Vijf violen en het genie Stradivarius

Antonio Stradivarius bouwde meer dan duizend muziekinstrumenten waarvan er ongeveer nog zeshonderd bestaan. Waarom zijn deze instrumenten zo uniek, waarom speurt men nog steeds naar het geheim van deze violen en cello's? Is het de houtsoort die gebruikt is, of de lak, of is het een bepaalde plaatsing van de klankgaten, de welving van het hout?

De schrijver probeert daar achter te komen en neemt ons mee op reis met vijf violen en één cello, De Messias, de Viotti, de Khevenhüller, de Paganini, de Lipinski en de Davidov, vanaf de werkplaats tot nu. Het zijn niet de zes beroemdste instrumenten, maar ze zijn wel door miljoenen mensen beluisterd en sommige violen en de cello zijn door beroemdheden bespeeld.

Allereerst worden de violen 'voorgesteld' en wordt verteld waar ze zich nu bevinden. Daarna wordt over het leven van Stradivarius verteld en de reis die bovengenoemde instrumenten hebben afgelegd.

Stradivarius werd in 1644 waarschijnlijk buiten het plaatsje Cremona geboren, maar woonde zijn verdere leven wel in Cremona, Italie. Vermoed wordt dat hij opgeleid is door een andere grote vioolbouwer Nicolò Amati. Maar het kan zijn dat hij aanvankelijk houtbewerker was bij Francesco Pescaroli, een ambachtsman in houtsnij- en inlegwerk. Op zijn 36e had Antonio, voor zover bekend, achttien violen gebouwd. Deze waren nog niet zo geniaal als zijn latere instrumenten. In 1680maakte hij de viool die later bekend werd als de Paganini. Uitgebreid wordt de opbouw van de viool beschreven.

In 1684 overlijdt Amati en vanaf die tijd begint de bloeiperiode van Stradivarius. De instrumenten uit Cremona hadden al een goede naam maar nu krijgt Stradivarius zélf ook bekendheid. Hij krijgt koninklijke opdrachten o.a. van Jacobus II van Engeland. Tot aan het eind van zijn lange leven, hij werd 92, is hij een bevlogen vioolbouwer gebleven. Zijn twee zoons die door hem opgeleid waren en het werk voort zouden zetten overlijden niet lang daarna. Het is het einde van het Stradivarius tijdperk.

Wat volgt is de reis die de genoemde instrumenten afgelegd hebben. Wie ze bespeeld hebben, wie eigenaar zijn geweest, enzovoort. Deze verhalen zijn gedetailleerd en amusant.

Ook de handelaren worden besproken en de rol die zij speelden, onder andere tijdens de oorlogen en het opschroeven van de prijs. Veel 'Strads' bevinden zich nu in Amerika. De verhalen zijn fascinerend om te lezen. Mij sprak het verhaal over de viool 'De messias' het meest aan. Het schijnt een prachtig instrument te zijn, de lak nog helemaal in takt maar… hij is nauwelijks bespeeld. De viool is voornamelijk in bezit geweest van verzamelaars. De enkelingen die erop gespeeld hebben zeggen dat er een prachtig geluid in zit maar, doordat hij zo weinig gebruikt is, nog niet op 'klank' is, en dat voor een viool van bijna driehonderd jaar oud!

De schrijfstijl niet echt geweldig maar de bevlogenheid en het enthousiasme van Faber maakt veel goed. Aan alles is te merken dat hij met enorm veel plezier aan dit boek gewerkt heeft. Soms zijn de zinnen wel erg lang en zijn niet alle fouten gecorrigeerd, maar de inhoud blijft prettig leesbaar.

Je hoeft geen kenner te zijn van violen of muziek om dit boek te kunnen lezen. Alles wordt duidelijk verteld en toegelicht. Prettig boek.

Paperback | 310 Pagina's | De Bezige Bij 2005 ISBN10: 9023410297 | ISBN13: 9789023410294 Vertaald door Ronald Kuil

© Bernadet

december 2007

Maestro,Toby Faber
ISBN: 9789023410294

Recent

18 december 2017

Onvergetelijke hommage aan de Shakespeare van de lage landen

Over 'Ik, Vondel' van Hans Croiset
15 december 2017

Drakenbloed en hoestende koeien

Over 'Tijl' van Daniel Kehlmann
14 december 2017

Vergane Hollywoodglorie in de Maghreb

Over 'De oppermachtigen' van Hedi Kaddour
13 december 2017

Literatuur uit de provincie

Over 'Ergens op het eind' van Erik Nieuwenhuis
12 december 2017

Troosteloos zal het in Twente wezen

Over 'De heilige Rita' van Tommy Wieringa