Gedoemd tot observerenof geobsedeerd door de gedoemden?

Gedoemd tot observeren
of geobsedeerd door de gedoemden?

Willem Brakman schrijft zijn zesendertigste of tweeënvijftigste roman. 
Welk lot zou de Duivel beschoren zijn in een geheel ontkerstende wereld? Hetzelfde lot als God de vader en zijn enige zoon Jezus Christus? Zij zouden aan de zijlijn staan van de samenleving en langzaam wegkwijnen. Zij zouden troost bij elkaar zoeken  en cynisch comentaar geven op de mensen die hen na zoveel eeuwen hebben laten vallen.
In het nieuwste boek van Brakman, Moenens luchtige sprongen, weten God en de Duivel dat  hun rol op aarde is uitgespeeld maar ze zijn tegelijkertijd onsterfelijk en gedoemd tot observeren. Er is zelfs sprake van een groeiend kamaraadschap tussen God die bij Brakman meestal de man met de hoed is, en de Duivel die net als in het mirakelspel Marieke van Nieumwegen luistert naar de naam Moenen.
De oude van dagen kampen met lichamelijke gebreken en zelfs de jongste van het stel, Christus, lukt het niet meer om na een korte drinkpauze weer eigenhandig op het kruis te klauteren. Hij wordt daarom een handje geholpen door de Duivel die regelmatig de kerk bezoekt maar nog niet al zijn streken heeft verloren.
‘Een enkele maal trek ik nog wel eens een oud vrouwtje van de pot, breek een offerbus open, doe een goocheltruc daar en een goocheltruc hier, doe ook aan voorspellen, laat mijn bellen rinkelen en loer ondertussen naar de een of andere waardin.’
Maar erg overtuigend als het kwaad is hij niet meer. Het gaat zelfs zover dat Moenen uit pure verveling subsidies aanvraagt om een documentaire te maken over zijn rivaal die hij gekscherend de Woestijnbewoner of woestijnman noemt.
‘We filmden verder in Duindorp, in Scheveningen, op het Rijswijkseplein en een keer in de Wateringenlaan, omdat daar een zekere Nolov Gregoor had gewoond. De Prachtige Haringkade werd niet overgeslagen. Er waren ook wijken waar een draaiverbod heerste, maar als kostbare tegenhanger was er de haast overdreven hulp van het Bijbelgenootschap…’
Moenen is de bekendste duivel uit de Middelnederlandse literatuur. In Marieke van Nieumwegen verleidt hij Marieke om kennis te vergaren en plezier te maken in ruil voor haar ziel. Marieke gaat in op het aanbod van Moenen en verkoopt haar ziel aan de Duivel maar komt na zeven jaar tot inkeer en vraagt God om vergiffenis.  Moenen is hier zo kwaad over dat hij met Marieke een enorme sprong in de lucht maakt en haar vanaf het hoogste punt op het marktplein naar beneden laat vallen.
In Moenens luchtige sprongen, is de Duivel al lang niet meer in staat tot het maken van hoge sprongen of het moet gaan om de denkbeeldige sprongen die de auteur veelvuldig met de Duivel maakt (in plaats van andersom). Zoals we gewend zijn bij Brakman schiet het verhaal alle kanten op en doet diverse bekende thema's uit eerder werk aan. Zo zijn er op de eerste plaats natuurlijk God, Jezus en de Duivel, al dan niet met hoedje, maar ook personages als vrouw Pronk die Brakman in zijn autobiografie j ‘accuse aanhaalde, hoofdzuster Dillinger uit Een vreemde stam heeft mij geroofd , Carp, een militair van de herhalingsoefening uit Water voor Water en ga zo maar door. Net als in zijn eerdere werk vraagt de auteur een flinke inspanning van zijn lezers. Het verhaal laat zich niet lezen als een logische opeenvolging van gebeurtenissen maar roept een complete wereld op zonder begin of eind, maar met een enorme verbeeldingkracht.
Het verhaal bevat zoals altijd een aantal poëticale handvatten die de lezer te verstaan geeft dat hij er met een conventionele manier van lezen niet komt. In een interview met Tom van Deel van jaren geleden gaf Brakman te kennen dat een volmaakt verhaal op ieder onderdeel de volmaakte bespiegeling zou moeten zijn van de totaliteit. Brakman doelde hiermee op de zinvolheid, de troost van de vorm waarin de onsamenhangende en chaotische wereld wordt gestructureerd en daarmee de angst voor "het uit elkaar klappen" van de wereld wordt bezworen. Het herstellen van die verloren eenheid is een vormprobleem. Ondanks deze herkenbaarheid van de subjectieve problematiek voor de lezer, weigert Brakman in zijn romans een wereld, een realiteit te creëren uit gehelen die naadloos op elkaar aansluit. Het idee dat een schrijver een werkelijkheid schept moet volgens Brakman doorbroken worden door vormverandering. 
 
Willem Brakman, Moenens luchtige sprongen. Querido Amsterdam, 134 blz. ISBN 90-214-5303-7

Andreas Vonder 

Moenens luchtige sprongen
ISBN: 9789021443973

Recent

18 december 2017

Onvergetelijke hommage aan de Shakespeare van de lage landen

Over 'Ik, Vondel' van Hans Croiset
15 december 2017

Drakenbloed en hoestende koeien

Over 'Tijl' van Daniel Kehlmann
14 december 2017

Vergane Hollywoodglorie in de Maghreb

Over 'De oppermachtigen' van Hedi Kaddour
13 december 2017

Literatuur uit de provincie

Over 'Ergens op het eind' van Erik Nieuwenhuis
12 december 2017

Troosteloos zal het in Twente wezen

Over 'De heilige Rita' van Tommy Wieringa