak. Als na enige, effect sorterende oudtestamentische plagen tot slot het bal van de clochards volgt, denkt Mosje aan de plicht die op hem wacht van de zwarte rommelbalen, ‘voor eeuwig en voor nu en later’. Hij heeft maar een stem vertolkt. ’Want wie niets heeft, droomt zich een farao te zijn’. Maar de taal ervan is blijvend en zal hergenietbaar blijken.

 

 

 

Daedalea - Een vertelling in gedichten en prozagedichten
Tomas Lieske
Verschenen bij: Uitgeverij Querido
ISBN: 9789021403175
75 pagina's
Prijs: € 17,99

Meer van Albert Hogeweij:

20 oktober 2017

Soepel en licht vallende poëzie

Over 'Wax Hollandais' van Abdelkader Benali
18 mei 2017

Poëzie gefascineerd door het zijn, het aanwezig zijn.

Over 'Gebogen planken' van Yves Bonnefoy

Recent

23 november 2017

Weidse landschappen, bekraste zielen

Over 'Idaho' van Emily Ruskovich
21 november 2017

Reizen in een binnenwereld

Over 'en toen aten we zeehond' van Nicoline Timmer
20 november 2017

Het leven ontwijken

Over 'Kraaien tellen' van Lucas de Waard
17 november 2017

Uitzichtloos leven in Unthank / Glasgow

Over 'Lanark' van Alasdair Gray
15 november 2017

Een portret in stukjes

Over 'Waarom ik mensen niet in mootjes hak' van Renske de Greef