31 oktober 2005

Astrid Lampe, Spuit je ralkleur

In 2001 werd Astrid Lampe geïnterviewd voor het roemruchte literaire tijdschrift De Revisor. Ze deed daar een aantal verrassende uitspraken over poëzie en het leven in het bijzonder. ‘Ik zie het leven graag als een doodordinaire kermisattractie,’ zei ze ‘een cakewalk waar het beschaafde deel van ons nog een catwalk uit probeert te halen. De chaos in mijn gedichten refereert misschien nog wel het meest aan die voorspelbaarheid van houvast. Zodra ik er zeker van ben fixeer ik het: dan verstar ik. Orde komt voort uit chaos. Mijn interesse gaat uit naar het punt juist daarvoor of daarna: daar waar de orde zich juist wel/niet aftekent.’Haar bundel De memen van Lara werd in 2002 genomineerd voor de VSB Poëzieprijs. Hierna bleef het even stil, maar het was stilte voor de storm. Want Lampe schrijft ongebruikelijke, associatieve, maar vooral ontregelende verzen. In haar nieuwe bundel Spuit je ralkleur, (RAL is de afkorting van Reichs Ausschuss für Lieferbedingungen, een staatscommissie van de Weimarrepubliek, die in de jaren twintig een standaardisering van de kleuren bepleitte) wordt de lezer op het eerste gezicht getrakteerd op cryptische gedichten. Het moeilijke van deze poëzie is dat er nogal wat puzzelwerk aan te pas moet komen om de vaak raadselachtige zinnen te kunnen plaatsen. Het makkelijke ?daar verwijst de titel ook naar ? is dat de lezer er zijn eigen ‘kleur’ oftewel interpretatie aan toe mag voegen. En daarin laat de dichteres ons vrij. Neem bijvoorbeeld het gedicht op bladzijde 32. (De gedichten van Lampe hebben meestal geen titel)

In 2001 werd Astrid Lampe geïnterviewd voor het roemruchte literaire tijdschrift De Revisor. Ze deed daar een aantal verrassende uitspraken over poëzie en het leven in het bijzonder. ‘Ik zie het leven graag als een doodordinaire kermisattractie,’ zei ze ‘een cakewalk waar het beschaafde deel van ons nog een catwalk uit probeert te halen. De chaos in mijn gedichten refereert misschien nog wel het meest aan die voorspelbaarheid van houvast. Zodra ik er zeker van ben fixeer ik het: dan verstar ik. Orde komt voort uit chaos. Mijn interesse gaat uit naar het punt juist daarvoor of daarna: daar waar de orde zich juist wel/niet aftekent.’
Haar bundel De memen van Lara werd in 2002 genomineerd voor de VSB Poëzieprijs. Hierna bleef het even stil, maar het was stilte voor de storm. Want Lampe schrijft ongebruikelijke, associatieve, maar vooral ontregelende verzen. In haar nieuwe bundel Spuit je ralkleur, (RAL is de afkorting van Reichs Ausschuss für Lieferbedingungen, een staatscommissie van de Weimarrepubliek, die in de jaren twintig een standaardisering van de kleuren bepleitte) wordt de lezer op het eerste gezicht getrakteerd op cryptische gedichten. Het moeilijke van deze poëzie is dat er nogal wat puzzelwerk aan te pas moet komen om de vaak raadselachtige zinnen te kunnen plaatsen. Het makkelijke ?daar verwijst de titel ook naar ? is dat de lezer er zijn eigen ‘kleur’ oftewel interpretatie aan toe mag voegen. En daarin laat de dichteres ons vrij. Neem bijvoorbeeld het gedicht op bladzijde 32. (De gedichten van Lampe hebben meestal geen titel)

