Een stoel

Een stoel, Willem van Zadelhoff

Door tim peeters ©, 2003. (lid sinds 15-11-2003)

[zie ook op forum debutanten]

Doorheen de geschiedenis kunnen we gemakkelijk creaties aanduiden die als uitingen van keerpunten in ons westers menselijk denken en kunnen beschouwd worden. Naast de pyramides, Jezus’ Leer, Boccacio’s oeuvre, de negende symfonie van Van Beethoven, de Meesters van de Verdachtmaking, de elektriciteit, de vlucht van gebroeders Wright, Picasso’s Dames van Avignon en het internet mogen we de Freischwingers, de achterpootloze stoelen uit het begin van de vorige eeuw, zeker als één van die iconen beschouwen. Naast de vaak ellenlange en meestal ook droge wetenschappelijke uitzettingen steekt af en toe ook een minder prozaïsche beschrijving de kop op. De vermenging van feit en fictie is echter vaak gedoemd tot het vervallen in extremen: een mager verhaal rond droge feiten of een verhaal waarbij er een al te grote loop met de werkelijkheid wordt genomen waardoor het geheel uiterst ongeloofwaardig wordt. Het boek van van Zadelhoff toont aan dat er nog een derde categorie bestaat, die van de juiste evenwichtsoefening.

Door de karige cover springt het boek al dadelijk in het oog: lijnen,vlakken en slechts enkele kleuren. Nog voor men het boek heeft geopend straalt de sfeer van Bauhaus en de eerste helft van de twintigste eeuw van het boek af. De lay-out nodigt uit. Maar er is meer van dit alles: de schrijfstijl van de roman ligt in dezelfde sfeer. Het is alsof de auteur met zijn karig en strak woordgebruik zo veel mogelijk het denken van het Bauhaus wou respecteren.

Over van zadelhoff is weinig meer bekend dan dat ie een debutant is en dat ie in 1958 als zoon van een uitgetreden priester en een stukadoorsdochter in Arnhem geboren is. Na een erg verscheidene loopbaan achter de rug gehad te hebben (werkzaam in de zwakzinnigenzorg, het bankwezen, de porseleinhandel,het theater en in een kunstgalerie), waagt hij zich nu succesvol aan een schrijverscarrière. Hij leeft in Antwerpen met vrouw en dochter. Het zou me niets verbazen mocht van Zadelhoff reeds een meer gevestigde auteur zijn. Bij het vernoemen van de naam Willem van Zadelhoff zullen we misschien in de toekomst bijna natuurlijk aan de gschiedenis van Arnon Grunberg te denken. Dit vermoeden, noem het maar een zijsprongetje in het biografische aspect van het boek, wordt nog versterkt door het ophemelende citaat van de even onbekende Bernhard Mörtenböck op de achterflap van het boek.
Is de auteur ons stilletjes van achter zijn pen of scherm aan het uitlachen? Bernhard Mörtenböck is immers ook een weinig fraai personage uit de roman. Het doet ons al stilletjes dromen van een nieuwe hetse….

