12 februari 2007

Naar Oessem en terug – Willem Jansen

Een grimmig kat-en-muis-spel


Recensie door Bernadet

Personage A werkt in het Materiaalkundegebouw van onderzoeksinstituut Z, gevestigd in de duinen nabij het plaatsje Oessem. Ooit begon de 25-jarige A daar enthousiast zijn carrière als onderzoeker in het laboratorium, vol plannen zat hij toen nog. De kernreactor, ook gevestigd op het terrein, was nog een nouveauté. Alles kon nog, alles was mogelijk, je hoefde maar een plan in te dienen en het werd gesubsidieerd door de overheid. Kernenergie had de toekomst! Z moest zorgen dat de kennis op peil kwam. De reactor was er niet om energie mee op te wekken maar om onderzoek mee te verrichten. Maar langzamerhand daalt de interesse in het gebruik van kernenergie als toekomstige energiebron en na de ramp in Tsjernobyl keerde het tij. Hoe was met de veiligheid van de reactor in Oessem gesteld? De subsidiekraan werd aangedraaid. Er werden protocollen opgesteld, er werd aan de lopende band gereorganiseerd, langzamerhand wordt alles een soort productiewerk, ideeën zijn er niet meer, nog wel de vakmensen die een goed idee zouden kunnen uitvoeren. Vrij onderzoek plegen mag niet meer, alleen in opdracht. Alles herhaalt zich eindeloos omdat het altijd zo gedaan is. Innovatief is het bedrijf al lang niet meer.

A, inmiddels 37 jaar, voelt het plezier in zijn werk langzaam wegglippen, wordt zelfs somber, depressief. Hij windt zich op over het instortende bedrijf dat zoveel potentie heeft, over de lusteloze lijdzaamheid van zijn collega’s. Zolang zij hun salaris maar krijgen vinden ze alles best. Hij heeft niets met zijn collega’s, ontwijkt ze liever. Hij is bewust niet in de omgeving van Oessem gaan wonen. In de pauze gaat hij als het even kan de duinen in. Heeft daar ooit zakjes klaprozenzaad gestrooid zodat nu elk jaar de duinen knalrood zijn.

A verveelt zich gruwelijk op zijn werk maar heeft één grote passie, schrijven! Eens zal hij een gekend schrijver zijn. Steeds vaker zit hij op zijn werk te schrijven aan zijn boek of aan zijn coach: ‘Jezus, waarom vallen ze me steeds lastig: rot op man, ik ben bezig met een meesterwerk, wereldliteratuur schrijf ik hier bij elkaar, zie je dat niet, ben al bijna beroemd.. […] Besef dan toch dat ik dit domme instituut ineens na eeuwen schaduwbestaan een plek op de kaart kan pleuren…’ Hij hoort zichzelf in een radio-interview zeggen: ‘Ik schrijf uiteraard veel ’s avonds, maar als de inspiratie zich voordoet, heb ik toestemming van mijn gewaardeerde werkgever… tijdens het werk mijn invallen te registreren.’ Ondertussen heeft A al wel een bundel in eigen beheer uitgegeven maar verwacht er niet veel van omdat er door recensenten nogal neergekeken wordt op ‘eigen beheertjes’. Maar tot zijn grote verbazing druppelen er her en der positieve reacties binnen over zijn boek.

A wordt in de gaten gehouden door Slomp, de nieuwe P&O man. Het bedrijf moet immers bezuinigen. Slomp vindt A maar een nietsnut, ontdekt dat hij veel aan zijn roman werkt onder werktijd en erg veel met zijn coach H mailt. Maar als hij stappen wil ondernemen mag dat niet; A blijkt iets te weten wat uitermate negatief is voor het bedrijf en mogelijk zelf de ondergang van Z kan betekenen als het uitlekt en A weet dat de leidinggevenden dit weten. Wat volgt is een kat-en-muisspel dat steeds grimmiger wordt tot het gigantisch spetterende einde…

Een heerlijk boek, Willem Jansen wisselt cynisme af met bloedserieuze én erg humoristische stukken. De mails die A naar zijn coach stuurt zijn van een Reviaans pessimisme, A is depressief maar is in zijn depressie hilarisch.

‘Ongelooflijk , H wat een rust hier! Eindelijk is iedereen weg, op vakantie of wat ook en kan ik ongestoord prachtige dingen schrijven. Het gaat zo snel en schitterend, ik moet echt gaan stoppen met werken.’

‘Stel dat ik er naast zit, H, Dat ik enkel heel dom ben, niet in staat ben in te zien dat er bij Z superhoogstaand onderzoek wordt verricht. […] Ik ga proberen braaf te werken de komende tijd. En ik verander ook maar mijn password. “Zzuigt”, dat is niet goed eigenlijk, om de dag mee te beginnen.’

Het boek heeft alles in zich het is fictie, non-fictie, een roman, een thriller. Vooral naar het eind toe wordt het steeds spannender en die spanning wordt vermengd met de nodige humor. Het verhaal begint bijna als non-fictie om zich uiteindelijk te ontrollen tot pure fantasie. Het einde is uitermate verrassend.

 

 
Naar Oessem en terug
Willem Jansen
Verschenen bij: Uitgeverij Gigaboek, 2006
266 pagina's

Meer van :

18 oktober 2017

‘Een luchtig sprookje’

Over 'Waterscheerling' van Rascha Peper
17 oktober 2017

Van poldercrimineel tot godfather in Frankrijk

Over 'Ondijk/Punt' van Barry Smit
16 oktober 2017

Nooit meer los van Indië

Over 'De Tanimbar-legende' van Aya Zikken

Recent

13 oktober 2017

Leven zonder moeder

Over 'Het intieme vreemde' van Jente Jong
12 oktober 2017

Een antikrimi

Over 'De rechter en zijn beul' van Friedrich Dürrenmatt
11 oktober 2017

De stijl tekent de man

Over 'Mijn grote appartement' van Christian Oster
10 oktober 2017

Eindeloos gepieker

Over 'Parttime astronaut' van Renée van Marissing

Verwant