4 februari 2008

De smaak van Sranan libre,Edgar Cairo

Roman als aanzet voor een regionale film

Hoewel in veel publicaties over de Nederlandse identiteit de eigen taal niet bepaald een ereplaats krijgt toebedeeld omdat de Nederlander denkt de eigen taal minder hard nodig te hebben als middel tot zelfexpressie en symbool van nationale eenheid, trekt men daarentegen toch fel van leer indien men ontdekt dat een buitenstander aan het Nederlands zit te tornen of het zelfs dreigt te verrijken met een eigen taalmaniërisme, zoals de Surinaams-Nederlandse schrijver Edgar Cairo in zijn leven vergeefs geprobeerd heeft. Kijken wij nu naar de rappers en de producenten van de straattaal dan zou men zich best zorgen kunnen maken om de houdbaarheid van de Nederlandse taal. Men schijnt zich juist tolerant en meegaand op te stellen tegenover deze risicoloze taalvernieuwers, met inbegrip van de linguïstische rapper, Jan kuitenbrouwer, die het Nederlands met zijn Hedenlands in een benarde positie heeft doen verzanden.

Edgar Cairo, toevallig ook een neerlandicus geweest als Kuitenbrouwer, hoewel niet gepromoveerd, heeft eigenlijk in een verkeerde tijd geleefd om het Nederlandse taalbestand te willen opsieren met zijn idiolectisch getinte taalmaniërisme. Als hij in deze tijd zou proberen zijn taalverrijking te distribueren via zijn literaire toebereidselen, zou dat hem redelijk gelukt zijn . Er bestaat nu gewoon een voedingsbodem voor. Het feit dat Louis Couperus, Vestdijk

en Slauerhof tot het antieke verleden behoren, duidt er al op dat de hedendaagse lezer zijn/haar boodschap in een ander soort taal verpakt aangereikt wil krijgen.

Uitgeverij In De Knipscheer te Haarlem die postuum de roman: ‘De Smaak van Sranan libre’ van deze schrijver heeft uitgebracht, heeft dat kennelijk gedaan uit ideële overtuiging.

Het zou zeker een kritische daad van rechtvaardigheid zijn ook deze uitgever te lauweren met een eredoctoraat in de letteren, zoals men dat ooit gedaan heeft met Geert van Oorschot van de gelijknamige uitgeverij vanwege diens in zijn fonds opgenomen Russische reeks.

In De Knipscheer heeft veel meer verrassende reeksen in haar fonds durven opnemen.

Cairo hanteert een plastisch taalgebruik dat ondanks het deviante ten opzichte van het gewone Nederlands, stromend en dynamisch is en steeds getuigt van een taalvondst. Zijn lijvige roman JEJE DISI/ Karakters die hij in maar vijftig dagen had geschreven, is hierdoor uitgegroeid tot het meest opmerkelijke in zijn oeuvre. ‘De Smaak van Sranan libre’ daarentegen is een sociale aanklacht tegen de in Suriname gepleegde coup waarbij een leger intellectuelen het met de dood moest bekopen. In dit boek heeft Cairo duidelijk zijn emotie zitten ontladen in exalterende expressies als: “Ze krijgt bijna een adube , een aanval, met rollen op de grond en stuiptrekken. Owee, mi gado: me god, me kind is dood! Waaaiii, Help!Waaaii..!!” ( blz.42) .

De verhaalcompositie is even recht-toe-recht-aan als de Surinaamse bioscoopfilm: Wan Pipel,

óf anders als de Indiase movies uit de vroegere tijd waarmee de eerste beelden reeds deden

vermoeden welke ontknopingen er in voor zouden komen en hoe de film zou eindigen.

Taferelen als dat een Surinaams familielid in Nederland met bezweet gezicht en trillende handen zit te wachten op een gerepatrieerde broer , die aanvankelijk het land heeft willen opbouwen maar werd vermoord omdat hij geen vertrouwen meer in de revolutie, althans de muiterij die daarvoor doorging had, vormen in deze roman het skelet waaromheen het drama als een spierbundel is vastgemaakt. Het zesde hoofdstuk waarin de beschrijving van een nacht van 'majoor-opperbevelhebber-extra sergeant' voorkomt, staat in scherp contrast met de overige hoofdstukken. De auteur heeft het er tussen geplaatst zonder dat de functie ervan desnoods enigszins toedoet. Er wordt in de paranoia beschreven van een dictator die de eigen ontlasting inspecteert op mogelijke vergiftiging. Bij de beschrijving van deze scène laat Cairo zich zelfs leiden door humorloze platitudes als: “Kom uzi! Laten we gaan slapen. Morgen is weer een onderdrukkingsdag! Aaahhh!”

Deze roman doet sowieso dienst als een eerste aanzet voor een mogelijke regionale film

over het geteisterde en in haar vooruitgang beknotte Suriname, vooral als de kaartopbrengst

aangewend zou kunnen worden voor goede doelen in het land.

Het boek is het oraal verslag, hoewel in geschreven vorm, van een geestelijk overbelaste verteller. Bij het lezen vraag je je voortdurend af wanneer je het officiële verhaal een keer

krijgt te lezen.

Rabin Gangadin

Uitgeverij In De Knipscheer, Haarlem

Edgar Cairo

’De smaak van Sranan libre, roman over het bloedbad van Paramaribo op 8december 1982’

Ingenaaid, 136 blz.

ISBN 9789062655946

December 2007

Meer van :

20 oktober 2017

Soepel een licht vallende poëzie

Over 'Wax Hollandais' van Abdelkader Benali
18 oktober 2017

‘Een luchtig sprookje’

Over 'Waterscheerling' van Rascha Peper
17 oktober 2017

Van poldercrimineel tot godfather in Frankrijk

Over 'Ondijk/Punt' van Barry Smit

Recent

16 oktober 2017

Nooit meer los van Indië

Over 'De Tanimbar-legende' van Aya Zikken
13 oktober 2017

Leven zonder moeder

Over 'Het intieme vreemde' van Jente Jong
12 oktober 2017

Een antikrimi

Over 'De rechter en zijn beul' van Friedrich Dürrenmatt
11 oktober 2017

De stijl tekent de man

Over 'Mijn grote appartement' van Christian Oster
10 oktober 2017

Eindeloos gepieker

Over 'Parttime astronaut' van Renée van Marissing

Verwant