van zadelhoff voert de lezer in een sneltempo mee naar Berlijn waar de meest recente telg van de familie Kats uit Arnhem, kleinzoon Robert, een bezoek brengt aan het Bauhaus Archiv. Robert, die op zoek is naar een familiestuk dat ooit gedonneerd is aan het Archiv, vertelt zijn verhaal aan Frau Doktor Karoline Kwatta, hoofd van de prestigieuze instelling. Vanaf dit moment wordt de lezer, samen met Frau Doktor, in de fascinerende geschiedenis van de familie Kats gesleurd. Maar geleidelijk blijkt dat -ondertussen al gewoon – Karoline meer weet dan dat ze aan Robert of aan de lezer wil loslaten. Door de steeds korter wordende hoofdstukken schetst de auteur met toenemende snelheid het verloop. Er gaat iets gebeuren. Het kan gewoonweg niet anders.
Geleidelijk maken we kennis met drie generaties Kats en hun gezamelijke droom om een huis van licht, glas en staal te bouwen. Via de zoon, Frederik Kats, worden we in de voorgeschiedenis ingeleid. Frederik vertelt over zijn koppige en progressieve vader Gerrit die, tegen de mainstream van een stoffig en muffig bourgeoisie in, gebeten werd door het virus van het moderne denken en … doen. Gerrit heeft de twee jonge Bauhausarchitecten Marcel Breuer en Mart Stam uitgenodigd om zijn droomvilla te bouwen. Alvorens het huis te kunnen tekenen, besluiten de twee jongelingen de kleinste bouwsteen onder handen te nemen: een ideale stoel voor het ideale huis. Door de economische recessie wordt het plan van zowel het huis als de stoel opgeborgen en worden de twee architecten huiswaarts gestuurd. Maar de droom wordt in de familie Kats naar de volgende generaties doorgegeven. De twee architecten zelf gaan na een bittere strijd in de rechtzaal ieder zijn eigen weg. De ene al wat succesvoller dan de andere.
De zoon Frederik weet zich op te werken tot gekend advocaat met als specialisatie octrooirecht. Wanneer hij overlijdt, geeft zijn vrouw de geliefde stoel van haar man aan het reeds vernoemde archief. Enkele jaren later wordt één van zijn zonen, kleinzoon Robert, na het lezen van de cahiers van zijn vader gebeten door het stoelvirus. Robert gaat op zoek naar het enige prototype van de stoel van Breuer en Stam. Hij heeft immers ontdekt dat aan verschillende elkaar beconcurrerende versies van de Freischwinger één prototype aan de grondslag ligt. En deze versie behoorde toe aan zijn familie.

In het boek wordt de lezer in Roberts Odyssee meegesleept en ontdekt die met hem dat de geschiedenis soms anders uitdraait dan dat aanvankelijk vermoed werd. Tijdsgeest en persoonlijke motieven blijken verzachtende omstandigheden te zijn. Hoewel niet alle vragen aan het eind van het verhaal beantwoord zijn, kan onder sommige zaken een definitieve lijn getrokken worden en … kan worden verder geleefd. Want dat is waar het boek in hoofdzaak over gaat, het leven achter gekende en minder gekende feiten.

Het boek is keurig opgedeeld in hoofdstukken die afwisselend verteld worden door de verteller en door één van de hoofdfiguren uit het boek. Dit laatste gebeurt in de hoofdstukken met de subtitel ‘cahier’, wat zou kunnen verklaren waarom plots het vertelstandpunt verandert naar een reeds in tijd overleden hoofdfiguur, Frederik. Frederik komt als het ware weer tot leven doordat zijn zoon Robert de ‘cahiers’ leest. De slingerbeweging van deze vertelstandpunten zou wel eens de overerving van de plannen en dromen van grootvader Gerrit Krats kunnen symboliseren. Ondanks aanvankelijke desinteresse in deze droom wordt ze onbewust van vader op zoon doorgegeven. Het laatste hoofdstuk echter doorbreekt deze cyclische beweging: de overgeërfde droom is werkelijkheid geworden.

Althans … in dit boek. Droom en werkelijkheid sluiten het boek af, waardoor de cirkel alsnog gesloten wordt.

© Tim Peeters, 2004.
Tim Peeters
Het boek is in oktober 2003 bij Meulenhoff/Manteau uitgegeven.

Recent

5 december 2019

Duistere kanten van het menselijk bestaan

Over 'Een oude geschiedenis' van Jonathan Littell
4 december 2019

De donkerte onder het genot

Over 'Zwarte schuur' van Oek de Jong
3 december 2019

Spannende portretten van gewone mensen

Over 'Nederzettingen' van Sanneke van Hassel
2 december 2019

Taal moet swingen

Over 'Alle verhalen' van Jean Rhys
26 november 2019

Biografie aan de hand van schaarse bronnen

Over 'De jonge Rembrandt' van Onno Blom