3 oktober 2005

Storm in juni

door Marjo

Irène Némirovsky was een joods Franse schrijfster. Ze werd geboren in Kiev
in 1903. In 1929 stuurde ze haar eerste manuscript, David Golder, naar de Franse uitgever Bernard Grasset. De roman oogstte meteen een enorm succes.
Haar literaire carrière werd echter bruut afgebroken door de inval van de nazi's in Frankrijk. Toen ze in 1942 als statenloze joodse werd weggevoerd, lukte het Irène nog net een koffertje met het manuscript van Storm in juni
aan haar dertienjarige dochter Denise te geven. Irène Némirovsky werd
vermoord in Auschwitz. Denise besloot op haar 74ste dat Storm gepubliceerd mocht worden.

Dit staat in het kort in het voorwoord bij storm in juni. Het maakt het lezen al meteen beladen, maar gelukkig schrijft ze zo goed dat je dit vergeten kunt in de twee delen van haar manuscript die dan volgen. Deel 1
beschrijft hoe al voordat de Duitsers Parijs binnenvielen, de bewoners in paniek op de vlucht sloegen. De gegoede klasse had een of meer auto's en kon heel wat meenemen, maar er waren ook mensen die noodgedwongen met een
koffertje in de hand gingen lopen. In deze grote stroom mensen bleven dan de auto's weer vastzitten, kortom grote chaos. We volgen meerdere personages:
De familie Péricand is een van de rijke families, ze hebben twee auto's, en
kunnen behalve het gezin, inclusief de hulpbehoevende opa en de bedienden
ook veel huisraad meenemen. De oudste zoon is pastoor Philippe, hij reist niet met het gezin mee, maar heeft een groep jongens uit het
heropvoedingsgesticht onder zijn hoede. Dit loopt uit op een catastrofe.
Mevrouw Péricand gaat er prat op dat ze zich aan de regels van haar stand houdt, en daarbij de arme mensen niet vergeet..deze onverwachte reis met de nodige ontberingen doet de nodige barstjes in dat pantser ontstaan.
Zoon Hubert is vastbesloten te vechten tegen de Duitsers, en keert met hangende pootjes terug.
Dan is daar Charles Langelet, een arrogante man die neerkijkt op het plebs.
“Hij schepte er een pervers genoegen in om al die brave zielen het plezier te onthouden dat ze verwachten als ze hem uithoorden, want het waren
vulgaire, grove wezens die misschien wel dàchten dat ze medelijden voelden met de mensheid, maar in werkelijkheid alleen maar op sensatie belust waren.
Wat is er toch veel vulgariteit in de wereld, denkt Charles Langelet bedroefd. Altijd weer werd hij somber en verontwaardigd als hij merkte dat de echte wereld bevolkt werd door arme drommels die nog nooit een kathedraal, een beeld of een schilderij hadden gezien. De happy few, waartoe hij zichzelf rekende, reageerde trouwens al even stompzinnig en slap als het
volk op de slagen van het lot.”
Datzelfde lot zet Langelet op zijn nummer.
De Michauds, die hun enige zoon aan het front weten, worden op het laatste moment niet door hun werkgever meegenomen, maar moeten met hun koffertje in de hand de stroom volgen. Als ze vast lopen, keren ze terug naar Parijs, en
daar krijgen ze bericht van hun zoon.
De uittocht maar eigenlijk de oorlog heeft een grote omwenteling veroorzaakt: niet alleen zijn alle mensen in het ogen van het gevaar gelijk,
er treedt ook een verschuiving op in het bezit van aardse goederen. Er is een verandering van mentaliteit, een verandering van sfeer.
Deel 2 beschrijft hoe de Fransen reageren op de bezetting van de Duitsers.
Zij zijn natuurlijk de vijand, maar het blijken ook mensen te zijn. Heel gewoon, precies als zijzelf. De jonge vrouwen zitten zonder mannen, die in Duitsland gevangen zitten, en de Duitse sodaten zijn veelal jong en voorkomend. Diverse vriendschappen en liefdes bloeien op.
De Duitser zegt: “het is het grootste probleem van deze tijd: het individu tegen de gemeenschap, want oorlog is dé gemeenschapsdaad bij uitstek. Wij Duitsers, wij zijn gemeenschapsgezind, op dezelfde manier als bijen
korfgezind schijnen te zijn. Aan die gemeenschappen hebben we alles te
danken: onze levenssappen, onze luister, onze geur, onze liefde.”
en de Française denkt “mijn god, hebben ze dan niets geleerd? Die twee mijoen doden die in de vorige oorlog aan onze kant zijn gevallen werden ook al geofferd aan de 'korfgeest'..en vijfentwintig jaar later…watr een
volksverlakkerij! Wat een zelfingenomenheid!…er zijn toch wetten om het
lot van bijenkorven of mensenvolken te regelen?”

Deel 2 eindigt als de Duitsers grotendeels wegtrekken uit Frankrijk, om op het Oostfront te gaan vechten. En daarmee is ook het boek afgelopen.
Er volgt nog een bijlage met aantekeningen van de schrijfster. Opmerkingen over het geschrevene en opmerkingen over haar planne: nog drie delen
schrijven waarbij ook de personages van de eerste twee delen bij elkaar komen. Helaas heeft dat niet zo mogen zijn. op 13 juli 1942 werd Irène Némirovsky weggevoerd.

Eigenlijk maken het voorwoord en de bijlage het boek indrukwekkender dan het zonder die extra's geweest zou zijn.
Dan was het alleen het verhaal van Frankrijk in de tweede wereldoorlog geweest, met vooral de nadruk op de menselijke kant van deze oorlog.
Maar je leest slechts die twee delen..het had zoveel meer kunnen zijn, en dan bedenk je waarom dat het niet het geval is..

Storm in juni
ISBN: 9789044506167

Meer van :

23 november 2017

Weidse landschappen, bekraste zielen

Over 'Idaho' van Emily Ruskovich
21 november 2017

Reizen in een binnenwereld

Over 'en toen aten we zeehond' van Nicoline Timmer
20 november 2017

Het leven ontwijken

Over 'Kraaien tellen' van Lucas de Waard

Recent

17 november 2017

Uitzichtloos leven in Unthank / Glasgow

Over 'Lanark' van Alasdair Gray
15 november 2017

Een portret in stukjes

Over 'Waarom ik mensen niet in mootjes hak' van Renske de Greef
14 november 2017

Diepe emoties in weloverwogen zinnen met originele beelden

Over 'Binnenplaats' van Joost Baars
13 november 2017

Een aaneenschakeling van mislukkingen?

Over 'We haten elkaar meer dan de Joden' van Els van Diggele
9 november 2017

Verlangen in vele variaties

Over 'Het raadsel van de liefde' van Andre Aciman

Verwant