3 oktober 2016

Verbeelding

Door Martin Lok

martin-lokHoe verbeeld je het onbekende? Iets waar je nooit bent geweest en niet kent. Maar dat wel bestaat. Althans in je verbeelding. En daar zo ‘echt’ lijkt dat het echt wordt. En uiteindelijk werkelijkheid is voor wie ernaar kijkt en zich erin onderdompelt.
Neem nou de Tuin de Lusten van Jheronimus Bosch (www.contrapposto.nl). Een schitterend drieluik uit de late vijftiende eeuw, maar ruim vijf eeuwen later nog steeds een publiekstrekker pur sang. Volksstammen trekken naar het Prado in Madrid om zich eraan te vergapen. Hordes kunsthistorici hebben geprobeerd de betekenis ervan te doorgronden. Maar niemand die het zeker wist. Het enige wat zeker is, is dat Jheronimus Bosch een geweldige verbeelding had en op onnavolgbare wijze het onbekende wist te verbeelden. Het paradijs en de hel. Niemand was er ooit geweest, totdat Bosch het schilderde. Met zoveel fantasie en overtuigingskracht dat iedereen die er voor staat eigenlijk maar één ding kan denken. ‘Als er een paradijs is, en een hel, dan is het er zo.’

Zoals Bosch schildert schrijft Dante Alighieri. Zijn magnus opus is de Goddelijke Komedie. Het is in veel opzichten de oudere broer van de Tuin der Lusten. Ook Dante creëerde een drieluik: De Hel, Louteringsberg en Paradijs. En ook Dante verbeeldde het onbekende; een wereld waar hij niet geweest kan zijn. Alhoewel hij het tegendeel beweert. Want zijn Goddelijke Komedie is immers het persoonlijk reisverslag van een man met een midlife crisis. Als we althans die wereldberoemde allereerste strofe van zijn relaas moeten geloven:

Op ’t midden van ons levenspad gekomen,
Kwam ik bij zinnen in een donker woud,
Want ik had niet de rechte weg genomen.

Maar die persoonlijke crisis stond aan de wieg van een grootse prestatie. En dus is de Goddelijke Komedie net als de Tuin der Lusten van onnavolgbare schoonheid. Een hommage aan de verbeelding. En een ode aan de zonden in de wereld, die nimmer mooier beschreven zijn, hoe erg ze ook zijn. Ook als ze eigenlijk helemaal niet zo heel erg zijn, maar meer menselijk. Zoals de zonden uit de tweede hellekring, waar onmatig-verliefden verpozen, de wellustigen. Met in hun midden Francesca en Paolo:

Gelijk twee duiven, door één wens gevoed,
Hun wijde vleugels in de vlucht geheven.
Die nader vliegen naar het nest zo zoet

Dante’s taal is zo schilderachtig dat je onmiddellijk een paradijs voor je ziet, ook al ben je in de hel. Een Bosschiaans paradijs avant-la-lettre, maar dan in woord geschreven. Een ‘echt’ paradijs, dat werkelijkheid wordt als je je erin onderdompelt. En niet langer onbekend is. Omdat het verbeeld is.

De citaten uit: De Goddelijke Komedie, vertaling Ike Cialona en Peter Verstegen.

 

 

Recent

11 augustus 2017

Zorgenkind of zondagskind

7 augustus 2017

Een kanjer

4 augustus 2017

Wondranden

Literair Nederland - 10 jaar geleden

27 augustus 2007

Iemand gaat op reis naar een prachtig land, Peru in dit geval, en schrijft een boek over deze reis. Op de flap staat: "Het neusje van Peru voert de lezer mee naar de Peruviaanse woestijn, het Triticameer, over de Andes naar het hart van het Incarijk, tot in de jungle nabij Iquitos."

Iemand gaat op reis naar een prachtig land, Peru in dit geval, en schrijft een boek over deze reis. Op de flap staat: "Het neusje van Peru voert de lezer mee naar de Peruviaanse woestijn, het Triticameer, over de Andes naar het hart van het Incarijk, tot in de jungle nabij Iquitos."

Dat klinkt toch goed nietwaar? Helaas, we worden wel meegenomen maar niet naar het bovengenoemde. Natuurlijk komen deze gebieden wel voor in het boek maar het frappante is dat ik heel veel over het reizen zelf heb gelezen maar weinig over het land.

Lees meer