De zachte duotoon die vrouwen kwetsbaar maakt
poen op je lichtbak

het harde medialicht dat huiden gaten laat pók
pijp-je bier

(zo werm en dier ik tegen um aan mocht staan na afloop
de werkjes mee naar huis)

grond
grond

dood in de mond.
Nou vooruit    hijs me dan maar in dat dirndlkleid

De catering zo slecht niet: hóp, vlot z’n….
‘pirouetje van dit jetje naast haar lila taboeretje’ het

loeischerp uitlichten van sjieke dierkadavers
de mediacelebraties blijken allergisch voor het licht
waaraan zij zo spontaan staan blootgesteld

De ‘zachte duotoon die vrouwen kwetsbaar maakt’ is kennelijk een toon waar iets anders in meeklinkt dan alleen zuivere toon. Het is een mengtoon, misschien zijn het stemmen, die door elkaar praten, een mannenstem aan de zijde van de vrouw, die het feest betreedt? Of is het de onduidelijk ‘niets-aan-de hand-muziek’ op de achtergrond? De ‘poen op je lichtbak’ verwijst naar het strakke mombakkes van de nouveau riche, die zelfverzekerd en patserig ? misschien wel net uit de limo gestapt ? de partyground binnenschuift, hautain, afstandelijk, poenerig. We staan nog buiten in het gedrang van de media, de flitslichten, bodyguards, oftewel in ‘het harde medialicht, dat huiden gaten laat’ het is verdoezelend maar tegelijkertijd ontluisterend. Het doet me denken aan het licht op de schilderijen van Francis Bacon, laslicht waar je nauwelijks tegenin kunt kijken. Binnen pók, daar wordt een pijp-je bier geopend…! Geen gewoon pijpje, maar een dubbelzinnig pijp-je, van pijpen, want alles is hierbinnen dubbelzinnig. Geen doorsnee flesje bier ook, maar een Corona of een Desperado, die je losjes in je hand kunt nemen om er relaxed uit te zien. Iedereen kletst er maar wat op los maar nergens zal een gesprek ‘gronden’. Vandaar grond/grond/dood in de mond.’ Wie het waagt te ‘aarden’ hoort er niet meer bij en dat moet ten koste van alles worden vermeden. Immers de aanwezigen koesteren zich in elkaars warmte, en net als in andere gedichten van Lampe denkt de hoofdpersoon plotseling in een soort Lampions dialect. ‘Zo werm en dier ik tegen um aan mocht staan na afloop de werkjes mee naar huis.’ Dat zou ik het Nederlands vertaald kunnen worden met ‘Zo warm en opwindend als ik tegen hem aan stond móest ik later wel met hem mee gaan naar huis.’ En op het hoogtepunt van het ranzige feest ? zoveel is inmiddels wel duidelijk ? wordt een stripteasedanseresje in een dirndlkleid (zo’n Heidi-outfit) gehesen om het verveelde publiek nog enigszins op te winden. De catering redt haar met veel drank. Weer even dat laslicht, waarin nu de meute ‘loeischerp’ wordt uitgelicht als ‘sjieke dierkadavers’. Maar wanneer er nu binnen ook al wordt gefotografeerd blijken ‘de mediacelebraties allergisch voor het licht, waaraan zij zo spontaan staan blootgelegd.’ Kortom het wordt tijd om naar huis te gaan.
Zo las ik het gedicht, een vriendin van mij vond het echter ‘duidelijk verwijzend’ naar een abattoir.
Grappig dat een celebratieparty en een abattoir kennelijk raakvlakken hebben, maar dit terzijde.
In deze bundel doen Lampes verzen nog het meest denken aan de gedichten van de overleden Rotterdamse dichter Cor Vaandrager (1935-1992). Grote symbolen wisselen stuivertje met regelrechte wanhoop of waanzin. Wijde vergezichten worden weggezet door kinderrijm. Woorden worden vervormd (etalagewoonst, pamfletteer, verlangst) of  gewone woorden ingebracht op ongewone plekken (tapijtlijm, vloeistof,guano) songteksten staan dwars door de strofen en in plaats van mijn staat er vaak mun. Soms ook vindt ze nieuwe woorden uit (frietkanker, hektreiler, invliegdak,vloeistofdrempel,baardtrekker) of slaat ze een dreigend staccato aan

(..) feniks fallus feniks
feniks fallus feniks (..)

