28 januari 2008

Gedichten voor gelukkige mensen, Bart Moeyaert

Is dichter Moeyaert net zo goed als de prozaschrijver?

Er is iets geks aan de hand met de poëzie van Bart Moeyaert. Nee, dat moet ik beter formuleren: er is iets geks aan de hand met de lezer van de gedichten van Bart Moeyaert. Of, om nog preciezer te zijn: ik heb moeite met die gedichten. Dat komt omdat ik het proza van Bart Moeyaert mateloos bewonder. Ik koop het meteen als het uit is, ik raad het iedereen aan, ik geef het zelfs cadeau. En daarom wil ik zijn poëzie ook heel erg graag heel erg goed vinden.
Bij de herdruk van de vorige bundel van Moeyaert, Verzamel de liefde, schreef ik al dat de dichter een paar keer langs de afgrond van de clichés scheerde, maar bij de bundel Gedichten voor gelukkige mensen valt niet te negeren dat sommige gedichten het Candlelightniveau niet ontstijgen. Zie het volgende fragment uit ‘Zo heel jij mij’.
‘Je veegt de aarde
uit ons bed,
zoekt mij
onder het laken,
ziet wie ik ben.
Voorspelt geluk,
baadt mij in rust.
Zo heel jij mij
al jaren,
geneest mij
door te zijn.
Jij spreekt de taal
die ik versta,
hoort de seizoenen
in mijn stem,
aan mijn adem,
wat ik denk.
Jij kent de kunst
van nu en hier.
Vandaar dat ik je
leen, nee spaar
of beter nog: bewaar.’
Maar misschien vindt het grote publiek dit juist mooi. Uitgeverij Querido heeft er in ieder geval weer een mooi gebonden boekje van gemaakt, met leeslint, want je zou de weg maar kwijt raken in deze 52 bladzijden. Net als de herdruk van Verzamel de liefde is het ook weer vlak voor Valentijnsdag uitgegeven. De verliefde dichterlijke man of vrouw die het bundeltje deze keer cadeau wil doen, moet echter wel weten dat er deze keer veel gedichten in staan die Moeyaert heeft gemaakt toen hij stadsdichter van Antwerpen was. Niet altijd is direct duidelijk wat de link is met stad. Zo heeft hij voor alle 52 kaarten van een kaartspel tekstjes (vooral distichons) geschreven van het type ‘Schoolslag is slecht. / Blijf recht.’ ‘Is de boot lek, roei dan aan dek. / Help hozen.’ Vast heel mooi op de kaartspelen die, zo lezen we achter in het boek zijn verspreid in jeugdhuizen en bejaardenzorgcentra. Maar of je er nu zes bladzijden mee moet vullen in een dichtbundel? Zo zijn er wel meer gedichten die beter tot hun recht komen op de muur of op de toren waar ze voor bedoeld waren. Op de website van Bart Moeyaert zie je hoe een gedicht soms letterlijk op zijn plek valt.
Toch zie je aan bepaalde gedichten dat Moeyaert het wel kan. In het gedicht ‘Zwaan’ gebruikt hij ook geen enkel moeilijk woord, maar de eenzame zwaan die hij beschrijft, is een mooi beeld voor de verlaten geliefde of de geliefde die zelf is weggegaan. En dan staat hij wat mij betreft weer aan de goede kant van de afgrond.
Zwaan

Ik zag een zwaan
boven het Galgenweel.
Ze was niet onderweg
naar nog een zwaan.
Dat kon ik zien aan
hoe ze met haar vleugels
trok: daar was omzeggens
niets reikhalzends aan.
Je kunt een afscheid meten
Het gaat om kleinigheden.
Een licht geheven kop,
De grijze lucht rondom,
De richting van de wind.
Soms voelt een zwaan
geen verte en geen
reden om terug te keren.

Volgens mij heeft Moeyaert een wat strengere redacteur nodig. Juist in zijn proza is deze schrijver een meester in het weglaten; juist in zijn proza brengt deze schrijver meer lagen aan; juist in zijn proza zet hij de lezer vaak op het verkeerde been. Het is te hopen dat hij als dichter net zo goed wordt.

Coen Peppelenbos

Bart Moeyaert: Gedichten voor gelukkige mensen. Querido, Amsterdam. 52 blz. €15,-

Recent

20 september 2017

In de huid van een leeuwin

19 september 2017

Nieuw leven beschreven

18 september 2017

Dichter van de werkelijkheid

16 september 2017

Een week lang feest

Literair Nederland - 10 jaar geleden

24 september 2007

"Toen ik jou voor het eerst zag, kwam je voorbijfietsen op een bakfiets waarin je spullen vervoerde. Het was laat in het jaar 1952, in de winter. Ik stond voor het raam van mijn ouderlijk huis in de Wilhelminastraat, waar mijn ouders een hotel-pension dreven, naar buiten te kijken. De Wilhelminastraat heette alweer een jaar of zeven zo. Als jong kind groeide ik op met de Schouwburgstraat, omdat in de oorlog namen van de koninklijke familie waren geschrapt door de Duitse bezetter. Soms reed je wel drie keer per dag op die bakfiets langs. Ik vond je koddig en stoer met je houtje-touwtjejas aan en je mutsje op. Je was toen al een apart type. Ik was vijftien jaar en had wat je noemt een voorspellende blik. Ik herinner mij dat ik, nadat je weer langs was gekomen, mijn moeder vertelde dat wij zouden trouwen en een kind zouden krijgen. Mijn moeder was het gewend dat ik zulke dingen zei. Ik had vaker van die voorspellingen, soms ook over de dood. Dat vond ze eng."

"Toen ik jou voor het eerst zag, kwam je voorbijfietsen op een bakfiets waarin je spullen vervoerde. Het was laat in het jaar 1952, in de winter. Ik stond voor het raam van mijn ouderlijk huis in de Wilhelminastraat, waar mijn ouders een hotel-pension dreven, naar buiten te kijken. De Wilhelminastraat heette alweer een jaar of zeven zo. Als jong kind groeide ik op met de Schouwburgstraat, omdat in de oorlog namen van de koninklijke familie waren geschrapt door de Duitse bezetter.

Lees meer