Gerrit Komrij

Gerrit Komrij is dichter, schrijver, vertaler, criticus, polemist en toneelschrijver. Komrij staat bekend om zijn virtuoze en kleurrijke taalgebruik en zijn felle polemieken. Voor zijn beschouwend proza kreeg Komrij in 1993 de P.C. Hooft-prijs. Knap voor iemand zelf beweert: ‘Nooit van mijn leven heb ik een essay geschreven.’ (De Buitenkant, 1995).

Gerrit Komrij wordt op 30 maart 1844 geboren in Winterswijk, waar hij opgroeit in een socialistisch gezin. Na het gymnasium gaat hij in Amsterdam Algemene Literatuurwetenschap studeren. Hij stopt echter met zijn studie en wordt vertaler uit het Nieuwgrieks, Latijn, Engels, Duits en Frans.

In 1968 debuteert hij met de gedichtenbundel Maagdenburger halve bollen en andere gedichten en vanaf 1975 gaat hij essays schrijven. Twee jaar later krijgt Komrij een vaste column, Een en ander, in NRC Handelsblad. Met deze felle columns, waarin scheldpartijen niet van de lucht zijn, bereikt hij een groot publiek.

In 1982 debuteert Komrij met Het chemisch huwelijk als toneelschrijver, acht jaar later verschijnt zijn eerste roman, Over de bergen.

In 2000 wordt Gerrit Komrij de allereerste Dichter des Vaderlands, maar op 29 januari, kort na middernacht en het begin van Gedichtendag, maakt hij bekend zijn functie neer te leggen. In zijn functie schreef Komrij onder andere gedichten bij het twintigjarig regeringsjubileum van koningin Beatrix, de dood van Pim Fortuyn, de herdenking van de val van Srebrenica en trad hij regelmatig op in radio- en televisieprogramma’s. Bovendien richtte hij een Poëzieclub op, initieerde het tijdschrift Awater en verscheen er een reeks bundels onder zijn redactie. Komrij gaf aan niet meer te weten wat hij daar nog aan toe zou kunnen voegen en op zijn ‘Komrijiaans’ vertelde hij er mee te stoppen: ‘Ik treed af, ik abdiceer, ik heb er tabak van. Vanaf morgen ben ik loco.’

Gerrit Komrij woont samen met zijn partner, de graficus Charles Hofman, in Vila Pouca de Beira, Portugal.

Bijzonderheden

  • Komrij is ook bekend om zijn bloemlezingen. Zijn allereerste bloemlezing, De Nederlandse poëzie van de 19de en 20ste eeuw in duizend en enige gedichten (1979) zorgde voor een fikse rel. Enkele vertegenwoordigers van de poëzie van de Vijftigers, zoals Remco Campert, Gerrit Kouwenaar, Bert Schierbeek en Lucebert waren het niet eens met de door Komrij gemaakte keuze en spanden een kort geding aan tegen Bert Bakker, de uitgever van de bloemlezing. Hun argument was dat Komrij hun gedichten zonder toestemming had opgenomen, maar waar het eigenlijk om draaide, formuleerde J. Bernlef treffend in De Haagse post: Komrij’s keuze was ‘een welbewuste poging om een van de belangrijkste stromingen in de twintigste-eeuwse Nederlandse poëzie onder tafel te werken.’
  • In 2002 zette Komrij in samenwerking met Uitgeverij 521 de Sandwichreeks op, waarin hij de aandacht vestigt op poëziedebuten en lang vergeten dichters.
  • Komrij vertaalde een aantal gedichten van T.S. Eliot die de basis vormen voor de Nederlandstalige versie van de musical Cats.
  • Onwelriekende gleuvenbrigade. Komrijiaans voor de feministische beweging.
  • De gedichtenbundel Onherstelbaar verbeterd bevat parodieën op bekende Nederlandse gedichten.
  • Gerrit Komrij komt als vriend voor in Hans Warrens Geheim Dagboek. Komrij: ‘Aangenaam is anders. Zoiets is onvermijdelijk als je vrienden krijgt die ook een pen vasthouden. Twintig jaar lang houd je je kiezen op elkaar, en dan gaat een ander het vertellen.’
  • Er is een treinstel van vervoersmaatschappij Syntus vernoemd naar Gerrit Komrij.

