24 oktober 2005

Storm in juni – Irene Némirovsky

Ook de vijand is een mens

Door Marjo

Irène Némirovsky (1903-1942) was een joods Franse schrijfster, geboren in Kiev. In 1929 stuurde ze haar eerste manuscript, ‘David Golder’, naar de Franse uitgever Bernard Grasset. De roman oogstte meteen een enorm succes. Haar literaire carrière werd echter bruut afgebroken door de inval van de nazi’s in Frankrijk. Toen ze in 1942 als stateloze joodse werd weggevoerd, lukte het haar nog net een koffertje met het manuscript van Storm in juni aan haar dertienjarige dochter Denise te geven. Irène Némirovsky werd vermoord in Auschwitz. Denise besloot op haar 74ste dat Storm gepubliceerd mocht worden.

Dit staat in het kort in het voorwoord bij ‘Storm in juni’. Het maakt het lezen al meteen beladen, maar gelukkig schrijft ze zo goed dat je dit vergeten kunt in de twee delen van haar manuscript die dan volgen. Ze beschrijft hoe – voordat de Duitsers Parijs binnenvielen – de bewoners in paniek op de vlucht sloegen. De gegoede klasse had een of meerdere auto’s en kon heel wat meenemen, maar er waren ook mensen die enkel met een koffertje in de hand gingen lopen. In deze grote stroom mensen bleven dan de auto’s weer vastzitten, kortom grote chaos. We volgen meerdere personages: De familie Péricand is een van de rijke families, ze hebben twee auto’s, en kunnen behalve het gezin, inclusief de hulpbehoevende opa en de bedienden ook veel huisraad meenemen.

De oudste zoon is pastoor Philippe, hij reist niet met het gezin mee, maar heeft een groep jongens uit het heropvoedingsgesticht onder zijn hoede. Dit loopt uit op een catastrofe. Mevrouw Péricand gaat er prat op zich aan de regels van haar stand te houden, en daarbij de armen niet vergeet. Deze onverwachte reis met de nodige ontberingen doet de nodige barstjes in dat pantser ontstaan. Zoon Hubert is vastbesloten te vechten tegen de Duitsers, en keert met hangende pootjes terug. Dan is daar Charles Langelet, een arrogante man die neerkijkt op het plebs.

“Hij schepte er een pervers genoegen in om al die brave zielen het plezier te onthouden dat ze verwachten als ze hem uithoorden, want het waren vulgaire, grove wezens die misschien wel dàchten dat ze medelijden voelden met de mensheid, maar in werkelijkheid alleen maar op sensatie belust waren. Wat is er toch veel vulgariteit in de wereld, denkt Charles Langelet bedroefd. Altijd weer werd hij somber en verontwaardigd als hij merkte dat de echte wereld bevolkt werd door arme drommels die nog nooit een kathedraal, een beeld of een schilderij hadden gezien. De happy few, waartoe hij zichzelf rekende, reageerde trouwens al even stompzinnig en slap als het volk op de slagen van het lot.”
Datzelfde lot zet Langelet op zijn nummer. De Michauds, die hun enige zoon aan het front weten, worden op het laatste moment niet door hun werkgever meegenomen, maar moeten met hun koffertje in de hand de stroom volgen. Als ze vast lopen, keren ze terug naar Parijs, en daar krijgen ze bericht van hun zoon. De uittocht maar eigenlijk de oorlog heeft een grote omwenteling veroorzaakt: niet alleen zijn alle mensen in het ogen van het gevaar gelijk, er treedt ook een verschuiving op in het bezit van aardse goederen. Er is een verandering van mentaliteit, een verandering van sfeer.

In deel 2 beschrijft ze hoe de Fransen reageren op de bezetting van de Duitsers. Zij zijn natuurlijk de vijand, maar het blijken ook mensen te zijn. Heel gewoon, precies als zijzelf. De jonge vrouwen zitten zonder mannen, die in Duitsland gevangen zitten, en de Duitse sodaten zijn veelal jong en voorkomend. Diverse vriendschappen en liefdes bloeien op.
De Duitser zegt:

“(…) het is het grootste probleem van deze tijd: het individu tegen de gemeenschap, want oorlog is dé gemeenschapsdaad bij uitstek. Wij Duitsers, wij zijn gemeenschapsgezind, op dezelfde manier als bijen korfgezind schijnen te zijn. Aan die gemeenschappen hebben we alles te danken: onze levenssappen, onze luister, onze geur, onze liefde.”
en de Française denkt “Mijn god, hebben ze dan niets geleerd? Die twee mijoen doden die in de vorige oorlog aan onze kant zijn gevallen werden ook al geofferd aan de ‘korfgeest’ en vijfentwintig jaar later… wat een volksverlakkerij! Wat een zelfingenomenheid! (…) Er zijn toch wetten om het lot van bijenkorven of mensenvolken te regelen?”

Deel 2 eindigt als de Duitsers grotendeels wegtrekken uit Frankrijk, om aan het Oostfront te vechten. Er volgt nog een bijlage met aantekeningen van de schrijfster. Opmerkingen over het manuscript en opmerkingen over haar plannen: nog drie delen schrijven waarbij ook de personages van de eerste twee delen bij elkaar komen. Helaas heeft dat niet zo mogen zijn. Op 13 juli 1942 werd Irène Némirovsky weggevoerd. Het voorwoord en de bijlage geven het boek een extra lading mee. Waardoor het zoveel meer indruk maakt dan alleen het verhaal van Frankrijk in de Tweede Wereldoorlog was geweest.

 

 

Storm in juni
Irene Némirovsky
Verschenen bij: Geus, Uitgeverij De
ISBN: 9789044506167
511 pagina's
Prijs: € 0,00

Meer van :

17 november 2017

Uitzichtloos leven in Unthank / Glasgow

Over 'Lanark' van Alasdair Gray
15 november 2017

Een portret in stukjes

Over 'Waarom ik mensen niet in mootjes hak' van Renske de Greef
14 november 2017

Diepe emoties in weloverwogen zinnen met originele beelden

Over 'Binnenplaats' van Joost Baars

Recent

13 november 2017

Een aaneenschakeling van mislukkingen?

Over 'We haten elkaar meer dan de Joden' van Els van Diggele
9 november 2017

Verlangen in vele variaties

Over 'Het raadsel van de liefde' van Andre Aciman
8 november 2017

Biografie Herman de Coninck gedicteerd door De Coninck zelf

Over 'Toen met een lijst van nu errond' van Thomas Eyskens
7 november 2017

De dreiging van het duister

Over 'Wol' van Aart Taminiau
6 november 2017

Het licht gaat uit

Over 'Laatste dagen op Ellis Island' van Gaëlle Josse

Verwant