Soms put zij zich uit in feeërieke beelden:
(..) poets u happig de veren
snaterend in mijn triljoenen zakspiegels tot
kroonluchter klaterend van die helsche schoonheid waar het beest (slik)
het over had
van macht vervuld afdroop(..)

Is dit de strofe over de Apocalyps, de ondergang waartegen de hoofdpersoon zich moet wapenen?
Ze heeft de verticaal gedrukte tekst ‘alleen mensen die bij de fabriek werken mogen dit vuurwerk gratis mee’ laten neerzetten naast een wit blad papier. Is de rest van de tekst  geëxplodeerd bij de vuurwerkramp in Enschede? In een oogverblindende lichtflits? We zien nu immers naast de tekst alleen wit papier. Vaandrager besloot een lege bladzijde met een punt. Het gedicht stond bij de inhoudsopgave van zijn bundel vermeld als het gedicht Punt.Lampe doet daar nog een schepje bovenop. Tekst contra beeld.

Het zijn maar voorbeelden van het rijke palet van Lampe. Beeldend, uniek, maar ook uiterst behoedzaam manoeuvrerend langs de grenzen van het begrijpelijke. Wie echter denkt hier te maken te hebben met de zoveelste hermetische dichteres komt bedrogen uit. De verzen zijn voor velerlei uitleg vatbaar, maar Lampe verbergt zich nergens achter holle taal. Ze roept emoties op door ze alleen maar te omcirkelen, bijna uit te sparen. En ze heeft een eigen toon, een vers van haar is direct te herkennen als ‘typisch Lampions’.
Wie op een verjaardag niets te doen heeft, moet eens een gedicht van haar voorlezen en vragen aan het gezelschap waar dat nu over gaat. Geheid dat de aanwezigen allemaal met verschillende interpretaties zullen aankomen. Maar dat was toch precies de bedoeling van de dichteres? Zonder het te willen zijn we onderdeel geworden van haar palet en weggeschilderd tot een volgend schilderij. Harry Mulisch zei eens: ‘De schrijver moet niet steeds beter gaan schrijven, de lezer moet wel steeds beter gaan lezen!’ Wie Astrid Lampes nieuwe bundel heeft gelezen weet hoe waar dat is. Na het verdwijnen van het literair tijdschrift Raster toch nog een dichteres die het experiment niet schuwt!

Spuit je Ralkleur , Astrid Lampe. Querido 2005. ISBN  90 214 7300 3.)

Karel Wasch

Astrid Lampe, Spuit je ralkleur
ISBN: 9789021473000

Meer van :

23 november 2017

Weidse landschappen, bekraste zielen

Over 'Idaho' van Emily Ruskovich
21 november 2017

Reizen in een binnenwereld

Over 'en toen aten we zeehond' van Nicoline Timmer
20 november 2017

Het leven ontwijken

Over 'Kraaien tellen' van Lucas de Waard

Recent

17 november 2017

Uitzichtloos leven in Unthank / Glasgow

Over 'Lanark' van Alasdair Gray
15 november 2017

Een portret in stukjes

Over 'Waarom ik mensen niet in mootjes hak' van Renske de Greef
14 november 2017

Diepe emoties in weloverwogen zinnen met originele beelden

Over 'Binnenplaats' van Joost Baars
13 november 2017

Een aaneenschakeling van mislukkingen?

Over 'We haten elkaar meer dan de Joden' van Els van Diggele
9 november 2017

Verlangen in vele variaties

Over 'Het raadsel van de liefde' van Andre Aciman

Verwant