Werken

  • Maagdenburgse halve bollen en andere gedichten (1968)
  • Alle vlees is als gras, of Het knekelhuis op de dodenakker (1969)
  • Ik heb Goddank twee goede longen (1971)
  • Tutti-frutti (1972)
  • Op de planken. Episodes uit het leven van de tragédienne Zizi Maëlstrom en de toneelkunstenaar Sacha Culpepper (1973)
  • Komrij’s patentwekker (1974)
  • Daar is het gat van de deur (1974)
  • Fabeldieren (1975)
  • De wonderbaarlijke lotgevallen van Jubal Jubelslee, getekend door Rodolphe Töpffer, op rijm gezet door G. Komrij (1975)
  • De Verschrikking (1977, gedichten)
  • Horen, zien, zwijgen. Vreugdetranen over de treurbuis. (1977, tv-kritieken)
  • Capriccio (1978)
  • Sing Sing (1978)
  • De ontmoeting (1978)
  • Dood aan de Grutters (1978)
  • Heremijntijd. Exercities en ketelmuziek (1978)
  • Papieren tijgers (1978)
  • De stankbel van de Nieuwezijds Contra Scientology (1979)
  • Het schip De Wanhoop (1979)
  • De Nederlandse poëzie van de negentiende en twintigste eeuw in duizend en enige gedichten (1979)
  • Verwoest Arcadië (1980)
  • Averechts (1980)
  • De bibliofiel (1980)
  • Peper en zout (1980)
  • De zonderlinge avonturen van Primus Prikkebeen, met de oorspronkelijke tekeningen van Rodolphe Töpffer en op rijm gezet door Gerrit Komrij; met nawoord van Dirkje Kuik (1980)
  • Onherstelbaar verbeterd (1981)
  • Het kroost van Aagt Morsebel (1981)
  • Praag (1982)
  • De os op de klokkentoren gedichten (1982)
  • Gesloten circuit (1982)
  • Het chemisch huwelijk (1982)
  • Aan een droom vol weelde ontstegen (1982)
  • De paleizen van het geheugen (1983)
  • De muze in het kolenhok (1983)
  • Het boze oog (1983)
  • Dit helse moeras (1983)
  • Alles onecht, eigen keuze uit het gehele poëtisch oeuvre (1984)
  • Verzonken boeken (1986)
  • Humeuren en temperamenten (1989)
  • Over de bergen (1990)
  • De Pagode (1992)
  • De buitenkant. Een abecedarium (1992)
  • Een zakenlunch in Sintra en andere Portugese verhalen (1996)
  • Niet te geloven (1997, essay ter gelegenheid van de Boekenweek)
  • Pek en zwavel (1997, polemieken en essays, een keuze)
  • In Liefde Bloeyende. De Nederlandse poëzie van de twaalfde tot en met de twintigste eeuw in honderd en enige gedichten (1998)
  • De tranen der ecclecia’s (1999, lezing t.g.v. inauguratie W.F. Hermans Instituut)
  • Poëzie is geluk (2000, rede)
  • 52 Sonnetten bij het verglijden van de eeuw (2000, gedichten)
  • Luchtspiegelingen (2001, gedichten)
  • Vreemd pakhuis (2001, beschouwingen)
  • Hutten en paleizen. De mooiste gedichten (2001)
  • De klopgeest (2001, roman )
  • Inkt. Kapitale stukken. (2002, beschouwingen)
  • Lang leve de dood. Een bloemlezing in honderd-en-enige gedichten (2003)
  • Een zakenluch in Sintra (2003, verhalen)
  • Demonen autobiografische (2003, verhalen)
  • Alle gedichten tot gisteren (2004)
  • Hercules (2004, roman)
  • Wagner en ik (2004)
  • Gouden woorden (2005, kritieken)
  • Spaans benauwd gedichten (2005)
  • Fata morgana gedichten (2005)
  • Eendagsvliegen dagboekfragmenten (2005)
  • Kakafonie. Encyclopedie van de stront (2006)
  • De Nederlandse kinderpoëzie in 1000 en enige gedichten (2007)

Prijzen

  • 1970 Poëzieprijs van de gemeente Amsterdam voor Alle vlees is als gras, of Het knekelhuis op de dodenakker
  • 1975 Cestoda-prijs
  • 1979 Busken Huet-prijs voor Papieren tijgers
  • 1982 Herman Gorter-prijs voor De os op de klokketoren
  • 1983 Kluwer-prijs voor gehele oeuvre
  • 1992 Frans Erens-prijs voor gehele oeuvre
  • 1993 P.C. Hooft-prijs voor gehele beschouwende oeuvre
  • 1999 Gouden Uil voor In Liefde Bloeyende
  • 2006 Lofprijs der Nederlandse Taal voor ‘de grootste taalrots-in-de-branding van het Nederlands.’

Benoemingen

  • 2000 Dichter des Vaderlands
  • 2001 Eredoctoraat Universiteit van Leiden
  • 2003 Erepenning van de Nederlands-Zuid-Afrikaanse Vereniging

 

Recent

19 oktober 2018

De man die wachtte

18 oktober 2018

Een strijdbare vrouw

17 oktober 2018

Snippers vol belofte

Literair Nederland - 10 jaar geleden

28 oktober 2008

Kwetsbare poëzie

Recensie door Wouter

De nieuwe bundel van dichter en journalist Hilbrand Rozema kent lange zinnen van weinig woorden. En zoals een Groninger betaamt, heeft die aan een half woord genoeg. Hoewel, weinig halve woorden, want Rozema floreert in taligheid. Dit brengt enerzijds prachtige constructies met zich mee, zoals de eenvoudige maar prachtige beginzinnen van de vierdelige cyclus ‘Losgeregende bloesems’: ‘Het licht van de zon / op de losgeregende bloesems.’

Lees meer