Met uitgeholde stem,Iris Van de Casteele

Onmiddellijk valt mij op dat er een volmaakte eenheid naar voren komt tussen de afbeelding op de voorpagina, het introgedicht en de eigen gedichten.
Het introgedicht refereert in een notendop aan de beklemmende sfeer van een afscheid dat op handen is. Van de vis (symbool voor spiritueel leven) rest alleen nog de graat (het skelet).
Het leven is opgenomen, het overblijfsel wil nog niet wijken en maakt dat, voorafgaand aan het afscheid, de stem van een mens anders klinkt. Uitgehold.

Ook het meisje op de voorpagina is klaar om de sprong te wagen. Zij heeft de wereld de rug toegekeerd. Weliswaar staan haar voeten nog in de donkerte, in de zwaarte, dit lijkt niet meer van belang te zijn. Haar gedachten zijn vol van een etherische wereld, haar haren wapperen het licht tegemoet. Een grote belofte spreekt uit dit tafereel. Ontroerend, dat voor deze afbeelding een kind werd gekozen.

Veel gedichten zijn parlando geschreven en dat maakt dat je als lezer onwillekeurig wordt meegenomen het verhaal in. Als je dit laat gebeuren, maak je een wonderlijke reis. Dan mag je getuige zijn van een heilig gebeuren. Immers, wat hier beschreven wordt is een inwijding in de geheimen van de kosmos, op het hoogste en op het diepste niveau.
Een inwijding, waarbij alle fasen van de evolutie van de aarde zich aan de dichteres openbaren. Maar dat niet alleen: het is haar ook vergund hiermee volledig één te worden. Eén met de wereld van de mineralen, één met de wereld van de vissen, van de vogels, van de mensen en van de ene, grote, allesomvattende en allesdoordringende oerkracht.

Geen wonder dat de ziel die de kosmos haar thuis weet, zich beklemd, ingeperst, gekluisterd voelt wanneer zij vanuit deze sferen terug moet gaan naar het aardse leven. Zo groot als zij de verbondenheid in de kosmos heeft ervaren, zo diep weet zij ook de eenzaamheid die het merkteken is van de koude, kille planeet aarde. Uit al de gedichten spreekt een groot verlangen naar voltooiing, naar voleinding. Met verlangen en weten doordrenkt ze ook je gedichten over alledaagse taferelen. Iedere simpele handeling wordt daarmee tot in het sacrale verheven. Maar onontkoombaar is, dat elke geboorte plaatsvindt door een kanaal dat meestal voldoende meerekt, maar soms net te nauw is.

Deze bundel is het getuigenis van een mens die de weg gegaan is, die de weg doorgrond heeft en die zichzelf naderhand afvraagt wat er eigenlijk te doorgronden viel. Er spreekt een grote mildheid en berusting uit de verzen. ALLES IS zoals het is en zo is het goed. Wat blijft is de VERWONDERING. Wel wordt een mens op deze weg verwond en geschonden, maar altijd weer is er ‘iets’ dat genezing, dat heling bewerkstelligt.
Het gedicht ‘Slapende’ doet pijn aan mijn hart. Ja, wie slaapt en wie is wakker??
Tijd is werkelijk een factor die op kosmisch niveau niet bestaat.
Mensen die nog aan de aarde gebonden zijn, kennen niet het heimwee van hen die ‘weten’. Het is in de zielen van mensen ingebouwd dat zij alleen worden aangetrokken tot dat wat van hun eigen niveau is en dat wat zij aankunnen. Van alles wat nog buiten hun bereik ligt, hebben zij een afkeer. Dit is hun bescherming.

Met uitgeholde stem is een prachtige bundel. De dichteres heeft de mensen het allerhoogste gegeven wat ze geven kon. VOLTOOIDE POEZIE. Ze mag zich door niets en niemand laten ontmoedigen. De kosmos zal haar werk zeker doen. De mensen die haar poëzie nodig hebben, zullen haar vinden.

Marianne SOM

Recent

19 februari 2018

Spiegels van de tijd

Over 'Klok zonder wijzers' van Carson McCullers
16 februari 2018

Een moeder die van voetbal houdt

Over 'Geen kunst' van Péter Esterházy
14 februari 2018

Gedenkteken in woorden

Over 'Aantekeningen over het verplaatsen van obelisken' van Arjen Van Veelen
13 februari 2018

Rauwe en niets verhullende gedichten

Over 'Mammie' van Ronelda Kamfer
12 februari 2018

Failliet van het Nederlandse asielbeleid

Over 'Wat we weten' van Arthur Umbgrove