24 juli 2006

De speler,Fjodor Dostojewski

De Speler is Dostojewski's meest autobiografische roman. Wat voorafging aan het schrijven van De speler: In 1861 had Dostojewski samen met zijn broer Michael de leiding over een erg geliefd literair magazine. Vanwege een artikel over de opstand van de Polen tegen de tsaar werd het blad echter verboden en kwamen de broers diep in de schulden te zitten. In april 1864 overleed Michael. Dostojewski nam de schulden van zijn broer over, evenals de zorg voor het gezin van zijn broer. Hierdoor raakte hij zelf in geldnood. In 1865 sloot hij een contract met uitgever Stellovski waarin bepaald was dat als Dostojewski niet vóór 1 november 1866 een roman af zou hebben, de uitgever negen jaar lang elke letter die de schrijver produceerde naar eigen goeddunken en zonder honorering mocht gebruiken en publiceren. Het boek werd uiteindelijk op de valreep geschreven tussen 1 oktober en 1 november 1866 en kreeg als titel De Speler. Omdat alles toen zo snel moest gaan, huurde hij een stenografe in, Anna Snitkina waaraan hij zijn verhaal dicteerde. Anna werd daarna zijn vrouw. Samen met haar reist Dostojewski van stad naar stad om zijn schuldeisers te ontvluchten. Hij gaat vooral naar steden met een casino, hij blijft hopen eens een enorme slag te slaan…

De hoofdpersoon Aleksej Ivanovitsj, tevens de ik-figuur, is privéleraar van de kinderen van een Russische generaal. Ze bevinden zich in een hotel in de stad Roulettenbur. Aleksej is erg verliefd op Polina, de stiefdochter van de generaal. Hij wil alles voor haar doen maar zij keurt hem geen blik waardig alleen als het haar uitkomt. De generaal op zijn beurt is erg verliefd op Mlle Blanche, een jonge aantrekkelijk vrouw die uit is op een huwelijk met een rijk man. De generaal veliest veel geld en raakt in de problemen. Hij maakt schulden maar… Baboeskja ligt op sterven dus binnenkort zal hij veel geld van haar erven. Groot is dan ook de schrik als de zeer dominante Baboeskja ineens verschijnt in Rouletteburg en in een paar dagen al haar geld vergokt. Mlle Blanche is haar interesse in de generaal onmiddellijk kwijt. Alekseij denkt aan Polina, wat moet zij nu? Hij gaat naar het casino met zijn laatste geld en wint een vermogen. Opgetogen gaat hij naar Polina en verklaart haar zijn liefde en biedt haar het geld aan. Verontwaardigd wijst zij hem af. Mlle Blanche ziet haar kans schoon en stelt voor op zijn kosten naar Parijs te vertrekken en het geld daar te verbrassen, en zo gebeurt. Als het geld op is, is Aleksej een illusie en veel geld armer. Hij slijt zijn verdere dagen in diverse casino's.

Het hele verhaal heeft wat weg van een klucht. Echt hilarisch is het verhaal rond de oude Baboeska.

‘Waar moet ik op inzetten Baboeskja?’ ‘Op zéro, op zéro! Weer op zéro! Zet zoveel mogelijk! Hoeveel hebben we nu bij elkaar? Zeventig friedrichs d'or? Het heeft geen zin ze te sparen, zet maar twintig friedich's d'or tegelijk.’ ‘Wees toch redelijk, Baboesjka! Het gebeurt soms dat hij tweehonderd keer niet uitkomt! Ik verzeker u dat u zo uw hele kapitaal verspeelt.’ ‘Nonsens, nonsens! Zet in! Klets geen onzin! Ik weet wat ik doe,’ riep ze, trillend van opwinding. […] ik was zelf een speler, dat werd ik op dat moment gewaar. Mijn handen en voeten trilden, mijn hoofd bonsde.

Aleksej observeert, aanvankelijk gokt hij niet maar kijkt. Haarscherp ziet hij het verschil tussen de rijke gokkers, die te allen tijde hun kalmte en waardigheid bewaren, ook al verliezen zij grote bedragen, zij incasseren dat met een bepaalde nonchalance. De arme gokkers verschieten van kleur, trillen, volgen angstvallig het rouletteballetje en storten in bij verlies. Ook de aasgieren haalt hij er feilloos uit. Zij zijn charmant en vleien de speler maar hij ziet dat zij ondertussen geld in hun zak steken of onderling aan elkaar doorgeven. Het hele boek is in een haarscherp fileren van de gedragingen van een gokker. Dostojewski heeft een prachtige stijl van schrijven, de karakters worden in een paar woorden neergezet, soms deed het me denken aan Noodlot van Couperus, vooral als Aleksej in een lang betoog zijn liefde aan Polina betuigt. Prachtig verhaal!

 Bernadet

Verzamelde werken, deel 4,

Zes romans ISBN 9028204059

Proza, 592 pagina’s

Vertaling Hans Leerink

Verschenen in 1957

Meer van :

18 oktober 2017

‘Een luchtig sprookje’

Over 'Waterscheerling' van Rascha Peper
17 oktober 2017

Van poldercrimineel tot godfather in Frankrijk

Over 'Ondijk/Punt' van Barry Smit
16 oktober 2017

Nooit meer los van Indië

Over 'De Tanimbar-legende' van Aya Zikken

Recent

13 oktober 2017

Leven zonder moeder

Over 'Het intieme vreemde' van Jente Jong
12 oktober 2017

Een antikrimi

Over 'De rechter en zijn beul' van Friedrich Dürrenmatt
11 oktober 2017

De stijl tekent de man

Over 'Mijn grote appartement' van Christian Oster
10 oktober 2017

Eindeloos gepieker

Over 'Parttime astronaut' van Renée van Marissing

Verwant