21 november 2005

Het licht stelt de wet.,Eric Vandenwyngaerden

In 2003 debuteerde de Vlaamse dichter Eric Vandenwyngaerden (1955) met de bundel Onder de roos. Verzen van zijn hand werden o.a. opgenomen in Dighter, Opspraak en andere bladen. Vandenwyngaerden is geen veelschrijver, maar een gedegen, haast ambachtelijke verzenmaker. Voor ons ligt nu deze –fraai uitgegeven- bundel Het licht stelt de wet. (lux sed lex) De titel is een verwijzing naar de aanraking van het licht. Een gebeurtenis, ontmoeting kan even in een ander daglicht staan als we ons er in ‘verdiepen’.  Vandenwyngaerden stelt ons in zijn titelgedicht ‘Het licht stelt de wet’(ondertiteld –Aubade-) voor om het raadsel van de dageraad eens nader te bekijken.

In 2003 debuteerde de Vlaamse dichter Eric Vandenwyngaerden (1955) met de bundel Onder de roos. Verzen van zijn hand werden o.a. opgenomen in Dighter, Opspraak en andere bladen. Vandenwyngaerden is geen veelschrijver, maar een gedegen, haast ambachtelijke verzenmaker.
Voor ons ligt nu deze –fraai uitgegeven- bundel Het licht stelt de wet. (lux sed lex)
De titel is een verwijzing naar de aanraking van het licht. Een gebeurtenis, ontmoeting kan even in een ander daglicht staan als we ons er in ‘verdiepen'.  Vandenwyngaerden stelt ons in zijn titelgedicht ‘Het licht stelt de wet’(ondertiteld –Aubade-) voor om het raadsel van de dageraad eens nader te bekijken.

Wie slaapt er nog
met al dat gedoe daar van vogels?
Hoe kwebbelend snijden zij ochtendtaart aan.

Jij hebt ons niet bedrogen,
jouw vingers beroeren nog immer de aarde,
jouw ochtend staat zich telkens weer te vergapen
aan de spinnen die zorgvuldig hun draden trekken
-aan de kant waar de dag wakker wordt-
zo glinsterend en broos.

Ik heb het wel gezien
(zoals je had beloofd, zo is het ook geschied):
je bent met je warmte
door nevels van heuvels gekomen.
Wij eren jouw naam en dragen met brons
van jouw hand met ons mee;
aanbidden jou, zon.

Maar wie slaapt er nu nog,
nu ’t gekwebbel verstomt
en verdrinkt in de drang van de dagen.

Het is een aubade aan de zon, die de nevels verdrijft, de spinnenwebben uitlicht, ons warmte schenkt en ons weer achterlaat om te rusten in het donker.
Eenzelfde observatie laat de dichter ons meebeleven in het mooie vers ‘Rood’, een gedicht over de woestijnstorm, die het innerlijk van de dichter weerspiegelt in de kleur rood, die van rood naar zwart gaat, zwart als de dood. Het onvermijdelijke. De woede na 11 september in ‘De wonden van het worden’ (blz.11) zijn van een intentie, die we zelden kunnen proeven.

Wat kunnen we anders doen
dan schreeuwen-hard
verscheurend ademen(..)
 
Maar er is veel meer in deze mooie bundel. De dichter is vaak opvallend ritmisch in zijn gedichten. Een ritme echter dat vrij laat en bijna zingt:
 
Schemering
 
Wat eerst nog twijfelt
boven akkers
akkers getroffen in voren
diep in hun schaduwen liggend
lang en uitgesponnen(..)
 
Ook is Vandenwyngaerden de man van de verstilde trefzekere observatie.
 
Rustoord
zoals beloofd
hij legt ze recht, de dingen
uit zijn hoofd: zijn tafelmatje en zijn mes,
zijn, lepel en zijn vork; want hij regeert
hier als een vorst zonder genade.
 
De gedichten zijn rond vier thema’s gegroepeerd Vita, Natura, Res, Amor oftewel Leven, Natuur, Zaak, Liefde. Is de natuur een zaak om van te houden? Volgens de dichter zeker. Is het leven om te leven? Opnieuw volmondig 'ja'. Het zijn niet de minste thema’s die de dichter durft te omcirkelen, maar hij glijdt niet uit.
En bijna aan het eind van de bundel gekomen worden we – sotto voce – getrakteerd op stille tedere gedichten zoals het vers:
 
Kijk
Kijk, ik minder vaart
trek mijn schip op het droge.
Diep in het ruim leg ik mijn ogen te slaap.

Want dit land heb ik gekozen
haar rust en stilte ademend
zo desolaat.
 
Zoals de zee wist mijn spoor
dooft mijn haven de haard
tikt de tijd alsmaar voort
neemt mijn rijm
wikt en weegt mijn woord.
 
Eric Vandenwyngaerden is een dichter zonder bombast, zonder effectbejag, maar mét een heldere overtuigende toon, die ons terugwerpt op onszelf. En zijn beelden zijn consequent zoals het een groot dichter betaamt. Of om met Goethe te spreken hij bedient zich van exacte fantasie. De beelden komen als vanzelf tot stand en staan in nauw verband met elkaar, vormen een ring van samenhang die weldadig aandoet. Bij herlezing van zijn bundel, ten slotte, winnen de gedichten nog meer aan kracht en geven ze zich langzaam aan de oplettende lezer. Als een offerande, een geschenk!
Waar vinden we nog zo’n dichter?
Men leze!

Karel Wasch
 
Het licht stelt de wet. Eric Vandenwyngaerde. Uitgeverij Kramat, 63 pagina's. ISBN 90 752 1261 5.

Het licht stelt de wet.,Eric Vandenwyngaerden
ISBN: 9789075212617

Meer van :

11 augustus 2017

Zorgenkind of zondagskind

Over 'Herinneringen in aluminiumfolie' van Jamal Ouariachi
9 augustus 2017

Wachten op Godot aan de Moldau

Over 'Een afgedane zaak' van Patrik Ouredník
7 augustus 2017

Een kanjer

Over 'De tandeloze tijd 6 : Kwaadschiks' van A.F.Th. van der Heijden

Recent

4 augustus 2017

Wondranden

Over 'Een tuin in de winter' van Anna Enquist
2 augustus 2017

Jannie Regnerus gebruikt geen woord te veel

Over 'Nachtschrijver' van Jannie Regnerus
31 juli 2017

Het gitzwarte leven

Over 'Noordwaarts' van Naomi Rebekka Boekwijt
28 juli 2017

Het lot van een niet-joodse jood

Over 'Buster Kafka' van Martin Schouten
25 juli 2017

Een Limburgse Rémi

Over 'De dagen' van Frans Budé

Verwant