13 november 2006

Hans Müstermann, De bekoring

Alweer het vijfde boek van Münstermann, die zich laat afficheren als ‘meester van de hervonden tijd.’ Of hij deze titel verdient is maar zeer de vraag. Evenals in zijn vorige romans speelt Andreas Klein, zoon van Joachim Klein een belangrijke rol in het verhaal. De moeder Marianne Petersen, is op 10 mei 1940 met Joachim is getrouwd. Een symbolische datum. Dat belooft niet veel goeds, moet de lezer kennelijk denken.

Alweer het vijfde boek van Münstermann, die zich laat afficheren als ‘meester van de hervonden tijd.’ Of hij deze titel verdient is maar zeer de vraag. Evenals in zijn vorige romans speelt Andreas Klein, zoon van Joachim Klein een belangrijke rol in het verhaal. De moeder Marianne Petersen, is op 10 mei 1940 met Joachim is getrouwd. Een symbolische datum. Dat belooft niet veel goeds, moet de lezer kennelijk denken.

Münstermann kan aardig goochelen met perspectief en dat zullen we weten. Andreas Klein hoort dat zijn moeder gestorven is, het is 2004, het is een vertelstreng. Een andere vertelster is de moeder Marianne zelf, waar het verhaal eigenlijk over gaat. En – last but not least – komt af en toe de architect Van Epen in beeld. Deze Amsterdamsche Schoolbouwmeeser is ontwerper van veel gebouwen in de wijk van Amsterdam, waar de familie Klein woont. Ook was Andreas net aan een werk over hem bezig, toen hij hoorde dat zijn moeder overleden was. Vooral dit laatste perspectief doet geforceerd aan. Van Epen kan mijn niet ‘bekoren.’

De ‘bekoring’ van de titel verwijst overigens naar ‘verleiding’. In het Onze vader staat …leidt ons niet in bekoring (Breng ons niet in verleiding). Het verhaal begint in 1960, de radio meldt de dood van de nazi Kesselring en Loemoemba, de Kongolese leider wordt gearresteerd. Op de dertiende verjaardag van Joachim besluit de moeder haar gezin te verlaten. Een erg ongelukkig moment, temeer daar Andreas vriendjes op bezoek krijgt, die zich afvragen waar zijn moeder is.

We ervaren dat het huwelijk al tijden een ramp was. De vader kleineert de moeder, ze wordt gedwongen tot seks en uiteindelijk pakt Marianne haar koffer en vertrekt. Alleen de oudste dochter Brunhilde weet na enige tijd waar de moeder verblijft. Andreas komt terug van de bakker en hoort dat zijn vrouw weg is, een brief is het enige dat nog rest. De moeder gaat intussen naar een oude vlam, de automonteur Arie, die seksueel het een en ander weet los te woelen bij Marianne. Ze gaan boven de garage wonen in een appartementje van een kennis van Arie. Deze Arie is een soort karikatuur, die nergens menselijke trekken krijgt aangemeten en waarom Marianne dan zo gecharmeerd is van hem blijft duister. Hij zet haar de deur uit. Ook de latere verhouding van Marianne met de illusionist Cospetto is alleen aardig omdat het een ‘illusie’ is dat hij iets voor haar kan betekenen, maar verder is het een gezocht gegeven.

Münstermann gebruikt Andreas om gevoelens te kunnen verwoorden. Andreas ervaart de dood van zijn moeder als een moment van verlaten worden. Wanneer hij de grafrede schrijft herinnert hij zich een Israëlisch meisje dat hem in de woestijn plotseling in de steek liet (overigens komt ze wel terug. Andreas ervaart zijn verhouding met vrouwen dus als een drama, waarbij hij in de steek gelaten wordt. Is dat aannemelijk? Op grond van deze twee losse incidenten niet echt. Ronduit potsierlijk is de scene waarin Marianne, als ze is gevlucht, Loemoemba in de tram ziet staan. Loemoemba in lijn 7? Terwijl Van Epen haar volgt? Alweer erg gezocht. Wanneer Münstermann in gedachten had een moeder/zoonrelatie te beschrijven dan had hij beter eens Bezonken rood van Jeroen Brouwers kunnen gaan lezen. Is het hem te doen geweest een ‘symbolisch werk’ te schrijven (de symboliek druipt er vanaf) dan had hij de symbolen exact moeten neerzetten, zoals Jorge Luis Borges dat zo mooi kon doen. Nu blijft zijn nieuwe werk zweven. Een ander nadeel is dat Münstermann helemaal niet de ‘verloren tijd’ weet neer te zetten. Ikzelf groeide op in de Amsterdamse wijk, waarin de roman zich afspeelt in ongeveer in de tijd waarin Marianne vlucht. Ik herken niets van de tijd en de couleur locale zoals die in die tijd en in die wijk manifest was. Het doelloos opnoemen van straatnamen en gebouwen levert nog geen sfeerbeeld op. Dat Marianne uiteindelijk weer terug gaat naar dat vreselijke gezin en het vreselijke huwelijk is niet aannemelijk. Ze heeft geen vriendinnen, geen familie? In die tijd waren er stichtingen, die vrouwen opnamen, die gevlucht waren voor hun man.

De ingewikkelde vertelstructuur en het steeds wisselende perspectief maken het de lezer moeilijk om het verhaal te blijven volgen, maar de gezochte wendingen in het verhaal zijn ronduit irritant. Jammer dat een begenadigd schrijver als Müstermann zijn munitie niet langer heeft weten droog te houden. Nu doven zijn knallen sissend in de sneeuw, als blindgangers.

De bekoring, door Hans Münstermann. Uitgeverij Nieuw Amsterdam, blz. 204, ISBN 90 468 00180

Karel Wasch

Hans Müstermann, De bekoring
ISBN: 9789046802311

Meer van :

17 augustus 2017

Gedichten die op afstand blijven maar ook weten te ontroeren

Over 'De wereld onleesbaar' van Jeroen van Kan
11 augustus 2017

Zorgenkind of zondagskind

Over 'Herinneringen in aluminiumfolie' van Jamal Ouariachi
9 augustus 2017

Wachten op Godot aan de Moldau

Over 'Een afgedane zaak' van Patrik Ouredník

Recent

7 augustus 2017

Een kanjer

Over 'De tandeloze tijd 6 : Kwaadschiks' van A.F.Th. van der Heijden
4 augustus 2017

Wondranden

Over 'Een tuin in de winter' van Anna Enquist
2 augustus 2017

Jannie Regnerus gebruikt geen woord te veel

Over 'Nachtschrijver' van Jannie Regnerus
31 juli 2017

Het gitzwarte leven

Over 'Noordwaarts' van Naomi Rebekka Boekwijt
28 juli 2017

Het lot van een niet-joodse jood

Over 'Buster Kafka' van Martin Schouten

Verwant