Verscheur deze brief! Ik vertel veel te veel,Gerard Reve Willem Frederik Hermans

Eindelijk is dan de langverwachte correspondentie tussen de twee literaire reuzen Hermans en Reve verschenen. Critici haalden het werk jubelend binnen en NRC en de Volkskrant putten zich uit in gedans en gejoel, maar is deze briefwisseling werkelijk zo belangrijk en onmisbaar?

De bezorgers van dit boek, de biografen Nop Maas en Willem Otterpeer, hebben ervoor gezorgd dat er een fraai werk is gekomen, aangevuld met ansichtkaarten en aantekeningen van Hermans op de briefomslagen van de door hem aan het eind van de correspondentie ontvangen brieven van Reve. Ook op- en aanmerkingen van Hanny Michaelis, Reves echtgenote, ontbreken niet en zijn in zekere zin ook belangrijk. Zij voorzag de verwijdering tussen beide literatoren, omdat zij zo eigenzinnig en groot waren, dat hun lotsverbondenheid wel eens scheuren zou kunnen gaan oplopen.

Want dat de beide heren lotsverbonden waren in de vroege jaren ’50 is duidelijk. Het literaire klimaat was uiterst behoudend, Bertus Aafjes vierde triomfen en de Vijftigers timmerden nog niet aan de weg. Beide auteurs, dertigers op dat moment Reve (geb.1923), Hermans (geb.1921) konden geen aansluiting vinden bij de hen omringende literaire coterieën. Hetzelfde lot trof aanvankelijk de andere van de Grote Drie, Harry Mulisch. De laatste komt overigens maar één maal in het boek voor, Reve in 1971: (…) het holle vat Mulisch is van eigen verbeelding gebarsten (…) Hierdoor werden zij als twee magneten naar elkaar toegetrokken. Uiteindelijk zouden ze allebei gaan publiceren bij uitgever Geert van Oorschot. Om hun samenzwering te vervolmaken was het natuurlijk uiterst chic om de Amsterdamse uitgever te wantrouwen. Hermans schrijft in 1951: “Hij is een man, die ik hogelijk zou waarderen, liefhebben, in vertrouwen nemen enz., wanneer ik er zeker van was dat zijn kleine fouten geen grotere fouten zouden verbergen.” De beide heren waren gemakshalve even vergeten, dat het diezelfde Van Oorschot was, die hen beroemd zou laten worden en hun boeken voortreffelijk zou uitgeven. De latere vete tussen Hermans en Van Oorschot nam bizarre vormen aan. Hermans liet Van Oorschot veelvuldig door een accountant controleren en wenste niets meer met hem te maken te hebben. Van Oorschot had Hermans eens tijdens een drinkgelag bijna over het balkon gegooid van de uitgeverij. Het cynisme van Hermans is af en toe geestig: “Nooit verlaat mij het gevoel dat de kunst in Nederland voor 99% beoefend wordt door imbecielen die werkelijk nergens anders voor deugen.” Aan de andere kant bekruipt de lezer ook het gevoel dat hij juist vanwege zijn cynisme uiteindelijk de Isegrim wordt, die geen afstand meer hield tot zijn onderwerp en persoon. Wanneer hun verwijdering al een feit is schrijft Reve op een ansichtkaartje aan Hermans: “(…) en jij malle Isegrim, neem eens een voorbeeld aan al die levenslustige mensen op deze afbeelding (op de ansichtkaart zijn enkele jongelui in een ijscosalon afgebeeld met brede glimlach), in plaats van aldoor zulke nare dingen te schrijven.” Hermans, die zijn tegenstanders op ‘zwavelzuur’ wilde laten zetten en het uiterst bittere werk ‘Onder Professoren’ schreef om eens lekker te kunnen afrekenen met al zijn hooggeleerde vrienden uit Groningen.

Wellicht vormde het begin van de verwijdering tussen beide heren wel het feit dat Gerard zich tot de herenliefde bekeerde en de aanvankelijke echtparen elkaar dus niet meer konden treffen. Hermans moest van homoseksualiteit niet veel hebben en was erg gesteld op de vrouw van Reve. Maar nog belangrijker is het feit dat Reve Hermans vraagt om iets in Tirade, het blad van Van Oorschot te gaan schrijven. Dit levert een woedende reactie van Hermans op: “Arme Gerard, Mensen, die mij om bijdragen voor Tirade aan het hoofd zeuren, hebben (naar keuze), a) mij niet goed gelezen, b) mij wel gelezen, maar niet begrepen, c)een bord voor het hoofd, d) er een beetje plezier in mij te treiteren.

Hoe onbegrensd mijn medelijden ook moge wezen, mijn tijd is niet onbegrensd. Daarom is in ongenade laten vallen wel het meest geschikte middel om van het gezeur af te komen. Dat overkomt jou dus bij dezen.”

Het is 1959 en de rest van de afgedrukte brieven zijn vooral zeurbrieven van Reve met als aanhef ‘Waarde Kunstbroeder’ maar Hermans antwoordt dan nog maar sporadisch. Wel heeft hij nog met Schafthuizen, Reves vriend, gecorrespondeerd, maar hierover mogen we in deze bundeling weinig vernemen. De correspondentie gaat dus uit als een nachtkaars.

Interessante passages zijn de momenten waarop het tweetal het over elkaars werk heeft. Hermans schrijft over De avonden: “Het boek is buitengewoon eentonig, maar ik heb mij geen ogenblik verveeld.” Reve op zijn beurt geeft Hermans het ene compliment na het andere maar gaat op de inhoud van Hermans’ werk niet of nauwelijks in. Dit geeft de briefwisseling iets onevenwichtigs. Keek Reve meer tegen Hermans op dan omgekeerd het geval was? Durfden de heren zich niet of nauwelijks uit te laten over de inhoud van elkaars werk?

Hoe anders was dit in de correspondentie tussen Du Perron en de door Hermans zo gehate Ter Braak. Hier ervoeren we inhoudelijke discussie op het scherpst van de snede. Zij luidden het ontstaan van de Forumgroep in, de op journalistiek geënte literatuur, waar uitgerekend Hermans zelf schatplichtig aan was. Of lezen we de brieven van Isherwood en Auden aan elkaar. Hier ging het om ‘de kunstenaar achter het schrijven’ of de ‘plicht van de schrijver om in zijn tijd te staan.’ Niets van dat al in deze vaak lollige, maar soms wel erg bloedeloze schrijfsels. Nee, wie erg geïnteresseerd is gebleven in Reve en in Hermans doet er beter aan om Nader tot U of De tranen der acacia’s nog maar eens te gaan lezen.

Willem Frederik Hermans & Gerard Reve. Verscheur deze brief. Ik vertel veel te veel. Correspondentie 1947-1987. Uitgeverij De Bezige Bij, ISBN 978 90 234 25939.

Karel Wasch

Recent

23 oktober 2018

Bredero, een schrijver die schildert met woorden

Over 'De hartenjager' van René van Stipriaan
22 oktober 2018

Etalage en aan de haak geslagen mannen

Over 'Klootzakjes' van Anne-Marieke Samson
19 oktober 2018

De man die wachtte

Over 'De belofte' van Friedrich Dürrenmatt
18 oktober 2018

Een strijdbare vrouw

Over 'Rebel' van Angelica Balabanoff
17 oktober 2018

Snippers vol belofte

Over 'Röntgenfotomodel' van Vicky Francken