De Schopenhauer-kuur, Irvin D. Yalom

Psychiater Julius Hertzfeld krijgt te horen dat hij nog maar een jaar te leven heeft. Een enorme schok natuurlijk, maar hij gaat niet bij de pakken neerzitten. Hij neemt een periode vrijaf waarin hij praat met zijn omgeving en leest. Bijvoorbeeld:
“alles met mate. Als we onze jassen uitdoen en ons niet in het feestgedruis storten, missen we teveel van het levensfeest. Waarom zou je voor sluitingstijd al naar de uitgang gaan?”
Als hij zijn favoriete boek van Nietzsche aldus sprak Zarathoestra doorbladert, leest hij:
“Zou je het leven zoals je het geleefd hebt tot in de eeuwigheid precies zo willen prolongeren?”
Dus besluit Julius geen gekke dingen te gaan doen, maar gewoon het leven te blijven leiden dat hij tot dusver geleid heeft. Wel zet het hem aan tot denken over het verleden: is hij een goede therapeut? Heeft hij zijn patienten wel genoeg te bieden?

Natuurlijk beseft hij dat er ook mensen zijn die hij niet heeft kunnen helpen, en hij besluit contact op te nemen met hen. De eerste is Philip, die bij hem kwam omdat hij een onverzadigbare seksuele lust had. Philip was een chemicus, geïnteresseerd in de filosofie, zonder familie of vrienden. Drie jaar lang kwam hij trouw bij Julius, maar stopte met de therapie omdat het niet hielp. Julius belt hem en ontdekt dat Philip intussen geen chemicus meer is, maar afgestudeerd filosoof en dat hij zelfs van plan is een psychotherapeut te worden op basis van filosofie. Julius is verbijsterd. Hij vindt dat Philip contactgestoord is, hij kan geen normale relatie met mensen hebben, hoe kan hij dan mensen die met hun problemen bij hem komen helpen? Als Philip hem dan vraagt om te helpen bij de laatste fase van zijn opleiding: het begeleid worden door een erkend psychotherapeut bij het behandelen van patienten, zegt hij toe.

Philip komt in groepstherapie bij Julius, maar dit met tegenzin. Hij is genezen van zijn seksuele obsessie, en dat komt doordat hij is gaan leven als de filosoof Schopenhauer, als een zeer eenzelvige misantroop, die de volgende leefregels had:
-spreek zonder gevoel
-wees niet spontaan
-blijf onafhankerlijk van anderen
-beschouw jezelf als iemand die in de stad woont waarin jij de eigen bezitter van een horloge bent die de tijd aangeeft: het zal je goed van pas komen
-met minachting verwerf je hoogachting

Doordat hij deze regels streng toepast creëert hij een enorme afstandelijkheid hetgeen het de groepsleden erg moeilijk maakt, maar op den
duur blijkt de sfeer van een goed werkende therapeutische groep Philip toch van zijn stuk te kunnen brengen. Een extra complicatie is dat een van de groepsleden een vrouw is die jaren geleden door Philip “misbruikt” is.
Het jaar verstrijkt, de groep ontwikkelt zich, de spanning stijgt tot grote hoogte en dan..sterft Julius.

Dat is kort door de bocht het verhaal, dat door de vele aspecten moeilijk na te vertellen is, maar wel heel erg boeit. Mij persoonlijk interesseren vooral de intermenselijke verhoudingen, de psychologie, maar voor iemand die meer filosofisch ingesteld is, biedt het boek veel: vooral over Schopenhauer natuurlijk, maar ook Nietzsche, en de Indiase filosofie komen aan bod.
Eigenlijk is Philip meer de hoofdpersoon dan Julius, vind ik. Natuurlijk gaat het ook om de acceptatie van de dood, maar in het boek verdwijnt dat probleem naar het tweede plan. Philip, het alter-ego van Schopenhauer, is in werkelijkheid degene die op de korrel genomen wordt. Is de filosofie van Schopenhauer wel zo heilzaam voor de mens?

Tussen de hoofdstukken door lezen we over het leven van de filosoof, over zijn achtergrond en hoe hij tot zijn ideeën kwam. Philips leven blijkt in velerlei opzichten hetzelfde.

Philip: “Niemand nodig hebben, betekent dat je nooit eenzaam bent. De zegen van het isolement, dat is waar ik naar streef”

Pam (de vrouw uit zijn verleden): “De oplossing die jij voor je problemen hebt, is een schijnoplossing: het is helemaal geen oplossing, het is iets heel anders, het is het loslaten van het leven. Jij staat niet in het leven, je luistert niet echt naar anderen, en als ik je hoor praten, heb ik niet het gevoel dat ik naar een levend, ademend wezen luister.”

Tony: “Weet je waar ik ineens aan moet denken? Als kind wou ik de meeste dingen die mijn moeder gekookt had niet opeten. Ik zei dan altijd:”ik lust het niet” waarop mijn moder altijd vroeg:”hoe kun je dat nu weten als je het nooit hebt geproefd?” De manier waarop jij (=Philip) tegen het leven aankijkt, doet me daaraan denken.”

Marjo

Recent

15 november 2018

Het zoeken naar de juiste context

Over 'De verzuimcoördinator' van Nicole Montagne
13 november 2018

Schuld en geluk na val van de trap

Over 'Afgelegen' van James Wood
12 november 2018

Zwanger van dood

Over 'De lange droogte' van Cynan Jones
9 november 2018

Deze roman is een fantastische reflectie op het schrijverschap

Over 'Als de schaduw die verdwijnt' van Antonio Muñoz Molina
7 november 2018

Alzheimer en andere teloorgangen

Over 'Kleine helden zijn wij' van Stijn van der Loo